Home

Gerechtshof Den Haag, 04-02-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:278, 200.315.290/01

Gerechtshof Den Haag, 04-02-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:278, 200.315.290/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
4 februari 2025
Datum publicatie
25 maart 2025
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2025:278
Formele relaties
Zaaknummer
200.315.290/01

Inhoudsindicatie

In deze zaak vordert een faillissementscurator schadevergoeding wegens benadeling van schuldeisers. Het hof wijst deze vordering toe. Naar het oordeel van het hof was vanaf 1 januari 2017, zeven maanden voor de faillietverklaring, voortzetting van de steeds verlieslatende ondernemingsactiviteiten zonder deugdelijke financiering ernstig verwijtbaar. Verpandingen en leveringen aan groepsmaatschappijen in deze periode heeft de curator met succes vernietigd (artikel 47 Fw).

Uitspraak

Civiel recht

Team Handel

Zaaknummer hof : 200.315.290/01

Zaaknummer rechtbank : C/10/605404 / HA ZA 20-961

Arrest van 4 februari 2025

in de zaak van

[curator] in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van MVM Schiedam B.V.,

kantoorhoudend in Rotterdam,

appellant,

advocaat: mr. J.G.M. Roijers, kantoorhoudend in Rotterdam,

tegen

1 [geïntimeerde] ,

wonend in [woonplaats] ,

2. Minerva Holding & Investments B.V.,

gevestigd in Rotterdam,

3. MV Nederland B.V.,

gevestigd in Schiedam,

4. Hyperion Consultancy B.V.,

gevestigd in Rotterdam,

geïntimeerden,

advocaat: mr. A.P. Macro, kantoorhoudend in Amsterdam.

Het hof zal partijen hierna noemen: de curator, [geïntimeerde] , Minerva, MV Nederland en Hyperion, geïntimeerden gezamenlijk ook [geïntimeerde] c.s.

1 De zaak in het kort

In deze zaak vordert een faillissementscurator schadevergoeding wegens benadeling van schuldeisers. Het hof wijst deze vordering toe. Naar het oordeel van het hof was vanaf 1 januari 2017, zeven maanden voor de faillietverklaring, voortzetting van de steeds verlieslatende ondernemingsactiviteiten zonder deugdelijke financiering ernstig verwijtbaar. Verpandingen en leveringen aan groepsmaatschappijen in deze periode heeft de curator met succes vernietigd (artikel 47 Fw).

2 Procesverloop in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:

-

de dagvaarding van 11 mei 2022, waarmee de curator in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 13 april 2022 (hierna ook: het bestreden vonnis)

-

de memorie van grieven van de curator, met productie 1

-

de memorie van antwoord van [geïntimeerde] c.s.

-

het tussenarrest van 6 februari 2024

-

de producties 2-6 van de curator en de producties 9 en 10 van [geïntimeerde] c.s.

2.2

Op 13 juni 2024 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij hebben voor de curator mr. R. Wijn, advocaat te Rotterdam, en voor [geïntimeerde] c.s. mr. A.R.J. Borsboom, advocaat te Rotterdam, en mr. Macro voornoemd, de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd.

3 Feitelijke achtergrond

4 Procedure bij de rechtbank; vorderingen in hoger beroep

5 Beoordeling in hoger beroep

6 Beslissing