Rechtbank Den Haag, 06-04-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:3043, C-09-595728-HA ZA 20-656
Rechtbank Den Haag, 06-04-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:3043, C-09-595728-HA ZA 20-656
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 6 april 2022
- Datum publicatie
- 6 april 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:3043
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2024:363, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- C-09-595728-HA ZA 20-656
Inhoudsindicatie
Huishoudens met kinderen kunnen worden afgesloten van drinkwater bij wanbetaling
De rechtbank in Den Haag heeft vandaag uitspraak gedaan in een zaak van Defence for Children en het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) tegen de Staat en drinkwaterbedrijven Dunea en PWN. Deze zaak gaat kort gezegd om de vraag of huishoudens met minderjarige kinderen mogen worden afgesloten van drinkwater bij wanbetaling. Volgens eisers is dat in strijd met de rechten van minderjarige kinderen zoals het Verdrag inzake de rechten van het Kind (IVRK) en het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). De rechtbank is het daar niet mee eens en wijst de vorderingen af.
Drinkwater
In Nederland wordt drinkwater geleverd op basis van een contract met een drinkwaterbedrijf en daar moet voor worden betaald. Als er niet betaald wordt, geldt de ministeriële regeling ‘Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van drinkwater’. Die regeling zorgt ervoor dat huishoudens die de rekening niet betalen pas na een aantal aanmaningen en onder verstrekking van hun gegevens aan schuldhulpverlenende instanties door het drinkwaterbedrijf mogen worden afgesloten van het water, waarbij een noodvoorziening aan drinkwater voor een paar dagen wordt verstrekt. Daarmee wordt ook de kans geboden om tot een regeling met het drinkwaterbedrijf te komen zodat de toegang tot water wordt voortgezet. Volgens eisers zouden huishoudens met minderjarige kinderen bij wanbetaling nooit van het drinkwater mogen worden afgesloten.
Verantwoordelijkheid
De primaire verantwoordelijkheid voor het welzijn van kinderen ligt bij de ouders/verzorgers. Het is dan ook in de eerste plaats aan hen om een regeling te treffen als zij de rekening niet kunnen betalen, zodat de toegang tot drinkwater wordt voortgezet of hersteld. De rechtbank komt tot de conclusie dat het IVRK een kind geen onvoorwaardelijk recht op toegang tot drinkwater geeft.
Ook het EVRM geeft dat niet. Met de huidige Drinkwaterwet en daarop gebaseerde regelingen is er volgens de rechtbank ook geen sprake van een situatie in strijd met de mensenrechten als het water wordt afgesloten vanwege wanbetaling.
Conclusie
De rechtbank is van oordeel de Staat en/of de drinkwaterbedrijven niet op grond van het IVRK en/of het EVRM ervoor moeten zorgen dat huishoudens met minderjarige kinderen niet van drinkwater worden afgesloten bij wanbetaling. Dat is in zijn algemeenheid niet onrechtmatig tegenover kinderen. In een concreet geval, waar alle omstandigheden worden meegewogen en de situatie van een bepaald kind in ogenschouw wordt genomen, kan dat anders liggen, maar in deze zaak gaat het niet om concrete gevallen.
ZIE OOK ECLI:NL:RBDHA:2022:535 EN ECLI:NL:RBDHA:2022:939
Uitspraak
vonnis
Team handel
Zittingsplaats Den Haag
zaaknummer / rolnummer: 595728/ HA ZA 20-656
Vonnis van 6 april 2022
in de zaak van
1. STICHTING DEFENCE FOR CHILDREN INTERNATIONAL NEDERLAND – ECPAT NEDERLAND te Leiden,
hierna: Defence for Children,
2. NEDERLANDS JURISTEN COMITÉ VOOR DE MENSENRECHTEN te Leiden,
hierna: NJCM,
eiseressen,
advocaat mr. D. Horeman te Arnhem,
tegen
1. DE STAAT DER NEDERLANDEN (ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) te Den Haag,
hierna: de Staat,
advocaat mr. W.I. Wisman, voorheen mr. K. Teuben, te Den Haag,
2. DUNEA N.V. te Zoetermeer,
hierna: Dunea,
advocaat M.W.F. Oosterhuis te Rotterdam,
3. N.V. PWN WATERBEDRIJF NOORD-HOLLAND te Velserbroek, gemeente Velsen, hierna: PWN,
advocaat P.L.G. Haccou te Arnhem.
gedaagden, hierna gezamenlijk ook: de Staat en de drinkwaterbedrijven.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het tussenvonnis van 26 januari 2022;
- -
-
het proces-verbaal van mondelinge behandeling van de zaak, gehouden op 17 februari 2022 en de reacties daarop van mr. Teuben bij brief van 9 maart 2022 en van mr. Haccou bij brief van 14 maart 2022. Het proces-verbaal wordt gelezen met inachtneming van de opmerkingen van partijen daarbij.
Aansluitend aan de mondelinge behandeling is vonnis bepaald op heden.
2 De feiten
De openbare drinkwatervoorziening is in Nederland gereguleerd in de Drinkwaterwet en de op die wet gebaseerde regelgeving: het Drinkwaterbesluit, de Drinkwaterregeling en de Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van drinkwater (hierna: Afsluitregeling). Bij de totstandkoming van de Drinkwaterwet werd de doelstelling daarvan als volgt omschreven:
“Doelstelling van de voorgestelde Drinkwaterwet is de bevordering van de volksgezondheid door de voorziening van drinkwater aan alle consumenten op een maatschappelijk verantwoorde wijze te waarborgen. Bij het voorzien in de behoefte aan voldoende en kwalitatief goed (deugdelijk) drinkwater kent de overheid aan de bedrijfstak van de openbare watervoorziening een centrale plaats toe. Het wordt primair tot de taak van de waterbedrijven gerekend om zorg te dragen voor de feitelijke levering van deugdelijk drinkwater aan consumenten en andere afnemers en daarbij de onzekerheden die optreden in de verschillende onderdelen van het traject van grondstof naar eindproduct zoveel mogelijk te reduceren. De rol van de rijksoverheid daarbij is, naast het uitoefenen van toezicht, vooral voorwaardenscheppend en kaderstellend.”1
Op grond van artikel 3 Drinkwaterwet is de eigenaar van een drinkwaterbedrijf binnen zijn door de minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen distributiegebied exclusief bevoegd en verplicht om drinkwater te leveren. Daarbij moeten op grond van artikel 11 Drinkwaterwet tarieven worden gehanteerd die kostendekkend, transparant en niet discriminerend zijn.
Op grond van artikel 8 Drinkwaterwet zijn de drinkwaterbedrijven verplicht om iedereen binnen hun distributiegebied die daarom verzoekt te voorzien van een aansluiting op het leidingnet en aan die persoon drinkwater te leveren, tegen voorwaarden die redelijk, transparant en niet discriminerend zijn.
Dunea en PWN zijn drinkwaterbedrijven in de zin van de Drinkwaterwet.
In artikel 9 Drinkwaterwet staat dat drinkwaterbedrijven een beleid voeren dat is gericht op het voorkomen van afsluiting van kleinverbruikers. Op grond van lid 2 van dat artikel worden er bij ministeriële regeling nadere regels gesteld over het beëindigen van de levering van drinkwater aan kleinverbruikers.
Ter uitvoering van artikel 9 Drinkwaterwet is in 2012 de Afsluitregeling tot stand gebracht. Daarbij is aansluiting gezocht bij de Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van elektriciteit en gas. De Afsluitregeling is in 2018 aangepast. In de huidige Afsluitregeling staat het volgende:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. kwetsbare consument: kleinverbruiker voor wie de beëindiging van de levering van drinkwater zeer ernstige gezondheidsrisico’s tot gevolg zou hebben voor de kleinverbruiker of huisgenoten van de kleinverbruiker;
b. schuldhulpverlening: toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in titel III van de Faillissementswet of ondersteuning van natuurlijke personen door een instantie als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet bij het vinden van een adequate oplossing voor schuldsituaties gericht op de aflossing van schulden.
