Gerechtshof Den Haag, 12-12-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2380, 23/1157
Gerechtshof Den Haag, 12-12-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2380, 23/1157
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 12 december 2024
- Datum publicatie
- 27 januari 2025
- Zaaknummer
- 23/1157
- Relevante informatie
- Art. 225 Gemw
Inhoudsindicatie
Parkeerbelasting. Sprake van parkeren? Ongeveer één minuut stilstaan zonder de auto te verlaten wordt aangemerkt als parkeren.
Uitspraak
Team Belastingrecht
meervoudige kamer
nummer BK-23/1157
in het geding tussen:
en
(vertegenwoordiger: […] )
op het hoger beroep van de Heffingsambtenaar tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 12 oktober 2023, nummer SGR 22/3328.
Procesverloop
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen van de gemeente Den Haag opgelegd van € 68,50, bestaande uit € 2 aan parkeerbelasting en € 66,50 aan kosten van de naheffingsaanslag (de naheffingsaanslag).
Bij uitspraak op bezwaar heeft de Heffingsambtenaar de naheffingsaanslag gehandhaafd.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. In verband daarmee is een griffierecht geheven van € 50. De beslissing van de Rechtbank luidt, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiser en de Heffingsambtenaar als verweerder:
“De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar alsmede de naheffingsaanslag;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 50 aan deze vergoedt.”
De Heffingsambtenaar heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van 5 november 2024. Partijen zijn verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.
Feiten
Op 7 april 2022 omstreeks 13.42 uur stond de auto met kenteken [kenteken] (de auto) stil ter hoogte van de [adres] te [woonplaats] . Deze locatie is door burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag aangewezen als plaats waar tegen betaling van parkeerbelasting of met een geldige parkeervergunning kan worden geparkeerd.
Tijdens een controle op 7 april 2022 is met een scanauto om 13.42 uur geconstateerd dat voor de auto geen parkeerbelasting was voldaan of met een geldige parkeervergunning was geparkeerd. Naar aanleiding hiervan is aan belanghebbende de naheffingsaanslag opgelegd.
Oordeel van de Rechtbank
3. De Rechtbank heeft overwogen, waarbij belanghebbende is aan geduid als eiser en de Heffingsambtenaar als verweerder:
“5. Tussen partijen is niet in geschil dat de auto zeer kort heeft stilgestaan. Ook is niet in geschil dat eiser de auto niet uit is geweest; zowel verweerder als eiser zien eiser op de in het dossier aanwezige foto’s achter het stuur van zijn voertuig zitten. Voorts staat vast dat geen sprake is geweest van onmiddellijk in- of uitstappen van personen of van het onmiddellijk laden of lossen van goederen.
De rechtbank deelt verweerders stelling dat reeds hierom sprake was van parkeren, niet. Eiser heeft naar het oordeel van de rechtbank zo kort stil gestaan in het parkeervak dat van stilstaan gedurende een aaneengesloten periode nauwelijks sprake kan zijn. Eisers situatie is ook niet vergelijkbaar met die van eisers in de uitspraken van de gerechtshoven van Arnhem en Den Bosch.
6. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep gegrond verklaard.
7. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet gebleken is dat eiser kosten heeft gemaakt die op grond van Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.”