Home

Gerechtshof Den Haag, 19-03-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:363, 200.313.143/01

Gerechtshof Den Haag, 19-03-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:363, 200.313.143/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
19 maart 2024
Datum publicatie
19 maart 2024
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:363
Formele relaties
Zaaknummer
200.313.143/01

Inhoudsindicatie

Afsluiting van water van gezinnen met minderjarige kinderen wegens wanbetaling; onrechtmatig handelen Staat en drinkwaterbedrijven Dunea en PWN door niet al het redelijkerwijs mogelijke te doen om te voorkomen dat minderjarige kinderen in een situatie terechtkomen waarin zij niet voldoende toegang hebben tot drinkwater (conform WHO-normen)

Uitspraak

Civiel recht

Team Handel

Zaaknummer hof : 200.313.143/01

Zaaknummer rechtbank : C/09/595728 / HA ZA 20/656

Arrest van 19 maart 2024

in de zaak van

1 Vereniging Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten,

2. Stichting Defence for Children International Nederland – Epcat Nederland,

beide gevestigd in Leiden,

appellanten (in de zaak tegen Dunea: in principaal appel),

tevens verweersters in het incidenteel hoger beroep van Dunea,

advocaat: mr. D. Horeman in Amsterdam,

tegen

1 de Staat der Nederlanden (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat),

gevestigd in Den Haag,

verweerder,

advocaat: mr. W.I. Wisman in Den Haag,

2. Dunea N.V.,

verweerder in het principaal appel,

tevens appelante in het incidenteel appel,

gevestigd in Zoetermeer,

advocaat: mr. M.J. Bosselaar in Amsterdam,

3. N.V. PWN Waterbedrijf Noord-Holland,

gevestigd in Velserbroek,

verweerder,

advocaat: mr. P.L.G. Haccou in Arnhem.

Het hof zal appellanten hierna elk afzonderlijk aanduiden met NJCM respectievelijk Defence for Children en appellanten gezamenlijk zullen hierna NJCM c.s. (vrouwelijk enkelvoud) worden genoemd. Het hof zal verweerders hierna elk afzonderlijk aanduiden met de Staat, respectievelijk Dunea en PWN. Verweerders 2 en 3 samen worden hierna de DWB (afkorting van Drinkwaterbedrijven1) genoemd.

1 De zaak in het kort

1.1

Deze zaak gaat over de vraag of gezinnen met minderjarige kinderen in geval van wanbetaling als ultimum remedium mogen worden afgesloten van drinkwater. De huidige regelgeving en het daarop gebaseerde beleid van Dunea en PWN laten deze mogelijkheid bewust open. Volgens NJCM c.s. is dat onrechtmatig, want in strijd met een aantal verdragsbepalingen en met de ongeschreven maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek. NJCM c.s. wil dat deze onrechtmatigheid door de rechter wordt vastgesteld en dat, samengevat, de Staat, Dunea en PWN wordt bevolen aan die onrechtmatigheid een eind te maken. De Staat, Dunea en PWN zijn het hier niet mee eens. Dunea voert daarnaast een ontvankelijkheidsverweer.

1.2

De rechtbank heeft het beroep op niet-ontvankelijkheid ongegrond verklaard, maar heeft na een inhoudelijke beoordeling de vorderingen afgewezen. Het hof is het met de rechtbank eens dat NJCM c.s. ontvankelijk is, maar komt inhoudelijk tot een andere conclusie. Het hof wijst de vorderingen deels toe.

2 Procesverloop in hoger beroep

3 Feitelijke achtergrond

4 Procedure bij de rechtbank

5 Vorderingen in hoger beroep

6 Beoordeling in hoger beroep

7 Beslissing