Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18-08-2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3646, 200.220.555_01 en 02

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18-08-2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3646, 200.220.555_01 en 02

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18 augustus 2017
Datum publicatie
23 januari 2018
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2017:3646
Zaaknummer
200.220.555_01 en 02

Inhoudsindicatie

Gezag.

Verhuizing Engeland.

Uitspraak

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 18 augustus 2017

Zaaknummers: 200.220.555/01 (hoofdzaak)

200.220.555/02 (schorsing uitvoerbaarheid bij voorraad)

Zaaknummer eerste aanleg: C/03/234101 / FA RK 17-1324

in de zaak in hoger beroep van:

[appellant] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

appellant,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. M.M.E. Rietjens,

tegen

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

verweerster,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. J.M.H. Vullings.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

vestiging: [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen: de raad.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 14 juli 2017, bekend onder voormeld zaaknummer. Bij voornoemde – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking heeft de rechtbank vervangende toestemming aan de moeder verleend om met ingang van 1 augustus 2017 met de minderjarige dochter van partijen, [minderjarige] (hierna te noemen: [minderjarige] ), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2011, te verhuizen naar [woonplaats 2] , Engeland. Voorts heeft de rechtbank vervangende toestemming aan de moeder verleend om [minderjarige] met ingang van het schooljaar 2017/2018 in te schrijven bij High Down School te [woonplaats 2] , Engeland. Tot slot heeft de rechtbank het aan de beschikking van de rechtbank Limburg van 6 januari 2016 gehechte ouderschapsplan d.d. 26 november 2015 gewijzigd voor wat betreft de regeling in de verdeling van de zorg en opvoedingstaken op de in de bestreden beschikking aangegeven wijze.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 3 augustus 2017, heeft de

vader verzocht de werking van de voormelde beschikking te schorsen en voormelde beschikking te vernietigen, en opnieuw rechtdoende,

primair

-

de inleidende verzoeken van de moeder af te wijzen;

-

te bepalen dat partijen een co-ouderschapsregeling over [minderjarige] zullen uitoefenen in die zin dat zij de zorg over [minderjarige] 50-50 zullen verdelen;

-

de raad met een onderzoek te belasten om te onderzoeken of een emigratie naar Engeland in het belang van [minderjarige] is en welke zorgverdeling in het belang van [minderjarige] is;

-

ingevolge artikel 1:250 BW een bijzondere curator te benoemen om [minderjarige] te vertegenwoordigen;

subsidiair

-

een contactregeling te bepalen tussen de vader en [minderjarige] die recht doet aan hun onderlinge band, met in ieder geval 25 contactmomenten per jaar en waarbij de meeste contacten in Nederland plaats zullen vinden;

-

een ruime financiële compensatie door de moeder aan de vader.

2.2.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 10 augustus 2017, heeft de moeder verzocht de vader in zijn hoger beroep niet ontvankelijk te verklaren, althans de verzoeken van de vader in hoger beroep af te wijzen.

2.3.

Bij journaalbericht met producties, ingekomen ter griffie op 10 augustus 2017, heeft de vader zijn subsidiaire verzoek gewijzigd en gespecificeerd en het hof verzocht om:

-

een contactregeling te bepalen tussen de vader en [minderjarige] die recht doet aan hun onderlinge band met 21 contactmomenten, waarvan 4 in Engeland (ieder jaargetijde) en 17 in Nederland;

-

te bepalen dat de moeder de vader een financiële compensatie dient te betalen van € 1.750,- per 4 contactmomenten in Engeland;

-

te bepalen dat de moeder de vader een financiële compensatie dient te betalen voor de door de vader gemaakte juridische kosten, waaronder de kosten voor een advocaat en het griffierecht in beide instanties, in goede justitie door het hof te bepalen.

2.4.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 augustus 2017. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

-

de vader, bijgestaan door mr. M.M.E. Rietjens;

-

de moeder, bijgestaan door mr. J.M.H. Vullings;

-

de raad, vertegenwoordigd door mr. [vertegenwoordiger van de raad] .

2.5.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

-

een journaalbericht van de vader met productie, ingekomen ter griffie op 14 augustus 2017;

-

de ter zitting door mr. Rietjens voorgedragen pleitnota.

3 De omvang van het geschil

3.1.

De vader voert in zijn appelschrift, zoals aangevuld ter zitting, samengevat het volgende aan. De vader heeft zwaarwegende bezwaren tegen de verhuizing van [minderjarige] naar Engeland. De verhuizing is niet noodzakelijk. De relatie van de moeder is niet duurzaam en bestendig. De moeder heeft haar kansen op de Nederlandse arbeidsmarkt niet onderzocht. De moeder en [minderjarige] zullen door de verhuizing volledig (financieel) afhankelijk zijn van de partner van de moeder. De moeder heeft de vader niet continue op de hoogte gehouden en/of betrokken bij de voorbereiding van de verhuizing. Een verhuizing zal de communicatie tussen de partijen (nog meer) verslechteren. Door de emigratie zal de continuïteit van de woon- en sociale leefomgeving van [minderjarige] worden doorbroken en het contact tussen [minderjarige] en de vader verminderen. Spontane omgangsmomenten zijn niet meer mogelijk, de omgangsregeling is niet meer flexibel en kan ook niet meer worden uitgebreid. Het contact tussen [minderjarige] en de vader wordt onacceptabel verminderd. Het contact tussen [minderjarige] en de vader kan na een verhuizing van [minderjarige] naar Engeland veelal niet meer in een voor beiden vertrouwde omgeving plaatsvinden. De contacten tussen de vader en de school van [minderjarige] zullen verdwijnen, althans verminderen. De kosten en reistijd zullen na de verhuizing van [minderjarige] aanzienlijk toenemen. De moeder stort zich met [minderjarige] in een onzekere situatie, nu er nog onduidelijkheid over de Brexit bestaat en dan met name over de mogelijkheid tot het verkrijgen van een verblijfsstatus en sociale zekerheden voor de moeder. Er is een toename van vreemdelingenhaat in Engeland. Er dient door de raad nader onderzoek te worden gedaan naar de vraag of een verhuizing naar Engeland in het belang van [minderjarige] is of een bijzondere curator te worden benoemd. De vader wil graag meer tijd doorbrengen met [minderjarige] . Hij gaat samenwonen met zijn huidige partner in Limburg. [minderjarige] is gebaat bij een gelijkwaardige verdeling van de zorg tussen haar ouders.

