Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21-06-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1955, 200.301.391_01

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21-06-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1955, 200.301.391_01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
21 juni 2022
Datum publicatie
6 juli 2022
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2022:1955
Formele relaties
Zaaknummer
200.301.391_01

Inhoudsindicatie

Kredietverlening in een concernrelatie met hoofdelijke aansprakelijkheid. Bank wint zekerheden uit van zowel failliete draagplichtige vennootschap als failliete hoofdelijk aansprakelijke groepsvennootschap. Objectieve uitleg bepaling bankvoorwaarden over afstand van subrogatie.

Uitspraak

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.301.391/01

arrest van 21 juni 2022

in de zaak van

de coöperatie Coöperatieve Rabobank U.A.,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

hierna te noemen: Rabobank,

advocaat: mr. T.T. van Zanten te Utrecht,

tegen

mr. [curator 1] en mr. [curator 2] ,

respectievelijk kantoorhoudende te [kantoorplaats 1] en te [kantoorplaats 2] ,

in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van Meloma B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerden,

hierna te noemen: de curatoren,

advocaat: mr. B.A.P. Sijben te Helmond,

op het bij exploten van dagvaarding van 20 september 2022 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 23 juni 2021, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, gewezen tussen Rabobank als gedaagde en de curatoren als eisers.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/360283 / HA ZA 20-450)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voornoemd vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaardingen in hoger beroep;

-

de memorie van grieven met producties:

-

de memorie van antwoord.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De vaststaande feiten

3.1.

In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.

3.1.1.

Anchor II B.V. (hierna: Anchor) houdt 100 % van de aandelen in Melamo B.V. (hierna: Melamo) en Melamo Las- en Montagetechniek B.V.

3.1.2.

Rabobank heeft kredieten aan het Melamo-concern verstrekt, waarvoor Anchor, Melamo en Melamo L&M zich hoofdelijk aansprakelijk hadden verklaard. Op deze kredietverstrekkingen zijn de Algemene voorwaarden bedrijfsfinancieringen van de Rabobank 2010 (hierna: de bankvoorwaarden) van toepassing.

3.1.3.

Melamo is op 8 maart 2016 failliet verklaard en Anchor is op 5 juli 2016 failliet verklaard.

3.1.4.

Met betrekking tot de aan het Melamo-concern verstrekte kredieten had Rabobank per 8 maart 2016 een bedrag van € 742.277,00 te vorderen in verband met een krediet in rekening-courant dat in 2013 was verstrekt aan Melamo en per 5 juli 2016 een bedrag van

€ 2.566.660,00 te vorderen in verband met (het restant van) een lening die in 2008 was verstrekt aan (de rechtsvoorgangster van) Anchor.

3.1.5.

In verband met de kredietverlening had Melamo verschillende zekerheden aan

Rabobank verschaft en had Anchor ten behoeve van Rabobank een hypotheekrecht

gevestigd op haar bedrijfspand. Rabobank won eerst de zekerheden van Melamo uit. De

opbrengst was voldoende om de schuld van Melamo van € 742.277,00 volledig af te lossen.

Daarna bleef € 898.000,00 over. Dat bedrag heeft Rabobank medio 2016 gebruikt voor de gedeeltelijke aflossing van de lening aan Anchor van € 2.566.660,-- waarvoor Melamo hoofdelijk aansprakelijk was.

3.1.6.

In 2017 heeft Rabobank het bedrijfspand van Anchor verkocht. Met de opbrengst heeft zij het restant van de lening aan Anchor volledig afgelost. Daarna resteerde van de

opbrengst nog € 244.643,63. Dat bedrag heeft Rabobank overgemaakt naar de boedelrekening van Anchor.

4 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

5 De beoordeling in hoger beroep

6 De slotsom

4 De uitspraak