Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29-03-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1015, 200.264.909_01 en 200.277.356_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29-03-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1015, 200.264.909_01 en 200.277.356_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 29 maart 2022
- Datum publicatie
- 12 april 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2022:1015
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2019:1450
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2023:1134, Bekrachtiging/bevestiging
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2023:1133, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.264.909_01 en 200.277.356_01
Inhoudsindicatie
Artikel 2:15 lid 1 aanhef en sub b BW en artikel 2:8 BW. Besluiten die einde maken aan commissariaat en gezamenlijke zeggenschap familielid en 'ultimate beneficial owner' in familieonderneming vernietigbaar wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist.
Nakoming van terugbetalingsverplichtingen inzake rekening-courantschuld en lening. Verjaring van vorderingen bestuurdersaansprakelijkheid; toerekening aan vennootschap van kennis bestuurder en functionaris.
Uitspraak
Team Handelsrecht
zaaknummers 200.264.909/01 en 200.277.356/01
arrest van 29 maart 2022
in zaak 200.264.909/01 van
[[ X ]] Holding B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als [[ X ]] Holding ,
advocaat: mr. P. Haas te Rotterdam,
tegen
1 [geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] , Denemarken,
2. Luckey Establishment,gevestigd te [woonplaats] , Liechtenstein,
geïntimeerden in principaal hoger beroep,
appellanten in incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde 1] , Luckey en gezamenlijk als [geïntimeerden] ,
advocaat: mr. A. Rosielle te Amsterdam,
als vervolg op het door het hof gewezen arrest in incident ex artikel 223 Rv van 11 februari 2020 en het arrest in (voorwaardelijk) incident ex artikel 118 Rv van 9 juni 2020 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, onder zaaknummer C/02/300388/ HA ZA 15-375 gewezen vonnis van 13 maart 2019 tussen [[ X ]] Holding als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, en [geïntimeerden] als eisers in conventie, verweerders in reconventie (hierna: Vonnis I),
en
in zaak 200.277.356/01 van
Stichting Administratiekantoor [[ X ]] Holding,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
hierna aan te duiden als STAK,
advocaat: mr. P. Haas te Rotterdam,
tegen
1 [geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] , Denemarken,
2. Luckey Establishment,gevestigd te [woonplaats] , Liechtenstein,
geïntimeerden,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde 1] , Luckey en gezamenlijk als [geïntimeerden] ,
advocaat: mr. A. Rosielle te Amsterdam,
op het bij exploot van dagvaarding van 3 april 2020 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, onder zaaknummer C/02/300388/ HA ZA 15-375 gewezen aanvullend vonnis van 8 januari 2020 tussen STAK als gedaagde en [geïntimeerden] als eisers (hierna: Vonnis II).
1 De procedure in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.