Home

Gerechtshof Den Haag, 28-05-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:835, 200.304.231/01

Gerechtshof Den Haag, 28-05-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:835, 200.304.231/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
28 mei 2024
Datum publicatie
16 augustus 2024
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:835
Formele relaties
Zaaknummer
200.304.231/01

Inhoudsindicatie

Procedure na verwijzing Hoge Raad. Onrechtmatige publicaties.

Uitspraak

Civiel recht

Team Handel

Zaaknummer: 200.304.231/01

Zaaknummer Hoge Raad der Nederlanden: 19/05370

Zaaknummer gerechtshof Amsterdam: 200.235.764/01

Zaaknummer rechtbank Amsterdam: C/13/623295 / HA ZA 17-129

Arrest van 28 mei 2024

in de zaak van

[appellant] ,

wonend in [woonplaats] ,

appellant,

advocaat: mr. N.C. van Steijn, kantoorhoudend in Leiden,

tegen

GVB Holding B.V.,

gevestigd in Amsterdam,

verweerster,

advocaat: mr. Chr.F. Kroes, kantoorhoudend in Amsterdam.

Het hof zal partijen hierna [appellant] en GVB noemen.

1 De zaak in het kort

Deze zaak draait om de vraag of door GVB gedane uitlatingen onrechtmatig zijn jegens haar voormalig algemeen directeur [appellant] . Na publicaties in De Telegraaf over vermeende fraude door de toenmalige directie van GVB heeft GVB daar onderzoek naar laten doen door een extern accountantsbureau. De conclusies die de raad van commissarissen van GVB heeft getrokken uit dat onderzoek zijn naar buiten gebracht in een persbericht en opgenomen in het jaarverslag 2012. Het hof oordeelt dat die publicaties onrechtmatig waren en vernietigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam.

2 Het geding

Voor het verloop van het geding tot en met het arrest van de Hoge Raad van 9 juli 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1093), gewezen tussen [appellant] als eiser tot cassatie en GVB als verweerster in cassatie, verwijst het hof naar dat arrest (hierna: het verwijzingsarrest). Bij het verwijzingsarrest heeft de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 3 september 2019 (ECLI:GHAMS:2019:3221) vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing naar dit hof verwezen. Bij exploot van 9 december 2022 heeft [appellant] GVB opgeroepen voor dit hof om voort te procederen. [appellant] heeft vervolgens een memorie na verwijzing genomen, waarop GVB heeft gereageerd bij antwoordmemorie na verwijzing. Ten slotte is een datum voor arrest bepaald.

3 Feitelijke achtergrond

3.1

Het hof gaat uit van de feiten zoals opgenomen door het gerechtshof Amsterdam in zijn arrest van 3 september 2019. Deze feiten zijn tussen partijen niet in geschil en luiden, voor zover hier relevant, als volgt.

3.2

[appellant] is van [datum] bestuurder (algemeen directeur) geweest van thans GVB. Hij was bestuursvoorzitter. In de voor dit geding relevante periode bestond het bestuur uit drie personen, te weten [appellant] , [bestuurslid 1] (hierna: [bestuurslid 1] ) en [bestuurslid 2] (hierna: [bestuurslid 2] ).

3.3

In 2012 verschenen berichten in De Telegraaf over mogelijke misstanden bij GVB. In die publicaties wordt - kort gezegd - gesuggereerd dat bij GVB was gefraudeerd en dat sprake was van onregelmatigheden binnen GVB. Naar aanleiding van de eerste publicaties in de media heeft de Raad van Commissarissen (die op basis van de statuten de bestuurders van GVB benoemt, hierna: de RvC) op 10 april 2012 opdracht gegeven aan BDO Investigations B.V. (hierna: BDO) tot een feitelijk onderzoek naar de in de media vermelde kwesties.

3.4

[appellant] is in de gelegenheid gesteld zijn visie op de onderzoeksresultaten van BDO te geven. De opmerkingen van [appellant] zijn als bijlage bij het rapport gevoegd voordat het (op 7 juni 2012) aan de RvC werd verstrekt (het verstrekte rapport hierna: het BDO rapport).

3.5

De RvC heeft op 8 en 9 juni 2012 vergaderd over het BDO rapport. Tijdens die vergaderingen is de RvC geadviseerd door [hoogleraar] , hoogleraar accountancy. Dat heeft geresulteerd in door de RvC geformuleerde conclusies (hierna ook: de conclusies van de RvC).

3.6

Naar aanleiding hiervan heeft GVB op 12 juni 2012 het volgende persbericht gepubliceerd (hierna: het persbericht):

"De Raad van Commissarissen heeft op zaterdag 9 juni j.l. conclusies getrokken op basis van het onderzoeksrapport naar de aantijgingen van fraude zoals gepubliceerd in de Telegraaf op 31 maart en 5 mei 2012. De conclusies zijn op 10 juni besproken met de aandeelhouder [de gemeente Amsterdam, hof]. (...)