Subsidiair stelt de vader zich op het standpunt dat, indien de moeder met [minderjarige] naar Engeland mag verhuizen, dat er meer contactmomenten tussen hem en [minderjarige] moeten worden vastgesteld, waarbij het merendeel van de contacten in Nederland dienen plaats te vinden en de moeder aan de vader een financiële compensatie dient te betalen van € 1.750,- per vier bezoekmomenten in Engeland. De moeder dient in de proceskosten te worden veroordeeld.

3.2.

De moeder voert in haar verweerschrift, zoals aangevuld ter zitting, samengevat het volgende aan. Het is voor de moeder noodzakelijk om naar Engeland te verhuizen. De partner van de moeder heeft een vaste baan in Engeland en is ook omwille van een co-ouderschaps-regeling voor zijn zoon aan Engeland gebonden. Voorts heeft de moeder haar werkzaamheden als zelfstandige in Nederland moeten beëindigen. Zij heeft thans geen werk meer. De moeder heeft een stabiele en goede relatie met haar partner. Door de verkoop van de woning, spaargeld en – naar het zich laat zien – de start van een onderneming heeft de moeder voldoende financiële middelen om haar financiële onafhankelijkheid te behouden.

De moeder heeft haar wens om naar Engeland te verhuizen in oktober 2016 met de vader gedeeld en de vader sedertdien continue op de hoogte gehouden van alle ontwikkelingen rondom de voorgenomen verhuizing naar Engeland. De moeder heeft de vader geïnformeerd over de nieuwe leefomgeving van [minderjarige] . De communicatie tussen partijen is altijd goed geweest. Door de procedure verloopt de communicatie thans moeizaam. Een verandering van de woonomgeving betekent niet automatisch dat dit niet goed zou zijn voor [minderjarige] . [minderjarige] blijft haar contacten in [plaats 1] en [plaats 2] onderhouden. Er is sprake van een zeer uitgebreide zorgregeling waarbij de vader [minderjarige] – met het oog op de belasting van het reizen voor [minderjarige] – weliswaar vier keer per jaar minder ziet, maar per saldo wel minstens veertien dagen meer. Daarnaast kan er via de digitale weg contact plaatsvinden. Er hebben nimmer spontane extra contactmomenten tussen de vader en [minderjarige] plaatsgevonden. De moeder is bereid om in [woonplaats 2] een huiselijke plek voor de vader te regelen waar hij met [minderjarige] kan verblijven. Het staat de vader vrij om contact met de school van [minderjarige] te onderhouden en de moeder zal dit faciliteren. De moeder zal voorts nagenoeg alle kosten dragen die gepaard gaan met de contacten tussen [minderjarige] en de vader in Engeland, naast de reiskosten van [minderjarige] en haar naar Nederland. De Brexit zal geen gevolgen voor de moeder hebben. De moeder betwist dat sprake is van vreemdelingenhaat in Engeland. De vader heeft ter zitting in eerste aanleg verklaard in de beslissing van de rechtbank te zullen berusten. De moeder heeft na de beschikking en voorafgaand aan de melding van de vader dat hij hoger beroep zou aantekenen de nodige voorbereidingen voor de verhuizing naar Engeland getroffen. De door de moeder geregelde zaken kunnen niet meer worden teruggedraaid zonder financiële en emotionele schade. De moeder voert gemotiveerd verweer tegen het verzoek van de vader om de raad met een onderzoek te belasten en de benoeming van een bijzondere curator.

De vader heeft eerder nooit om een uitbreiding van de omgangsregeling met [minderjarige] verzocht. De moeder betwist gemotiveerd dat de vader in [woonplaats 3] gaat wonen. Het verzoek van de vader om het vaststellen van een co-ouderschapsregeling is bovendien praktisch niet uitvoerbaar.

Er is tenslotte geen reden om de moeder in de proceskosten te veroordelen.

3.3.

De raadsvertegenwoordiger adviseert de door de moeder verzochte verhuizing met [minderjarige] toe te staan en een fatsoenlijke omgangsregeling vast te stellen die in het belang van [minderjarige] is. Daarbij gaat het niet om een omgangsregeling die per definitief meer of minder contactmomenten omvat, maar om een regeling die voor [minderjarige] – in verband met de belasting van het reizen – haalbaar is. De communicatie tussen partijen is ten opzichte van voorheen mogelijk verslechterd. Dat is gezien deze situatie gebruikelijk, maar maakt niet dat de communicatie niet binnen afzienbare tijd weer kan verbeteren. Het is van belang dat de ouders met elkaar communiceren bij de uitvoering van de zorgregeling.

4 De motivering van de beslissing

5 De beslissing