Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 07-04-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1150, 200.275.463_01

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 07-04-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1150, 200.275.463_01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
7 april 2022
Datum publicatie
2 februari 2024
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2022:1150
Zaaknummer
200.275.463_01
Relevante informatie
Burgerlijk Wetboek Boek 1 [Tekst geldig vanaf 01-01-2024] art. 212

Inhoudsindicatie

Benoeming bijzondere curator op de voet van artikel 1:212 BW.

Uitspraak

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 7 april 2022

Zaaknummer: 200.275.463/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/03/233750 / FA RK 17-1191

in de zaak in hoger beroep van:

[de moeder] ,

wonende te

[woonplaats] ,

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: voorheen mr. M. Marić, thans mr. M.A. Lasschuit,

tegen

[de man] ,

wonende te [woonplaats]

(Spanje),

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de man.

Deze beschikking gaat over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] , België, hierna te noemen: [minderjarige] .

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming,

regio Zuidoost Nederland, locatie [locatie] , hierna te noemen: de raad.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht van 10 december 2019, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 10 maart 2020, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende:

primair:

-

over te gaan tot de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man over [minderjarige] en

-

de man te veroordelen om met ingang van 1 januari 2013, althans met ingang van de dag van indiening van het verzoekschrift eerste aanleg, zijnde 27 maart 2017, aan de moeder te voldoen een bijdrage in de kosten van opvoeding en verzorging van [minderjarige] van € 705,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen, althans een bijdrage te doen die het hof juist acht.

subsidiair:

-

de man te veroordelen om binnen vier weken na datum beschikking zijn medewerking te verlenen aan de vaststelling van het biologisch vaderschap ten opzichte van [minderjarige] door middel van een DNA-onderzoek bij [instantie] te [plaats 1] , indien dat noodzakelijk is voor de vaststelling van het vaderschap en in afwachting van de uitslag van het DNA-onderzoek de procedure aan te houden;

-

de man te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat de man weigert zijn medewerking te verlenen aan voornoemd DNA-onderzoek met een maximum van € 20.000,-;

-

de man te veroordelen om met ingang van 1 januari 2013, althans met ingang van de dag van indiening van het verzoekschrift eerste aanleg, zijnde 27 maart 2017, aan de moeder te voldoen een bijdrage in de kosten van opvoeding en verzorging van [minderjarige] van € 705,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen, althans een bijdrage te doen die het hof juist acht.

2.2.

Er is geen verweerschrift binnen gekomen.

2.3.

Op 12 februari 2021 heeft er een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden inzake de ontvankelijkheid van de moeder in hoger beroep. Het hof heeft met de moeder, bijgestaan door mr. Marić, de mogelijke woon- of verblijfplaats(en) van de man en de inspanningsverplichting van de moeder om het (juiste) adres van de man te achterhalen, besproken.

2.3.1.

De man, destijds opgeroepen via het adres [adres 1] , [plaats 2] (Spanje) is niet verschenen.

2.3.2.

Het hof heeft van deze mondelinge behandeling een proces-verbaal opgemaakt.

2.4.

Het hof heeft verder nog kennis genomen van het V8-formulier met bijlagen van de advocaat van de vrouw d.d. 27 augustus 2020.

2.5.

Na de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft de moeder bij V8-formulier van 10 maart 2021 met instemming van het hof nog nadere stukken in het geding gebracht. Het hof heeft op basis hiervan geconcludeerd dat met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat de man woonachtig is op het adres ‘ [adres 2] , [postcode 1] [woonplaats] , te Spanje’.

2.6.

Het hof heeft vervolgens bij schrijven van 25 juni 2021 de man nogmaals in de gelegenheid gesteld om via een Nederlandse advocaat een verweerschrift in te dienen.

Hiertoe heeft het hof het beroepschrift, het verzoekschrift eerste aanleg, de bestreden beschikking en de brief met bijlagen van de advocaat van de vrouw van 10 maart 2021 via de Spaanse Autoriteiten conform de daartoe geldende voorschriften aan de man doen betekenen.

Er is enige tijd overheen gegaan voordat het hof ermee bekend is geraakt dat voornoemde brief met bijlagen de man hebben bereikt.

Uit een schrijven van de Spaanse Autoriteiten (‘Juzgado de Paz’) van 19 januari 2022 is gebleken dat voornoemde stukken op 5 augustus 2021 aan de moeder van de man zijn uitgereikt, met de verplichting dat zij de stukken aan de man diende te overhandigen. Hiermee is volgens dit schrijven conform de Spaanse wetgeving gehandeld en heeft de betekening van de stukken op correcte wijze plaatsgevonden. Het hof zal dan ook overgaan tot de verdere beoordeling van de verzoeken van de moeder.

3 De feiten

3.1.

Uit de moeder is op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] , België [minderjarige] geboren. De moeder oefent alleen het gezag over [minderjarige] uit. [minderjarige] woont bij de moeder in [woonplaats] .

De moeder en [minderjarige] bezitten de Nederlandse nationaliteit. De man bezit de Spaanse nationaliteit en woont in Spanje.

3.2.

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank het verzoek van de moeder tot vaststelling van het vaderschap van de man over [minderjarige] en tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] , door de man te voldoen, afgewezen.

De rechtbank heeft daarbij overwogen dat de moeder onvoldoende inspanningen heeft verricht om het adres van de man te achterhalen.

3.3.

De moeder kan zich met deze beslissing niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen.

4 4. De beoordeling

5 De beslissing