Home

Gerechtshof Den Haag, 30-07-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1380, BK-23/673

Gerechtshof Den Haag, 30-07-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1380, BK-23/673

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
30 juli 2024
Datum publicatie
19 augustus 2024
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:1380
Formele relaties
Zaaknummer
BK-23/673
Relevante informatie
Art. 17 WOZ

Inhoudsindicatie

Art. 17, lid 3, Wet WOZ. Gecorrigeerde vervangingswaarde crèche/peuterspeelzaal. Compromis over de waarde. Vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn in bezwaar. No-cure-no-pay-afspraak. Proceskostenvergoeding en griffierecht.

Uitspraak

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummer BK-23/673

in het geding tussen:

(gemachtigde: G. Gieben)

en

de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, de Heffingsambtenaar,

(vertegenwoordiger: […] )

inzake het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 6 juni 2023, nummer SGR 22/474.

Procesverloop

1.1.

De Heffingsambtenaar heeft bij beschikking de waarde van de onroerende zaak, plaatselijk bekend [adres] te [woonplaats] (de onroerende zaak), op de waardepeildatum 1 januari 2020, voor het jaar 2021 vastgesteld op € 551.000 (de beschikking). Met de beschikking is in één geschrift bekendgemaakt en verenigd de voor het jaar 2021 opgelegde aanslag in de onroerende-zaakbelastingen gebruiker (de aanslag).

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de beschikking en de aanslag. De Heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar het bezwaar ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft beroep ingesteld bij de Rechtbank. Er is een griffierecht geheven van € 365. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Er is een griffierecht geheven van € 548. De Heffingsambtenaar heeft op 7 november 2023 een verweerschrift ingediend dat door het Hof omdat het buiten de termijn voor verweer is ingediend, is aangemerkt als nader stuk.

1.5.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van 17 juli 2024. Partijen zijn verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Feiten

2.1.

Belanghebbende is huurder van de onroerende zaak. De onroerende zaak is in gebruik als crèche/peuterspeelzaal en is gebouwd in 1931 en heeft een oppervlakte van 799 m2. Het perceel heeft een oppervlakte van 2.258 m2.

Bezwaar- en beroepsfase

2.2.

De Heffingsambtenaar heeft het bezwaarschrift ontvangen op 5 mei 2021. De Heffingsambtenaar heeft uitspraak op bezwaar gedaan op 7 december 2021.

2.3.

De Rechtbank heeft het beroep ontvangen op 20 januari 2022.

2.4.

De gemachtigde heeft tijdens de zitting van de Rechtbank van 16 mei 2023 het verzoek gedaan tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.

2.5.

De Rechtbank heeft uitspraak gedaan op 6 juni 2023.

Oordeel van de Rechtbank

3. De Rechtbank heeft, voor zover van belang, overwogen, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiseres en de Heffingsambtenaar als verweerder:

“9. Verweerder dient aannemelijk te maken dat de waarde van de onroerende zaak niet op een te hoog bedrag is vastgesteld. Daartoe heeft verweerder een taxatiekaart overgelegd. Bij het vaststellen van de bouwkosten is gebruik gemaakt van de Taxatiewijzer VNG, meer specifiek van de taxatiewijzer deel 1 (onderwijs). Daarbij heeft verweerder gebruik gemaakt van het archetype O112PA12 (crèche pannendak, metselwerk, gemiddelde afwerking, 1931 t/m 1945). De rechtbank acht het gebruikte archetype goed bruikbaar. Met het taxatieverslag en het daarin gebruikte archetype heeft verweerder de waarde van de onroerende zaak op een voldoende inzichtelijke en controleerbare wijze onderbouwd. Dit geldt eveneens voor de

door verweerder ingeschatte levensduurverlenging.

10. Hetgeen eiseres heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. De onroerende zaak moet voldoen aan de geldende kwaliteitseisen voor een crèche/peuterspeelzaal, zodat de onroerende zaak in een meer dan redelijke staat moet verkeren. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de inschatting van de resterende levensduur door verweerder correct is toegepast. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding voor een correctie wegens de tijdelijke sluiting vanwege de coronapandemie. Crèches en kinderdagverblijven zijn niet volledig gesloten geweest. Mocht al sprake zijn geweest van een sluiting wegens de coronapandemie, is het aan eiseres de gevolgen hiervan voor de onroerende zaak aannemelijk te maken. Overigens heeft verweerder ter zitting ook verklaard dat eiseres in de bezwaarfase de inpandige opname heeft geweigerd en de gevraagde huurovereenkomst niet heeft overgelegd. Omdat de [gemeente] de verhuurder is van de onroerende zaak, heeft verweerder de huurovereenkomst bij de eigenaar van de onroerende zaak opgevraagd. Daaruit bleek dat de huurovereenkomst op 1 januari 2023 is verlengd voor de duur van drie jaren. Nu de onroerende zaak ook de komende drie jaren als crèche/peuterspeelzaal zal worden gebruikt, zal de onroerende zaak tenminste ook voor deze periode aan de vorengenoemde kwaliteitseisen moeten voldoen. Deze stelling van verweerder is een aanvullende ondersteuning van de gemaakte inschatting van de resterende levensduur. Het risico van het weigeren van een inpandige opname zodat verweerder de waarde nauwkeuriger had kunnen bepalen, dient voor rekening van eiseres te blijven.

11. Dat in de uitspraak op bezwaar ten onrechte door verweerder is gesteld dat eiseres de metrages en restwaarde heeft betwist, doet aan het voorgaande niet af. Deze grieven zijn per abuis in de uitspraak op bezwaar opgenomen. Een motiveringsgebrek, voor zover eiseres dit al heeft gesteld, is niet gebleken.

Vergoeding van immateriële schade

12. Eiseres heeft ter zitting verzocht om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het bezwaarschrift tegen de aanslag is door verweerder ontvangen op 5 mei 2021, zodat de redelijke termijn ten tijde van het doen van deze uitspraak is overschreden met ongeveer 1 maand. Eiseres heeft in beginsel recht op een vergoeding ter compensatie voor de spanning en frustratie als gevolg van de lange duur van de procedure. Op grond van de algemene voorwaarden van de gemachtigde komt deze vergoeding toe aan de gemachtigde en niet aan eiseres, zodat het toekennen van de vergoeding voor eiseres geen compensatie vormt. Onder deze omstandigheid ziet de rechtbank geen reden over te gaan tot het toekennen van enige vergoeding voor immateriële schade.

13. Gelet op wat hiervoor is overwogen, moet het beroep ongegrond worden verklaard en het verzoek tot vergoeding van immateriële schade worden afgewezen.

Kostenvergoeding

14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.”

Omschrijving geschil in hoger beroep

Beoordeling van het hoger beroep

Proceskosten en griffierecht

Beslissing