Home

Rechtbank Den Haag, 13-12-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:13391, C-09-637612-KG ZA 22-969

Rechtbank Den Haag, 13-12-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:13391, C-09-637612-KG ZA 22-969

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13 december 2022
Datum publicatie
13 december 2022
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:13391
Formele relaties
Zaaknummer
C-09-637612-KG ZA 22-969

Inhoudsindicatie

De vordering in kort geding van aanbieders van openbaar vervoer en een belangenorganisatie die ertoe strekt om de Staat te verbieden om voort te gaan op de ingeslagen weg om een nieuwe concessie voor het openbaar vervoer per spoor onderhands aan de NS te gunnen, is vandaag afgewezen. In deze procedure kan er niet met de vereiste grote mate van waarschijnlijk vanuit worden gegaan dat de voorgenomen concessie in strijd is met het EU-recht of andere relevante wet- en regelgeving.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/637612 / KG ZA 22-969

Vonnis in kort geding van 13 december 2022

in de zaak van

  1. Federatie van Mobiliteitsbedrijven in Nederland (FMN) te Heerenveen,

  2. Arriva Personenvervoer Nederland B.V. te Heerenveen,

  3. Transdev Nederland Holding N.V. te Utrecht,

  4. Qbuzz B.V. te Utrecht,

  5. Keolis Nederland B.V. te Doetinchem,

  6. EBS Public TransportATION B.V. te Amsterdam,

eiseressen,

advocaten mrs. D.W.L.A. Schrijvershof en A.J.H. Kingma te Amsterdam,

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN (MINISTERIE VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT) te Den Haag,

gedaagde,

advocaten mrs. J. Mulder en S.H.G. Cnossen te Den Haag,

waarin is tussengekomen:

N.V. NEDERLANDSE SPOORWEGEN te Utrecht,

advocaten mrs. A.A. Kleinhout en V.Y.H. van Weperen te Amsterdam.

en waarin zich hebben gevoegd aan de zijde van eiseressen:

1 de rechtspersoon naar vreemd rechtALLRAIL VZW te Brussel (België),

2. FLIXBUS B.V. te Amsterdam,

3. de rechtspersoon naar vreemd recht FLIX SE te München (Duitsland),

4. de rechtspersoon naar vreemd recht SNÄLLTAGET AB te Malmö (Zweden),

5. de rechtspersoon naar vreemd recht WESTBAHN MANAGEMENT GMBH te Wenen (Oostenrijk),

advocaten mrs. D.W.L.A. Schrijvershof en A.J.H. Kingma te Amsterdam,

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘FMN c.s.’, ‘de Staat’, ‘NS’ en ‘de EU-vervoerders’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met de daarbij en nadien overgelegde producties;

- de conclusie van antwoord met de daarbij overgelegde producties;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst dan wel voeging van NS met een productie;

- de incidentele conclusie na tussenkomst van NS, met de daarbij overgelegde producties;

- de incidentele conclusie tot voeging van de EU-vervoerders;

- de op 29 november 2022 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen – FMN c.s. gezamenlijk met de EU-vervoerders – pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De incidenten tot tussenkomst en voeging

2.1.

NS heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen FMN c.s. en de Staat dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Staat. Ter zitting hebben FMN c.s. en de Staat geen bezwaar gemaakt tegen de tussenkomst. NS is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

2.2.

De EU-vervoerders hebben gevorderd zich te mogen voegen aan de zijde van FMN c.s. Ter zitting hebben FMN c.s. en de Staat daar geen bezwaar tegen gemaakt. De EU-vervoerders zijn vervolgens toegelaten als gevoegde partijen, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben. Voorts is niet gebleken dat de voeging aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing