Home

Gerechtshof Den Haag, 17-04-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:666, BK-23/677

Gerechtshof Den Haag, 17-04-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:666, BK-23/677

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
17 april 2024
Datum publicatie
7 mei 2024
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:666
Zaaknummer
BK-23/677
Relevante informatie
Art. 225 Gemw

Inhoudsindicatie

Parkeerbelasting. Defecte parkeerautomaat.

Uitspraak

Team Belastingrecht

enkelvoudige kamer

nummer BK-23/677

in het geding tussen:

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, de Heffingsambtenaar,

(vertegenwoordiger: […] )

op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 27 juni 2023, nummer SGR 22/503.

Procesverloop

1.1.

De Heffingsambtenaar heeft een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd ten bedrage van € 67,60, bestaande uit € 2,30 aan parkeerbelasting en € 65,30 aan kosten van de naheffingsaanslag (de naheffingsaanslag).

1.2.

Bij uitspraak op bezwaar heeft de Heffingsambtenaar het bezwaar tegen de naheffingsaanslag ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. Ter zake hiervan is een griffierecht van € 49 geheven. De beslissing van de Rechtbank luidt als volgt, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiser en de Heffingsambtenaar als verweerder:

“- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de naheffingsaanslag tot € 67,40 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;

- draagt verweerder op het griffierecht van € 49 aan eiser te vergoeden.”

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Ter zake hiervan is een griffierecht van € 136 geheven. De Heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden ter zitting van het Hof 3 april 2024. Partijen zijn verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Feiten

2.1.

Op 7 september 2021 om 13.30 uur heeft belanghebbende de auto met het kenteken [kenteken] (de auto) geparkeerd aan de [straat] te [woonplaats] (Zone I) (de locatie). De locatie is door het college van burgemeester en wethouders van de [gemeente] aangewezen als een plaats waar op die datum en dat tijdstip slechts mag worden geparkeerd door middel van een geldige parkeervergunning of tegen betaling van parkeerbelasting.

2.2.

Tijdens een controle op hiervoor genoemde datum en tijdstip is geconstateerd dat voor de auto geen parkeerbelasting was voldaan en dat de auto zonder geldige parkeervergunning geparkeerd stond. Naar aanleiding hiervan is de naheffingsaanslag opgelegd.

Oordeel van de Rechtbank

3. De Rechtbank heeft, voor zover van belang, geoordeeld, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiser en de Heffingsambtenaar als verweerder:

Naheffingsaanslag

8. Niet in geschil is dat eiser parkeerbelasting was verschuldigd en deze niet heeft voldaan. De plicht om parkeerbelasting te voldoen, vervalt niet als de dichtstbijzijnde parkeerautomaat defect is.1 In dat geval moet parkeerbelasting worden voldaan bij een andere parkeerautomaat in de buurt.

9. Uit de verklaring van verweerder blijkt dat er in de nabijheid van de locatie waar eiser zijn auto had geparkeerd meerdere parkeerautomaten zijn gelegen. Eiser heeft in bezwaar verklaard dat zowel pinnen als contactloos betalen niet beschikbaar was bij de parkeerautomaat. Indien betaling van parkeerbelasting bij een parkeerautomaat niet lukt, ligt het op de weg van eiser om de parkeerbelasting bij een van de andere parkeerautomaten te voldoen. Ook staat het eiser vrij om bijvoorbeeld met een parkeerapp op een mobiele telefoon de parkeerbelasting te voldoen. De gevolgen van de keuze van eiser om de verschuldigde parkeerbelasting in het geheel niet te voldoen, dient naar het oordeel van de rechtbank voor rekening van eiser te blijven. Daarbij overweegt de rechtbank dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij heeft geprobeerd op een andere manier de parkeerbelasting te voldoen. Het is de rechtbank niet gebleken dat het voor eiser onmogelijk was om bij een andere nabij gelegen parkeerautomaat de parkeerbelasting te voldoen. Verweerder heeft verklaard dat niet is gebleken dat de parkeerautomaat defect zou zijn geweest. De rechtbank ziet geen aanleiding aan de verklaringen van verweerder te twijfelen en is dan ook van oordeel dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.

10. Het beroep is wel gegrond verklaard omdat verweerder bij het opleggen van de naheffingsaanslag ten onrechte is uitgegaan van de verkeerde Tarieventabel. De naheffingsaanslag dient derhalve te worden verminderd met € 0,20.

11. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep gegrond verklaard.

12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende kosten gesteld of gebleken.”

Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen

Beoordeling van het hoger beroep

Proceskosten en griffierecht

Beslissing