Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-11-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:4153, 200.201.837_01

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-11-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:4153, 200.201.837_01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12 november 2019
Datum publicatie
13 november 2019
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2019:4153
Zaaknummer
200.201.837_01
Relevante informatie
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering [Tekst geldig vanaf 08-03-2025 tot 01-01-2026] art. 157

Inhoudsindicatie

Hoger beroep tegen een deelvonnis. Geen grieven tegen enkele deelbeslissingen en tegen tussenbeslissingen. Omvang geding in hoger beroep (rov 3.8.)

Inbreng economische eigendom? Dwingende bewijskracht onderhandse akte ex art. 157 lid 2 Rv? Uitleg onderhandse akte aan hand alleen (de bepalingen van) de akte zelf. Hoge Raad 22-12-2017, ECLI:NL:HR:2017:3263). Akte biedt geen dwingend bewijs. Gevolg: uitleg akte aan de hand van Haviltex (rov 3.13.-3.15.).

Uitspraak

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.201.837/01

arrest van 12 november 2019

in de zaak van

1 de commanditaire vennootschap

[de commanditaire vennootschap 1] , gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. de vennootschap onder firma

[de VOF] , gevestigd te [vestigingsplaats] ,

3. [appellante 3] ,

wonende te [woonplaats] ,

4. [appellante 4] ,gewoond hebbende te [woonplaats] ,

appellanten in principaal hoger beroep,

geïntimeerden in incidenteel hoger beroep,

hierna gezamenlijk aan te duiden als [appellanten c.s.] en afzonderlijk als respectievelijk [de commanditaire vennootschap 1] , [de VOF] , [appellante 3] en [appellante 4] ,

advocaat: mr. W.M. Bijloo te Middelharnis,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde in principaal hoger beroep,

appellant in incidenteel hoger beroep,

hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. J.J.R. Albicher te Roosendaal,

op het bij exploot van dagvaarding van 25 april 2016 ingeleide hoger beroep van de vonnissen van 13 november 2013, 2 april 2014 (hersteld bij vonnis van 14 mei 2014) en 27 januari 2016 (hersteld bij vonnis van 20 april 2016), door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, gewezen tussen [de commanditaire vennootschap 1] , [appellante 3] en [appellante 4] als gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie en [geïntimeerde] als eiser in conventie, verweerder in reconventie.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/12/85879 / HA ZA 12-263)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding in hoger beroep;

-

de memorie van grieven, met producties;

-

de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, met producties;

-

de akte rectificatie van [appellanten c.s.] in principaal hoger beroep, met een productie;

-

de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep, met producties;

-

de akte overlegging productie van [geïntimeerde] in principaal en incidenteel hoger beroep, met een productie;

-

de akte uitlating productie van [appellanten c.s.] in principaal en incidenteel hoger beroep.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling

4 De uitspraak