Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 09-06-2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1747, 200.264.909_01

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 09-06-2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1747, 200.264.909_01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
9 juni 2020
Datum publicatie
12 april 2022
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2020:1747
Formele relaties
Zaaknummer
200.264.909_01
Relevante informatie
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering [Tekst geldig vanaf 08-03-2025 tot 01-01-2026] art. 118

Inhoudsindicatie

Artikel 2:15 lid 1 aanhef en sub b BW en artikel 2:8 BW. Besluiten die einde maken aan commissariaat en gezamenlijke zeggenschap familielid en 'ultimate beneficial owner' in familieonderneming vernietigbaar wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist.

Nakoming van terugbetalingsverplichtingen inzake rekening-courantschuld en lening. Verjaring van vorderingen bestuurdersaansprakelijkheid; toerekening aan vennootschap van kennis bestuurder en functionaris.

Uitspraak

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.264.909/01

arrest van 9 juni 2020

gewezen in het (voorwaardelijk) incident ex artikel 118 Rv in de zaak van

[[X ]] Holding B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat: mr. P. Haas te Rotterdam,

tegen

1 [geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] , Denemarken,

2. Luckey Establishment,gevestigd te [vestigingsplaats] , Liechtenstein,

geïntimeerden in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

advocaat: mr. G.H. Gispen te Rotterdam,

op het bij exploot van dagvaarding van 7 juni 2019 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 13 maart 2019, door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, gewezen tussen appellante – [[X ]] Holding – als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie en geïntimeerden – [geïntimeerde 1] en Luckey – als eisers in conventie, verweerders in reconventie.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/300388/ HA ZA 15-375)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis, het tussenvonnis van 18 november 2015 en het vonnis in incident van 16 november 2016.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding in hoger beroep;

-

de memorie van grieven met producties, verzoek ex artikel 392 Rv en incidentele vordering ex artikel 223 Rv;

-

de antwoordmemorie in het incident ex artikel 223 Rv;

-

de memorie van antwoord met producties, tevens houdende vermeerdering van eis en incidentele vordering ex artikel 118 Rv;

-

het arrest in het incident ex artikel 223 Rv van 11 februari 2020;

-

de antwoordmemorie in het incident ex artikel 118 Rv.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest in het incident ex artikel 118 Rv bepaald.

3 De beoordeling

4 De beslissing