Artikel 2. Verplichte procedure
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf beëindigt de levering van drinkwater aan een kleinverbruiker wegens wanbetaling niet voordat de in de artikelen 3 en 4 beschreven procedure is gevolgd.
Artikel 3. Schriftelijke herinnering
1. Indien een kleinverbruiker niet binnen de gestelde termijn voldoet aan een eerste vordering tot betaling door de eigenaar van een drinkwaterbedrijf, zendt die eigenaar ten minste eenmaal een schriftelijke herinnering daaromtrent aan die kleinverbruiker.
2. De eigenaar van een drinkwaterbedrijf: a) wijst de kleinverbruiker bij die herinnering op de mogelijkheden voor schuldhulpverlening,b) biedt bij de schriftelijke herinnering aan om met schriftelijke toestemming van de kleinverbruiker diens contactgegevens, diens klantnummer en informatie over de hoogte van diens schuld aan een instantie ten behoeve van schuldhulpverlening te verstrekken, tenzij de kleinverbruiker geen natuurlijk persoon is, enc) vermeldt bij de schriftelijke herinnering dat de kleinverbruiker niet wordt afgesloten indien hij een medische verklaring als bedoeld in artikel 6, onderdeel d, overlegt, onverlet de omstandigheden genoemd in de onderdelen a tot en met c van dat artikel.
Artikel 4. Inspanning tot persoonlijk contact
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf spant zich in om in persoonlijk contact te treden met de kleinverbruiker teneinde deze te wijzen op mogelijkheden om betalingsachterstanden te voorkomen en te beëindigen, en om uitsluitsel te krijgen over het al of niet geven van toestemming als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b.
Artikel 5. Verstrekken gegevens
Indien een kleinverbruiker niet heeft gereageerd op het in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, bedoelde aanbod verstrekt het drinkwaterbedrijf de contactgegevens van de kleinverbruiker, diens klantnummer en informatie over de hoogte van diens schuld aan een instantie ten behoeve van schuldhulpverlening, tenzij de kleinverbruiker geen natuurlijk persoon is.
Artikel 5a. Mogelijkheid verzoek bewaarmiddelen voor drinkwater bij afsluiting
1 Een kleinverbruiker aan wie de levering van drinkwater wordt beëindigd kan de eigenaar van een drinkwaterbedrijf verzoeken om één of meer bewaarmiddelen voor drinkwater met voldoende capaciteit om in de eerste levensbehoeften van de kleinverbruiker en diens huisgenoten te kunnen voorzien.
2 De eigenaar van een drinkwaterbedrijf vermeldt de mogelijkheid tot het doen van een verzoek als bedoeld in het eerste lid bij de aankondiging dat hij de levering van drinkwater zal beëindigen.
3 De eigenaar van een drinkwaterbedrijf levert de bewaarmiddelen uiterlijk op het moment direct voorafgaand aan de beëindiging van de levering van drinkwater en stelt de kleinverbruiker, indien op dat moment aanwezig, in de gelegenheid de bewaarmiddelen te vullen met drinkwater.
4 Dit artikel is niet van toepassing indien de kleinverbruiker om de beëindiging van de levering van drinkwater heeft verzocht.
Artikel 6. Beëindiging levering aan kwetsbare consument
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf beëindigt de levering van drinkwater aan een kwetsbare consument niet, tenzij:a) de kwetsbare consument daarom verzoekt,b) er sprake is van fraude of misbruik door de kwetsbare consument,c) de onveiligheid van de installatie beëindiging van de levering noodzakelijk maakt, of
d) er sprake is van wanbetaling en de kwetsbare consument niet binnen een redelijke termijn een verklaring van een arts, niet zijnde de behandelend arts van de betrokkene, kan overleggen waaruit de zeer ernstige gezondheidsrisico’s die ontstaan door het afsluiten van drinkwater blijken.
