Gerechtshof Den Haag, 18-11-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2670, 200.354.983/01
Gerechtshof Den Haag, 18-11-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2670, 200.354.983/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 18 november 2025
- Datum publicatie
- 15 januari 2026
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2670
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2025:9293, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.354.983/01
Inhoudsindicatie
Didamzaak in kort geding. Voorgenomen huurovereenkomst mbt perceel grond op verzorgingsplaats Varakker. Enig serieuze gegadigde? Is vereiste Wbr-vergunning aan te merken als objectief, toetsbaar en redelijk toetsingscriterium als in Didamarresten bedoeld?
Uitspraak
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.354.983/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/681020 / KG ZA 25-172
Arrest in kort geding van 18 november 2025 (bij vervroeging)
in de zaak van
Shell Nederland Verkoopmaatschappij B.V.,
gevestigd in Rotterdam ,
appellante,
advocaat: mr. W.J.E. Van der Werf, kantoorhoudend in Den Haag,
tegen
1. Staat der Nederlanden (Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Rijksvastgoedbedrijf),
gevestigd in Den Haag ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. M.F. Mesu-Abbekerk, kantoorhoudend in Den Haag,
en
gevestigd in Amsterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. L.P.W. Mensink, kantoorhoudend in Amsterdam.
Het hof noemt partijen hierna Shell , de Staat en Fastned .
1 De zaak in het kort
In dit kort geding gaat het om de vraag of de Staat onrechtmatig handelt door een huurovereenkomst aan te gaan met Fastned voor een perceel grond op de verzorgingsplaats Varakker, gelegen aan de A15. Op die verzorgingsplaats exploiteert Shell een tankstation en Fastned een e-laadstation.
Fastned wil extra grond huren om haar e-laadstation te kunnen voorzien van een wachtvoorziening/shop met vijf parkeerplaatsen. Voor die aanvullende voorziening heeft Fastned een publiekrechtelijke vergunning verkregen. Deze vergunning is nog niet onherroepelijk.
De Staat is van plan om het perceel grond voor de wachtvoorziening/shop aan Fastned te verhuren. Shell wil echter ook een kans maken om het perceel grond te huren. Zij vordert daarom dat de Staat wordt verboden om de grond aan Fastned te verhuren en dat de Staat voor de huurovereenkomst eerst een openbare selectieprocedure doorloopt.
De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van Shell afgewezen. Het hof sluit zich daarbij aan en licht in dit arrest toe waarom.
2 Procesverloop in hoger beroep
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
- -
-
de dagvaarding in spoedappel van 14 mei 2025, met grieven en bijlagen, waarmee Shell in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 16 april 2025;
- -
-
de memorie van antwoord van de Staat , met bijlagen;
- -
-
de memorie van antwoord van Fastned , met bijlagen;
- -
-
de (op voorhand ingediende) akte houdende overlegging producties, met bijlagen, die Shell ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
Op 16 oktober 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd.
3 Feitelijke achtergrond
De Staat is eigenaar van (vrijwel) alle gronden langs de Nederlandse rijkswegen waarop verzorgingsplaatsen zijn gevestigd, waaronder de verzorgingsplaats Varakker langs de A15. Het vergunningenbeleid van de Staat voor de exploitatie van voorzieningen op de verzorgingsplaatsen is neergelegd in de Kennisgeving Voorzieningen op verzorgingsplaatsen langs rijkswegen van 22 maart 20041, zoals nadien meerdere keren gewijzigd, laatstelijk op 22 december 20232 (hierna: Kennisgeving). De Kennisgeving maakt onderscheid tussen basisvoorzieningen (benzinestation, wegrestaurant, servicestation en energielaadpunten) en aanvullende voorzieningen, zoals gemakswinkels (‘shops’) en autowasstraten.
Tot 1 januari 2024 was voor het realiseren en exploiteren van een basis- of aanvullende voorziening een publiekrechtelijke vergunning vereist zoals bedoeld in art. 2 lid 1 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr). Vanaf die datum is de vergunningsplicht geregeld in de Omgevingswet, maar op grond van het overgangsrecht blijft op aanvragen van vóór 1 januari 2024 de Wbr van toepassing.
Wbr-vergunningaanvragen worden ingevolge de Kennisgeving getoetst op onder meer de gevolgen voor de verkeersveiligheid, de beschikbare ruimte op de verzorgingsplaats, de doelmatige inrichting van de verzorgingsplaats, het functionele belang voor de weggebruiker en de gevolgen voor de sociale veiligheid. Voor aanvullende voorzieningen geldt bovendien een aantal extra eisen, waaronder de eis dat deze geclusterd moeten worden gerealiseerd bij een basisvoorziening (cluster-eis), hetgeen in de meeste gevallen meebrengt dat deze moeten zijn gelegen op het perceel van de basisvoorziening of daaraan direct aangrenzend c.q. in de nabijheid daarvan3. In de Kennisgeving is verder sinds 17 mei 2022 bepaald dat het bij de aanvragen gaat om de volgorde van binnenkomst en dat, als niet alle aanvragen kunnen worden gehonoreerd, de volledige aanvraag die als eerste is ingediend wordt beoordeeld (‘first come first serve’)4.
