Gerechtshof Den Haag, 03-07-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1310, BK-23/897
Gerechtshof Den Haag, 03-07-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1310, BK-23/897
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 3 juli 2024
- Datum publicatie
- 8 augustus 2024
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2023:7737, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- BK-23/897
- Relevante informatie
- Art. 225 Gemw, Art. 234 Gemw, Art. 20 AWR
Inhoudsindicatie
Parkeerbelasting. Geen parkeerbelasting verschuldigd voor periode na verstrijken van maximale parkeerduur. De naheffingsaanslag wordt vernietigd.
Uitspraak
Team Belastingrecht
meervoudige kamer
nummer BK-23/897
in het geding tussen:
(gemachtigde: I.N.D.J. Rissema)
en
(vertegenwoordiger: […] )
op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (de Rechtbank) van 23 augustus 2023, nummer ROT 22/3964.
Procesverloop
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Dordrecht opgelegd ten bedrage van € 68, bestaande uit € 1,50 aan parkeerbelasting en € 66,50 aan kosten ter zake van de naheffingsaanslag.
Bij uitspraak op bezwaar heeft de Heffingsambtenaar het bezwaar tegen de naheffingsaanslag ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. Ter zake daarvan is een griffierecht geheven van € 50. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. In verband hiermee is een griffierecht geheven van € 136. De Heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een nader stuk, met dagtekening 18 maart 2024, ingediend.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 10 april 2024. Partijen zijn verschenen. De onderhavige zaak is gezamenlijk behandeld met de zaken BK-23/896 en BK-23/1145. Hetgeen in de ene zaak is aangevoerd wordt geacht te zijn aangevoerd in de andere zaken, tenzij hetgeen is aangevoerd uitsluitend betrekking heeft op die ene zaak. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.
Lokale regelgeving
Artikel 225 van de Gemeentewet geeft de bevoegdheid aan gemeenten om in het kader van parkeerregulering parkeerbelasting te heffen. Artikel 225, lid 8, Gemeentewet bepaalt dat het tarief van de parkeerbelasting afhankelijk kan worden gesteld van de parkeerduur, de parkeertijd, de ingenomen oppervlakte en de ligging van de terreinen of weggedeelten.
Uit artikel 234, lid 3, Gemeentewet volgt dat een naheffingsaanslag wordt berekend over een parkeerduur van een uur, tenzij aannemelijk is dat het voertuig langer dan een uur zonder betaling geparkeerd heeft gestaan.
De raad van de gemeente Dordrecht heeft in zijn openbare vergadering van 21 december 2021 de Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen Dordrecht (de Verordening parkeerbelastingen Dordrecht) vastgesteld. De Verordening parkeerbelastingen Dordrecht is op 29 december 2021 gepubliceerd in het Gemeenteblad 2021, nummer 481477 en in werking getreden op 1 januari 2022.
De Verordening parkeerbelastingen Dordrecht luidt, voor zover in hoger beroep van belang:
“Artikel 1 Definities
1. Voor de toepassing van deze verordening en de hierop gebaseerde besluiten en (beleids)regels wordt verstaan onder:
(…)
parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
(…)