Gerechtshof Den Haag, 12-11-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2588, 200.326.094/01
Gerechtshof Den Haag, 12-11-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2588, 200.326.094/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 12 november 2024
- Datum publicatie
- 25 maart 2025
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2588
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2022:11462, Meerdere afhandelingswijzen
- Zaaknummer
- 200.326.094/01
Inhoudsindicatie
Peeters-Gatzen vordering. De curator houdt de bestuurder van de failliette vennootschap en aan hem gelieerde vennootschappen aansprakelijk uit hoofde van onrechtmatige daad voor het samenstel van rechtshandelingen waarbij een indirect aandelenbelang aan de failliet is onttrokken zonder dat daar een reële vergoeding tegenover stond. Berekenening schadevergoeding. Waarde van het aandelenbelang op het moment van doorverkoop aan een derde.
Uitspraak
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer hof : 200.326.094/01Zaaknummer rechtbank : C/10/605844 / HA ZA 20-981
Arrest van 12 november 2024
in de zaak van
1 [appellant 1] ,
wonende te [woonplaats] , Turkije,
gevestigd te Curaçao, Nederlandse Antillen,
gevestigd te Hardinxveld-Giessendam,
wonende te [woonplaats] , Israël,
appellanten in het principaal hoger beroep, en
appellant 4 tevens geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. M.C.M. van Ruitenbeek-Kossen, kantoorhoudend te Haarlem,
tegen
mr. [geïntimeerde], in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [bedrijf 1] B.V.,
kantoorhoudende te Rotterdam,
geïntimeerde in het principaal hoger beroep,
appellant in het incidenteel hoger beroep ten aanzien van [appellant 4] ,
advocaat: mr. [geïntimeerde] , kantoorhoudend te Rotterdam.
Het hof zal appellanten [appellant 1] , [appellant 2] , [appellant 3] respectievelijk [appellant 4] noemen en gezamenlijk: [appellanten]
Geïntimeerde in het principaal hoger beroep zal hierna de curator worden genoemd.
1 De zaak in het kort
Het gaat in deze zaak om de vraag of [appellanten] onrechtmatig hebben gehandeld jegens de gefailleerde vennootschap ([bedrijf 1]) en haar schuldeisers door het samenstel van transacties waarbij het indirecte aandelenbelang in Nieuwe Zijds B.V. en de aandelen in [bedrijf 2] B.V. uit het vermogen van [bedrijf 1] zijn gebracht zonder dat daarvoor een koopprijs is betaald. De curator verwijt [appellanten] dat zij daarmee activa aan [bedrijf 1] hebben onttrokken teneinde dit buiten het bereik van haar schuldeisers te brengen en dus onrechtmatig hebben gehandeld jegens [bedrijf 1] en haar schuldeisers. De rechtbank heeft de vorderingen van de curator tegen [appellant 1] , [appellant 2] en [appellant 3] toegewezen. Hiertegen komen [appellanten] in hoger beroep tevergeefs op. De vordering tegen [appellant 4] is door de rechtbank afgewezen. Het hof oordeelt dat ook [appellant 4] hoofdelijk aansprakelijk is op grond van onrechtmatige daad, met dien verstande dat zijn schadeplichtigheid is beperkt tot de schade die [bedrijf 1] en haar schuldeisers hebben geleden als gevolg van de onttrekking van de aandelen [bedrijf 2] aan het vermogen van [bedrijf 1].
2 Procesverloop in hoger beroep
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
- -
-
de dagvaarding van 24 maart 2023, waarmee [appellanten] in hoger beroep zijn gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 28 december 2022 (hierna: het vonnis);
- -
-
de dagvaarding van 24 maart 2023, waarmee de curator in hoger beroep is gekomen van het vonnis;
- -
-
de memorie van grieven van [appellanten] , met producties;
- -
-
de memorie van antwoord in principaal appel, tevens memorie van grieven in incidenteel appel, van de curator, met producties;
- -
-
de memorie van antwoord in incidenteel appel van [appellant 4] , met één productie.
Op 3 september 2024 is de zaak mondeling voor het hof behandeld ter zitting. Partijen hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd. Vervolgens is arrest gevraagd.