Artikel 7. Hervatting levering aan kwetsbare consument
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt er zorg voor dat de levering van drinkwater aan een kwetsbare consument die wegens wanbetaling is beëindigd, in ieder geval wordt hervat indien die kwetsbare consument een verklaring van een arts als bedoeld in artikel 6, onderdeel d, overlegt.
De wijziging die in 2018 in de Afsluitregeling is doorgevoerd, ziet op twee punten: in artikel 5 is opgenomen dat gegevens van een kleinverbruiker worden verstrekt aan hulpverleningsinstanties, daar waar eerder stond dat het waterbedrijf daartoe gerechtigd was. En artikel 5a is in 2018 aan de Afsluitregeling toegevoegd.
In de toelichting bij dat artikel staat dat drinkwaterbedrijven dit zo invullen dat bewaarmiddelen worden verstrekt met voldoende capaciteit voor een ‘overbruggingsperiode’ van vier dagen, waarbij wordt uitgegaan van drie liter per persoon per dag. Het staat waterbedrijven vrij om grotere hoeveelheden water of bewaarmiddelen met een grotere capaciteit achter te laten.
Tijdens de internetconsultatieronde voorafgaand aan de totstandkoming van de gewijzigde Afsluitregeling in 2018 is door een aantal organisaties – waaronder Defence for Children en het NJCM – naar voren gebracht dat afsluiting van drinkwater ten aanzien van kinderen in strijd is met diverse verdragsbepalingen en dat daarom in de Afsluitregeling zou moeten worden neergelegd dat gezinnen met minderjarige kinderen niet van drinkwater afgesloten mogen worden. De minister heeft de Afsluitregeling niet in die zin aangepast en dat is als volgt toegelicht:
“Het recht op toegang tot water wordt door het kabinet erkend als belangrijk mensenrecht. De Drinkwaterwet geeft dan ook het recht op toegang tot drinkwater, via een zogenoemde aansluitverplichting en daarnaast de verplichting voor drinkwaterbedrijven om het afsluiten van een kleinverbruiker zoveel mogelijk te voorkomen. Daar is ook de regeling op gericht. Dat de toegang tot drinkwater een mensenrecht is, betekent echter niet dat het gratis zou moeten zijn. Voor het duurzaam realiseren van het recht op water en sanitatie is betaling voor de levering van drinkwater van groot belang. Dit omdat het de financiële duurzaamheid van het dienstensysteem waarborgt. Ondanks de zorgvuldigheid die drinkwaterbedrijven in acht moeten nemen bij de afsluiting, bestaat er een zekere spanning met de toegenomen aandacht voor het recht op de toegang tot drinkwater. Dit is de reden geweest om de regeling zodanig aan te passen dat de kleinverbruiker, waaronder ook gezinnen met minderjarige kinderen, ook na afsluiting kan beschikken over voldoende drinkwater om in de eerste levensbehoefte te voorzien. Aanvullend zijn drinkwaterbedrijven verplicht gegevens van wanbetalers door te geven aan (gemeentelijke) schuldhulpverlenende instanties. Daardoor kunnen ook gezinnen met minderjarige kinderen eerder in beeld komen bij gemeenten en kan in een eerder stadium (schuld)hulp worden geboden.
Andere alternatieven die worden aangedragen, zoals het aanmerken van kinderen als kwetsbare consumenten of het oprichten van een drinkwaterfonds, zijn veelal dermate ingrijpend dat de financiële houdbaarheid van de drinkwatervoorziening niet meer is geborgd. Insprekers wijzen daarnaast op het voorkomen van schulden, door de waterrekening uit andere sociale voorzieningen te betalen of de gemeenten of andere schuldhulpverlenende instanties (eerder) te betrekken. Het kabinet deelt de mening van de insprekers dat voorkomen beter is dan genezen en dat er veel te winnen is door de schuldenproblematiek in een eerder stadium aan te pakken. Dat kan echter niet alleen door de onderhavige wijzigingsregeling worden bereikt. De gemeentelijke schuldhulpverlening meer informeren kan worden bereikt, maar in het sociale vangnet kan niet direct iets worden veranderd.
