Home

Gerechtshof Den Haag, 21-01-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:27, 200.333.329/01

Gerechtshof Den Haag, 21-01-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:27, 200.333.329/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
21 januari 2025
Datum publicatie
18 februari 2025
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2025:27
Formele relaties
Zaaknummer
200.333.329/01

Inhoudsindicatie

Kartelschade. Artikel 7 lid 1 Rv. Bevoegdheid van de Nederlandse rechter. Vorderingen tegen een Braziliaanse venootschap wegens inbreuk op het Braziliaanse mededingingsrecht. Vraag naar de voldoende samenhang met vorderingen tegen Nederlandse vennootschappen op grond van een gestelde hoofdelijke aansprakelijkheid naar Braziliaans recht voor het handelen van de Braziliaanse gedaagde.

Uitspraak

Civiel recht

Team Handel

Zaaknummer hof : 200.333.329/01

Zaaknummer rechtbank : C/09/632778 / HA ZA 22-633

Arrest van 21 januari 2025

in de zaak van

Stichting Claim Gran Petro,

gevestigd in Den Haag,

appellante,

advocaat: mr. M.H.J. van Maanen, kantoorhoudend in Den Haag,

tegen

1 Raízen S.A.,

gevestigd in Rio de Janeiro, Brazilië,

2. Shell Brazil Holding B.V.,

gevestigd in Den Haag,

3. Shell plc,

gevestigd in Londen, Verenigd Koninkrijk,

geïntimeerden,

advocaat: mr. J.M. Luycks, kantoorhoudend in Amsterdam.

Het hof noemt partijen hierna Stichting Claim GP, Raízen, Shell Brazil en Shell plc, appellanten tezamen Raízen c.s.

1 De zaak in het kort

1.1

Stichting Claim GP vordert kort gezegd dat de Nederlandse rechter voor recht verklaart dat Raízen c.s. wegens een inbreuk op het Braziliaanse mededingingsrecht onrechtmatig heeft gehandeld jegens een concurrent en hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die deze als gevolg van die inbreuk heeft geleden. Aan de orde is de vraag of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om kennis te nemen van de vordering tegen Raízen. Het hof komt tot de conclusie dat dat niet het geval is omdat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 7 lid 1 Rv.

2 Procesverloop in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:

- de dagvaarding van 16 augustus 2023 waarmee Stichting Claim GP in hoger beroep is gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag van 17 mei 20231;

-

de memorie van grieven van Stichting Claim GP, met bijlagen;

-

de memorie van antwoord van Raízen c.s., met bijlagen;

-

de bijlagen GP49 en GP50 die Stichting Claim GP ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd;

-

de bijlagen R15 tot en met R17 die Raízen c.s. ter gelegenheid van dezelfde mondelinge behandeling heeft overgelegd.

2.2

Op 1 oktober 2024 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten, in het geval van Raízen c.s. mr. T. Drenth, kantoorgenoot van mr. Luycks, hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd.

3 Achtergrond

4 Procedure bij de rechtbank

5 Vorderingen in hoger beroep

6 Beoordeling in hoger beroep

7 Beslissing