Home

Gerechtshof Den Haag, 02-12-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2604, 200.342.472/01

Gerechtshof Den Haag, 02-12-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2604, 200.342.472/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
2 december 2025
Datum publicatie
7 januari 2026
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2025:2604
Formele relaties
Zaaknummer
200.342.472/01

Inhoudsindicatie

Besluitvorming inzake verkoop familiebedrijf. Is sprake van onrechtmatig handelen door bestuurder en tijdelijk OK-benoemde commissaris bij (besluit tot) verkoop van familiebedrijf tegen de wil van erfgenaam/certificaathouder die het bedrijf zelf had willen voortzetten. Geen beperking opdracht OK-commissaris. In acht te nemen belangen.

Uitspraak

Civiel recht

Team Handel

Zaaknummer hof : 200.342.472/01

Zaak- en rolnummer rechtbank : C/10/650522 / HA ZA 23-14

Arrest van 2 december 2025

in de zaak van

[appellant] ,

wonend in [woonplaats 1] ,

appellant,

advocaat: mr. P. Quist, kantoorhoudend in Naaldwijk,

tegen

1 Holding [naam 2] B.V.,

gevestigd in Sliedrecht,

geïntimeerde,

advocaat: mr. M.V.A. Heuten, kantoorhoudend in Amsterdam,

2. Stichting Administratiekantoor [naam 3] Beheer Sliedrecht,

gevestigd in Sliedrecht,

geïntimeerde,

advocaat: mr. R.M. Leeuwenburgh, kantoorhoudend in Rotterdam,

3. [naam 3] Beheer Sliedrecht B.V.,

gevestigd in Sliedrecht,

geïntimeerde,

advocaat: mr. R.M. Leeuwenburgh, kantoorhoudend in Rotterdam,

4. Zuid-Holland Beheer B.V.,

gevestigd in Sliedrecht,

geïntimeerde,

advocaat: mr. M.V.A. Heuten, kantoorhoudend in Amsterdam,

5. [naam 4] Sliedrecht B.V.,

gevestigd in Sliedrecht,

geïntimeerde,

advocaat: mr. R.M. Leeuwenburgh, kantoorhoudend in Rotterdam,

6. [geïntimeerde 6],

wonend in [woonplaats 2] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. S.V. Stephenson, kantoorhoudend in Amsterdam,

7. [executeur-testamentair], in zijn hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van [erflaatster],

geïntimeerde,

advocaat: mr. S.V. Stephenson, kantoorhoudend in Amsterdam,

8. [geïntimeerde 8],

wonend in [woonplaats 3] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. R.M. Leeuwenburgh, kantoorhoudend in Rotterdam,

9. [geïntimeerde 9],

wonend in [woonplaats 4] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. R.M. Leeuwenburgh, kantoorhoudend in Rotterdam.

Het hof noemt partijen hierna [appellant] en geïntimeerden. Geïntimeerden worden afzonderlijk aangeduid als Holding [handelsnaam] , de STAK, [handelsnaam] Beheer, Zuid-Holland Beheer, [naam 4] , [geïntimeerde 6] , de erven van [erflaatster] , [geïntimeerde 8] respectievelijk [geïntimeerde 9] .

[handelsnaam] Beheer, de STAK, [naam 4] , [geïntimeerde 8] en [geïntimeerde 9] worden gezamenlijk aangeduid als [handelsnaam] Beheer c.s. Holding [handelsnaam] en Zuid-Holland Beheer worden hierna genoemd de [handelsnaam] -vennootschappen.

1 De zaak in het kort

1.1

[handelsnaam] Beheer en haar (klein)dochtervennootschappen vormen de [handelsnaam] -ondernemingen, een van oudsher familiebedrijf. De [handelsnaam] -ondernemingen houden zich sinds tientallen jaren bezig met onder meer het verkopen en verhuren van containerpontons en baggerbakken en overige diensten ten behoeve van baggerwerkzaamheden. [appellant] , [geïntimeerde 6] en [erflaatster] hebben na het overlijden van hun vader, [handelsnaam] sr., de certificaten in de STAK geërfd. De STAK houdt alle aandelen in [handelsnaam] Beheer. [handelsnaam] Beheer heeft de aandelen in haar dochtervennootschappen Holding [handelsnaam] , Zuid-Holland Beheer en [naam 4] verkocht en geleverd aan een derde. Ten tijde van de (besluiten tot) verkoop was [geïntimeerde 8] de bestuurder van de STAK en van [handelsnaam] Beheer en was [geïntimeerde 9] OK-benoemde commissaris bij Holding [handelsnaam] . [appellant] was het met deze verkoop niet eens. Hij had de [handelsnaam] -ondernemingen zelf willen voortzetten. Bij de rechtbank heeft [appellant] vernietiging van de (besluiten tot) verkoop gevorderd en heeft de betrokkenen bij de (besluiten tot) verkoop aangesproken tot schadevergoeding uit onrechtmatige daad.

1.2

De rechtbank heeft deze vorderingen afgewezen. In hoger beroep heeft [appellant] zijn vordering tegen [geïntimeerde 6] en de erven van [erflaatster] ingetrokken en zich ten aanzien van de overige geïntimeerden beperkt tot zijn vordering tot vervangende schadevergoeding. Het hof verklaart [appellant] niet ontvankelijk in het hoger beroep ten aanzien van [geïntimeerde 6] en de erven van [erflaatster] en wijst, net als de rechtbank, de vordering tot schadevergoeding jegens de overige geïntimeerden af.

2 Procesverloop in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:

-

de dagvaarding van 27 mei 2024, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 28 februari 2024;

-

de memorie van grieven van [appellant] , met producties;

-

de memorie van antwoord van [handelsnaam] Beheer c.s.;

-

het bericht van Holding [handelsnaam] en Zuid-Holland Beheer dat zij zich aansluiten bij de memorie van antwoord van [handelsnaam] Beheer c.s.;

-

de memorie van antwoord van [geïntimeerde 6] en [erflaatster] .

2.2

Op 4 november 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht, mr. Quist en mr. Leeuwenburgh aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd.

3 Feitelijke achtergrond

4 Procedure bij de rechtbank

5 Vordering in hoger beroep

6 Beoordeling in hoger beroep

7 Beslissing