Voor het realiseren en exploiteren van een basis- of aanvullende voorziening op een verzorgingsplaats moet, behalve over een Wbr-vergunning van de wegbeheerder (Rijkswaterstaat), eveneens worden beschikt over privaatrechtelijke toestemming van de Staat (Rijksvastgoedbedrijf) voor het gebruik (huur) van de grond. Bij brief van 25 oktober 2023 heeft Rijksvastgoedbedrijf marktpartijen wat betreft de uitgifteprocedure voor aanvullende voorzieningen als volgt geïnformeerd:
“Het komt regelmatig voor dat een huurder op een verzorgingsplaats een Wbr-vergunning van Rijkswaterstaat verkrijgt voor een aanvullende voorziening die niet of niet geheel binnen het gehuurde perceel valt. Het Rijksvastgoedbedrijf moet vervolgens beoordelen of de Staat privaatrechtelijke toestemming kan geven voor het gebruik van het betreffende perceel grond. Teneinde te voldoende aan het zogenaamde Didam-arrest van 26 november 2021 van de Hoge Raad heeft het Rijksvastgoedbedrijf nu de toetsingscriteria en de procedure voor het geven van privaatrechtelijke toestemming voor aanvullende voorzieningen op verzorgingsplaatsen in de bijlage beschreven. Deze criteria en procedure zullen ook op (...) gepubliceerd worden.
Ik wijs u er uitdrukkelijk op dat de vergunninghouder zelf het Rijksvastgoedbedrijf moet benaderen voor het vragen van privaatrechtelijke toestemming en dat zonder privaatrechtelijke toestemming de grond niet in gebruik genomen mag worden.”
In de bijlage waarnaar in de voornoemde brief wordt verwezen heeft Rijksvastgoedbedrijf vier toetsingscriteria beschreven waaraan moet zijn voldaan om voor een privaatrechtelijke toestemming (huurovereenkomst) ten behoeve van een aanvullende voorziening in aanmerking te komen: (1) het verzoek om privaatrechtelijke toestemming moet schriftelijk zijn ingediend onder overlegging van de betreffende Wbr-vergunning, (2) de verzoeker moet beschikken over een geldige Wbr-vergunning en (3) de te verlenen toestemming mag niet in strijd zijn met wet- en regelgeving of (4) met rechten van derden.
Shell exploiteert op de Varakker een benzinestation met shop en vier elektrische laadplekken als basisvoorziening. Fastned exploiteert daar sinds 30 juli 2013 een energielaadpunt met twee snellaadpalen als basisvoorziening. De Wbr-vergunning en de met Fastned gesloten huurovereenkomst hebben beide een looptijd van vijftien jaar en zij eindigen dus per 31 juli 2028.
Op 2 december 2022 heeft Fastned een aanvraag ingediend bij Rijkswaterstaat voor een Wbr-vergunning voor het realiseren en exploiteren van een wachtvoorziening/shop met vijf parkeerplaatsen als aanvullende voorziening bij haar energielaadpunt op de Varakker. Deze aanvrage en de ontwerpvergunning hebben van 16 november 2023 tot en met 28 december 2023 ter inzage gelegen. Shell heeft op 22 december 2023 en, aanvullend, op 25 januari 2024 een zienswijze ingediend. Bij beschikking van 5 april 2024 is de aangevraagde vergunning aan Fastned verleend tot 30 juli 2028. Het daartegen door Shell ingestelde beroep is door de rechtbank Rotterdam op 28 mei 2025 ongegrond verklaard. Shell is van die uitspraak in hoger beroep gegaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Op dat hoger beroep is nog niet beslist.
Op 28 december 2023 heeft AECOM Netherlands B.V. (hierna: AECOM) namens Shell een aanvrage ingediend voor een Wbr-vergunning voor het realiseren en exploiteren van en wachtvoorziening/shop als aanvullende voorziening bij haar laadstation op verzorgingsplaats Varakker. Bij brief van 30 mei 2024 heeft Rijkswaterstaat aan AECOM laten weten voornemens te zijn de aangevraagde vergunning te weigeren onder meer omdat niet werd voldaan aan de geldende criteria uit de Kennisgeving. Bij e-mail van 25 oktober 2024 heeft AECOM laten weten haar vergunningaanvraag in te trekken.
Op 17 december 2024 heeft de Staat (Rijksvastgoedbedrijf) het voornemen (hierna: het Voornemen) bekend gemaakt tot het sluiten van een huurovereenkomst met Fastned voor het kunnen realiseren van de op 5 april 2024 vergunde wachtvoorziening/shop. De huur heeft betrekking op een perceel van 493 m2 en kent een looptijd tot 1 augustus 2028. In het Voornemen heeft de Staat het volgende opgenomen:
“ Voornemen tot overeenkomst: Aanvullende voorziening op verzorgingsplaats Varakker
Het Rijksvastgoedbedrijf is van mening dat onderstaande overeenkomst gesloten kan worden met de beoogde wederpartij, omdat het onderliggende verzoek voldoet aan de toetsingscriteria (....).
Andere partijen kunnen zich voor de sluitingstijd als potentiële gegadigde voor onderstaande locatie melden bij het Rijksvastgoedbedrijf door schriftelijk en gemotiveerd met overlegging van bewijsstukken aan te geven dat zij ook aan de toetsingscriteria voldoen.”
Shell heeft op 14 januari 2025 door middel van indiening van een reactieformulier (tijdig) bezwaar gemaakt tegen het Voornemen. In het formulier verklaart Shell als potentieel gegadigde belang te hebben bij een huurovereenkomst voor het desbetreffende perceel ten behoeve van het realiseren van een eigen aanvullende voorziening. Shell verklaart dat zij kan voldoen aan de daarvoor geldende toetsingscriteria.
Bij brief van 27 januari 2025 laat de Staat aan Shell weten te hebben vastgesteld dat Shell in ieder geval niet voldoet aan het criterium dat moet worden beschikt over een geldige Wbr-vergunning voor de betreffende grond en dat, nu Fastned wel aan de criteria voldoet, hij overgaat tot uitvoering van het Voornemen.