Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15-01-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:125, 200.168.362_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15-01-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:125, 200.168.362_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 15 januari 2019
- Datum publicatie
- 16 januari 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2019:125
- Formele relaties
- Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:5410
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2020:1310, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.168.362_01
- Relevante informatie
- Burgerlijk Wetboek Boek 2 [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 23c, Burgerlijk Wetboek Boek 3 [Tekst geldig vanaf 08-11-2024 tot 01-07-2025] art. 320, Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 194, Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 137c, Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 36, Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 137g, Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 193
Inhoudsindicatie
Verjaart vordering bank op hoofdschuldenaar in geval van vereenvoudigde afwikkeling faillissement? Maw: is de regel uit het arrest van de Hoge Raad van 30 juni 2017 ook van toepassing in geval van een vereenvoudigde afwikkeling van het faillissement?
Dit arrest is het vervolg op het tussenarrest van dit hof van 6 december 2016, in welk arrest de zaak is aangehouden in afwachting van een arrest van de Hoge Raad in een vergelijkbare zaak. In het arrest van 30 juni 2017 heeft de Hoge Raad, kort samengevat, overwogen dat uit artikel 2:23c lid 2 BW in verbinding met artikel 3:320 BW volgt dat wanneer een verjaringstermijn zou aflopen gedurende het tijdvak waarin de vennootschap had opgehouden te bestaan of binnen zes maanden na heropening van de vereffening, die verjaringstermijn voortloopt totdat zes maanden na de heropening zijn verstreken en dat heropening geen vereiste is voor het (voort)lopen van de verjaringstermijn.
In de onderhavige zaak oordeelt het hof dat deze regel ook van toepassing is in de onderhavige zaak, waarin het faillissement vereenvoudigd is afgewikkeld. Ingeval er een nagekomen bate opkomt, moet in dat geval de vereffening worden heropend op grond van artikel 194 Fw, welk artikel op grond van artikel 137c lid 3 Fw van toepassing is.
Uit de artikelen 36, 137c, 137g, 193 en 194 Fw, in verbinding met artikel 3:320 BW, volgt dat een lopende verjaringstermijn niet afloopt zolang een vereffening in faillissement niet is heropend op de voet van artikel 194 Fw. Dit brengt mee dat ook na een vereenvoudigde afwikkeling van een faillissement de heropening van de vereffening in faillissement geen vereiste is voor het (voort)lopen van de verjaringstermijn.
Uitspraak
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.168.362/01
arrest van 15 januari 2019
in de zaak van
Coöperatieve Rabobank [vestigingsnaam] U.A.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante in principaal appel,
geïntimeerde in voorwaardelijk incidenteel appel,
hierna aan te duiden als: Rabobank
advocaat: mr. Chr. Groenewoud te Rotterdam,
tegen:
1 [geïntimeerde 1] ,
2. [geïntimeerde 2] ,
beiden wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden in principaal appel,
appellanten in voorwaardelijk incidenteel appel,
hierna gezamenlijk aan te duiden als [geïntimeerden c.s.]
en ieder afzonderlijk als [geïntimeerde 1] en de echtgenote van [geïntimeerde 1] ,
advocaat: mr. J.P. Franx te Amsterdam,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 6 december 2016 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder nummer C/02/274061/HA ZA 13-948 gewezen vonnis van 14 januari 2015.
5 Het tussenarrest van 6 december 2016
Bij genoemd arrest is de zaak naar de rol van 7 maart 2017 verwezen voor het nemen van een akte aan de zijde van Rabobank en een antwoordakte aan de zijde van [geïntimeerden c.s.] Iedere verdere beslissing is aangehouden.
6 Het verdere verloop van de procedure
Rabobank heeft op 1 augustus 2017 een akte uitlating (met productie) genomen.
[geïntimeerden c.s.] hebben op 29 augustus 2017 een antwoordakte na tussenarrest genomen onder overlegging van de productie 13.
Partijen hebben hun zaak op 13 november 2018 doen bepleiten, Rabobank door mr. Chr. Groenewoud en [geïntimeerden c.s.] door mr. J.P. Franx. Beide advocaten hebben gepleit aan de hand van overgelegde pleitnotities. Voorafgaand aan het pleidooi heeft Rabobank tijdig een productie overgelegd. Partijen hebben ermee ingestemd dat het hof recht doet op de op
voorhand in kopie toegezonden gedingstukken.