Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-02-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:502, 200.211.473_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-02-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:502, 200.211.473_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 12 februari 2019
- Datum publicatie
- 22 juli 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2019:502
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2020:483, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
- Zaaknummer
- 200.211.473_01
Inhoudsindicatie
Borgstelling. Het hof oordeelt dat er sprake is van een zakelijke borgstelling, omdat degene die de borgstelling afgaf, zo nauw verbonden is met en volledig financieel belang bij de bedrijfsresultaten van de vennootschap had, dat hij in de praktijk als ondernemer heeft te gelden. De borgstelling geschiedde voor rechtshandelingen die behoorden tot de normale uitoefening van het bedrijf van de vennootschap. Daaruit volgt dat het toestemmingsvereiste van artikel 1:88 BW lid 1 sub c en het bewijsvoorschrift van artikel 7:859 BW niet van toepassing zijn.
Uitspraak
Team Handelsrecht
zaaknummer gerechtshof 200.211.473/01
(zaaknummer rechtbank C/01/304054/HAZA 16-108)
arrest van 12 februari 2019
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: [appellant] ,
advocaat: mr. A.J. Exterkate,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[de vennootschap] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde in het principaal hoger beroep,
appellante in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. A.A. Bos.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 30 maart 2016 en 21 december 2016 die de rechtbank Oost-Brabant (locatie Eindhoven) heeft gewezen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep van 8 februari 2017,
- de memorie van grieven, met producties,
- de memorie van antwoord tevens van incidenteel hoger beroep, met producties,
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.
3 De vaststaande feiten
Het hof gaat in hoger beroep uit van de volgende feiten:
[geïntimeerde] voert een onderneming die zich onder meer bezighoudt met het uitzenden en uitlenen van personeel binnen de industrie, bouw en techniek.
Asbestverwijderings- en Milieutechniek [asbestverwijderings- en milieutechniek] B.V. hield zich onder meer bezig met asbestsanering en het slopen van bouwwerken. De statutaire naam van deze vennootschap is per 12 augustus 2015 gewijzigd in [gewijzigde statutaire naam van de vennootschap] (hierna: [gewijzigde statutaire naam van de vennootschap] ).
[beheer] beheer B.V. (hierna: [beheer] Beheer) is de bestuurder en enig aandeelhouder van [gewijzigde statutaire naam van de vennootschap] . [appellant] houdt 10,1 % van de aandelen in [beheer] Beheer, zijn vrouw [echtgenote van appellant en enige bestuurder van Beheer ] houdt 89,9% van de aandelen en is de enige bestuurder va [beheer] Beheer.
Tussen [geïntimeerde] en [gewijzigde statutaire naam van de vennootschap] bestond een handelsrelatie, in het kader waarvan partijen (inleen)overeenkomsten met betrekking tot personeel hebben gesloten.
Ter uitvoering van de (inleen)overeenkomsten heeft [geïntimeerde] aan [gewijzigde statutaire naam van de vennootschap] diverse werknemers ter beschikking gesteld. In dat kader heeft [geïntimeerde] meerdere facturen aan [gewijzigde statutaire naam van de vennootschap] verzonden. Deze facturen zijn, ondanks aanmaning, voor een bedrag van € 33.498,35 onbetaald gebleven.
Op 1 juni 2015 heeft KCF Ondersteuning (hierna: KCF), de (toenmalige) gemachtigde van [geïntimeerde] , voor zover relevant, de volgende e-mail verzonden aan [appellant] .
“Aan: [e-mailadres 1]
Goedemorgen meneer [appellant] ,
Ik heb overleg gehad met [medewerker van geintimeerde] .
Hij wil akkoord gaan met betaling over 2 weken uiterlijk 12 mei 2015, maar dan moet u vandaag een garantstelling opstellen en tekenen waarin staat dat u met u privé holding en privé garant staat voor het bedrag van € 48.062,35. (...)”
Op deze e-mail is dezelfde dag, voor zover relevant, als volgt gereageerd door [appellant] .
“(...) Ik heb uw mail in goede orde ontvangen.
Indien u een concept stuk op zou willen stellen dan stuur ik deze, ter goedkeuring, naar mijn adviseur zodat het e.e.a. geregeld zal worden.
Met vriendelijke groet,
[appellant] ”
Op 22 juni 2015 om 15:30 uur stuurt KCF, voor zover relevant, de volgende e-mail aan [appellant] .
“Aan: [appellant] < [e-mailadres 1] >, [e-mailadres 2] , [e-mailadres 3]
Goedemiddag meneer [appellant] ,
Als u voor 17.00 uur een borgstelling in Prive getekend dan wachten we tot aan het einde van de week. Stuurt hij het niet op dan gaat om 17.00 de aanvraag eruit. (...)”
Op 22 juni 2015 om 16:06 uur stuurt KCF een e-mail aan [geïntimeerde] met, voor zover relevant, de volgende inhoud.
“(...) Ik ben gebeld door de Advocaat van [appellant] , meneer [advocaat van legal experience] van Legal Experience. Hij gaf mij aan dat er echt een akkoord is met de gemeente en er vrijdag zo als het nu lijkt wordt betaald. (...)
Hij gaf aan meneer [appellant] een mail te laten opstellen waarin hij persoonlijk garant staat voor de betaling. Hij vond dit een zware garantie die wij wilden hebben. Ik ga er dus vanuit dat ik straks een mail ontvang van meneer [appellant]. (...)”
[appellant] heeft op 22 juni 2015 om 16:58 uur een e-mail met, voor zover relevant, de volgende inhoud aan de gemachtigde van [geïntimeerde] gezonden.
“(...) Zoals besproken doen wij er echt alles aan om de vordering van [geïntimeerde] zo spoedig te voldoen. U bent ermee bekend dat wij in overleg zijn met de gemeente en dat wij de vordering van [geïntimeerde] voldoen meteen zodra wij geld van de gemeente hebben ontvangen. U liet mij weten dat de heer [medewerker van geintimeerde] alleen afziet van het indienen van een faillissementsaanvraag indien ik mij persoonlijk borg stel voor de vordering van € 38.062,35.
Ik heb dan ook geen andere keuze dan hierbij te bevestigen dat ik mij – [appellant] – persoonlijk borg stel voor de voornoemde vordering van [geïntimeerde] . De borgtocht komt natuurlijk te vervallen zodra de vordering is voldaan.
Met vriendelijke groet,
[appellant] ”
[gewijzigde statutaire naam van de vennootschap] is op 18 augustus 2015 failliet verklaard.
Bij confraternele brief van 28 augustus 2015 heeft [echtgenote van appellant en enige bestuurder van Beheer ] zich beroepen op de vernietigbaarheid van de borgtocht.