Conclusies Raad van Commissarissen GVB Holding NV (...), 9 juni 2012

Het onderzoek

Het onafhankelijke BDO-onderzoek is conform de opdracht van de Raad van Commissarissen uitgevoerd.

De hoor- en wederhoor procedure is gevolgd.

Een samenvatting toevoegen veroorzaakt verlies van nuance.

Het onderzoek geeft geen aanleiding verder onderzoek te laten uitvoeren.

Fraude

- Het BDO rapport weerlegt de aantijgingen van fraude zoals gepubliceerd in De Telegraaf.

- Behoudens een relatief klein en indertijd meteen door directie afgewikkeld incident is geen fraude vastgesteld.

Naleving wet- en regelgeving

- Er zijn feiten vastgesteld van (het vermoeden van) het opzettelijk negeren van geldende wet- en regelgeving en/of het negeren van interne GVB regels.

- Meerdere malen blijken doelredeneringen gevolgd te zijn in het kader van Europese, nationale en/of interne aanbestedingsregels.

Good governance

- Uit het feitencomplex blijkt dat er structureel sprake is geweest van bestuurlijk gedrag dat niet voldoet aan de regels van good governance. Dit betreft aspecten van regels van integriteit, rechtmatigheid, doelmatigheid en verantwoordelijkheid.

- Deze constatering betreft de toenmalige directie.

- M.b.t. een functionaris heeft een indertijd afgewikkeld integriteitsissue gespeeld.

Consequenties

- Gezien de uitdagingen (o.a. aanbesteding) waarvoor het GVB gesteld staat, in combinatie met voorgaande conclusies, moet geconcludeerd worden dat de heren [bestuurslid 1] en [bestuurslid 2] als (statutair) directeuren niet gehandhaafd kunnen worden. Een passende oplossing voor de afwikkeling hiervan zal worden gezocht."

3.7

In het jaarverslag van GVB over het boekjaar 2012 (hierna: het jaarverslag 2012) is over deze kwestie opgenomen:

" Kernpunten in verslagjaar

Het belangrijkste agendapunt in het verslagjaar was het gereedmaken van GVB voor de nieuwe concessieperiode, (...). Tevens heeft de RvC in het verslagjaar, naast het reguliere toezicht, de meeste aandacht besteed aan het in opdracht van de RvC uitgevoerde forensisch onderzoek in verband met de veronderstelde fraude, het hieruit resulterende actieplan, de hieruit resulterende wijzigingen in de directiesamenstelling, (...).

Vermeende onregelmatigheden

Op 31 maart 2012 werd er in De Telegraaf een artikel gepubliceerd waarin een aantal veronderstelde fraudes en vermeende onregelmatigheden werden beschreven binnen GVB.

Opdracht tot forensisch onderzoek

In april 2012 heeft de RvC, naar aanleiding van deze berichtgeving, opdracht gegeven tot een forensisch onderzoek. Deze opdracht, die primair de periode 2006 tot en met 2008 betrof, is uitgevoerd door onafhankelijk accountantsbureau BDO. (...)

Conclusies RvC

De RvC heeft uit dit onderzoek geconcludeerd dat van fraude, zoals in de media werd gesuggereerd, geen sprake is geweest, maar dat er wel feiten zijn vastgesteld van (het vermoeden van) het opzettelijk negeren van geldende wet- en regelgeving en/of het negeren van interne regels. Meerdere malen blijken doelredeneringen te zijn gevolgd in het kader van Europese, nationale en/of interne aanbestedingsregels. Bovendien blijkt dat er structureel sprake is geweest van bestuurlijk gedrag dat niet voldoet aan de regels van goede governance. Dit betreft aspecten van regels van integriteit, rechtmatigheid, doelmatigheid en verantwoordelijkheid die alle betrekking hebben op de toenmalige directie.

Consequenties directie

Gezien de uitdagingen waarvoor GVB gesteld stond - waaronder de destijds nog actueel zijnde aankomende aanbesteding - in combinatie met voorgaande conclusies, heeft de RvC geconcludeerd dat de heren [bestuurslid 1] en [bestuurslid 2] , ondanks de waardering voor de prestaties die zij in de voorafgaande jaren hebben geleverd, niet konden aanblijven als statutair directeuren."

3.8

Het jaarverslag 2012 is medio 2013 gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Amsterdam en is toen ook op de website van GVB geplaatst.

4 De procedure bij de voorgaande instanties

5 De vordering in de procedure na verwijzing

6 De verdere beoordeling

7 Beslissing