Na, en mede naar aanleiding van, de internetconsultatie is de wijziging van artikel 5 van de regeling toegevoegd. Deze wijziging is gedaan in het kader van vroegsignalering van problematische schulden. Uit verschillende reacties uit de internetconsultatie kwam naar voren dat men daarin een meer fundamentele oplossing voor het schuldenprobleem ziet, in plaats van dat ter voldoening van de eerste levensbehoeften een beperkte hoeveelheid drinkwater bij een van levering afgesloten kleinverbruiker achtergelaten wordt. Desalniettemin is ook de verstrekking van bewaarmiddelen op verzoek geïntroduceerd in de regeling. De drinkwaterbedrijven hebben te kennen gegeven daarmee uit de voeten te kunnen. Bovendien zorgt het ervoor dat afsluiting door drinkwaterbedrijven er niet direct toe leidt dat iemand acuut zonder drinkwater zit.”2
Ter uitvoering van de Afsluitregeling is in 2014 en opnieuw in 2020 een convenant gesloten tussen de waterbedrijven in Nederland en de NVVK, vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren. Daarin zijn nadere afspraken gemaakt over de omgang met wanbetaling, schuldenregeling en de afsluiting van drinkwater. In het convenant staat onder meer dat een drinkwaterbedrijf altijd akkoord gaat met een voorstel van de betrokken schuldhulpverlener waarbij de eventuele kosten voor heraansluiting worden meegenomen.
PWN en Dunea passen de regels van de Afsluitregeling toe. Zij hanteren daarbij eigen beleidsregels waarmee zij de kleinverbruikers verder tegemoet komen. Zo worden er meer aanmaningen gestuurd, wordt er persoonlijk contact gezocht door het afleggen van huisbezoeken en wordt afgezien van afsluiting als de situatie dat naar het oordeel van de medewerkers ter plaatse niet toelaat.
3 Het geschil
Defence for Children en het NJCM vorderen dat de rechtbank, voor zover rechtens mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
-
de Afsluitregeling onverbindend verklaart, dan wel buiten toepassing verklaart voor zover deze toestaat dat de levering van drinkwater wegens wanbetaling wordt beëindigd op een adres waar een of meer minderjarige kinderen wonen;
-
voor recht verklaart dat de Staat onrechtmatig handelt en heeft gehandeld jegens eiseressen, jegens kinderen in het algemeen en jegens minderjarige kinderen die op een adres in Nederland wonen waarop de levering van drinkwater wegens wanbetaling wordt of reeds is beëindigd;
-
de Staat beveelt om maatregelen te nemen die ertoe leiden dat de levering van drinkwater aan minderjarige kinderen in Nederland (i) niet meer wegens wanbetaling wordt beëindigd en (ii) wordt hervat voor zover die levering wegens wanbetaling reeds is beëindigd;
-
voor recht verklaart dat Dunea en PWN onrechtmatig handelen en hebben gehandeld jegens eiseressen en jegens minderjarige kinderen die op een adres in Nederland wonen waarop de levering van drinkwater wegens wanbetaling wordt of reeds is beëindigd;
-
Dunea en PWN (i) verbiedt om de levering van drinkwater wegens wanbetaling te beëindigen op een adres waar een of meer minderjarige kinderen wonen, en (ii), voor zover die levering wegens wanbetaling reeds is beëindigd, gebiedt de levering te hervatten;
-
de Staat, Dunea en PWN hoofdelijk veroordeelt in de kosten van het geding, alsmede in de gebruikelijke nakosten (zowel zonder als met betekening), te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de datum van de uitspraak.
Defence for Children en het NJCM leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat kinderen een onvoorwaardelijk en zelfstandig recht hebben op water en dat het afsluiten van huishoudens met minderjarige kinderen van water, in strijd is met het Verdrag inzake de rechten van het Kind (IVRK) en het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM).
De Staat en PWN concluderen tot afwijzing van de vorderingen. Dunea concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van eiseressen in hun vordering, althans tot afwijzing van de vorderingen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.