Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 06-12-2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:5410, 200.168.362_01

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 06-12-2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:5410, 200.168.362_01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
6 december 2016
Datum publicatie
8 december 2016
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2016:5410
Formele relaties
Zaaknummer
200.168.362_01
Relevante informatie
Burgerlijk Wetboek Boek 7 [Tekst geldig vanaf 12-02-2025 tot 01-07-2025] art. 853

Inhoudsindicatie

Borgtocht aangegaan in de normale uitoefening van het bedrijf. Is de vordering op de hoofdschuldenaar verjaard en de borgtocht ingevolge artikel 7:853 BW teniet gegaan. Aanhouding van de zaak in verband arrest Hof Den Haag van 29 september 2015 (ECLI: NL:GHDHA:2015:2525, JOR 2016, 101).

Uitspraak

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.168.362/01

arrest van 6 december 2016

in de zaak van

Coöperatieve Rabobank [regio] U.A.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,

hierna aan te duiden als Rabobank,

advocaat: mr. J.G.M. Roijers te Rotterdam,

tegen

1 [geïntimeerde 1] ,

2. [geïntimeerde 2] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerden in principaal hoger beroep,

appellanten in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,

hierna gezamenlijk in vrouwelijk enkelvoud aan te duiden als [geïntimeerde 1] c.s.

en ieder afzonderlijk als [geïntimeerde 1] en de echtgenote van [geïntimeerde 1] ,

advocaat: mr. J.P. Franx te Amsterdam,

op het bij exploot van dagvaarding van 8 april 2015 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 14 januari 2015, door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda gewezen tussen Rabobank als eiseres en [geïntimeerde 1] c.s. als gedaagden.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/274061/HA ZA 13-948)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding in hoger beroep met grieven;

-

de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep met producties;

-

de memorie van antwoord in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep met producties;

-

de akte van [geïntimeerde 1] c.s. van 8 september 2015;

-

de antwoordakte van Rabobank van 6 oktober 2015.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling

4 De uitspraak