Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 31-08-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3024, 21/00776

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 31-08-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3024, 21/00776

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
31 augustus 2022
Datum publicatie
2 september 2022
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2022:3024
Zaaknummer
21/00776
Relevante informatie
Art. 228a Gemw

Inhoudsindicatie

Rioolheffing. Begrip perceel. Units in/bij loodsen. Een of meer afzonderlijke onroerende zaken; verticale splitsing? Zelfstandige gedeelten van een onroerende zaak? Belanghebbende is eigenaar van een object met daarop twee loodsen (waarvan een met twee aanbouwen), waarin in totaal sprake is van negen units. De heffingsambtenaar heeft zeven aanslagen in de rioolheffing (eigenarendeel) opgelegd. De rechtbank heeft daarvan twee aanslagen vernietigd omdat zij ter zake van twee units de samenstelbepaling in de Verordening van toepassing achtte. De heffingsambtenaar voert in incidenteel hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte de samenstelbepaling heeft toegepast, omdat de units afzonderlijke onroerende zaken zijn en daarop de samenstelbepaling niet ziet. Het hof verwerpt dat betoog voor zover het gaat om de units die in de loodsen zijn gecreëerd, omdat de heffingsambtenaar onvoldoende feiten heeft gesteld om te kunnen oordelen dat sprake is van ‘bouwsels, die zich naar verkeersopvatting lenen voor verticale splitsing’. Anders dan belanghebbende is het hof van oordeel dat deze units wel kunnen worden aangemerkt als zelfstandige gedeelten van een onroerende zaak en daarmee als perceel voor toepassing van de rioolheffing. Belanghebbende gaat bij zijn betoog van wat onder een perceel moet worden verstaan uit van een andere opvatting dan volgt uit de definitie van dat begrip in de Verordening. Met betrekking tot de units die in de aanbouwen zijn gelegen, kan in het midden blijven of deze afzonderlijke onroerende zaken zijn, nu de rechtbank daarop de samenstelbepaling niet heeft toegepast. Slotsom is dat het oordeel van de rechtbank in stand blijft.

Uitspraak

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummer: 21/00776

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] ,

wonend in [woonplaats] ,

hierna: belanghebbende,

en het incidentele hoger beroep van

de heffingsambtenaar van de gemeente Hilvarenbeek,

hierna: de heffingsambtenaar,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 22 april 2021, nummer BRE 19/5314, in het geding tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende zeven aanslagen rioolheffing voor het jaar 2019 (hierna: de aanslagen) opgelegd ter zake van het object [adres] in [woonplaats] (hierna: het object).

1.2.

De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslagen gehandhaafd.

1.3.

De rechtbank heeft het daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

De heffingsambtenaar heeft incidenteel hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. Belanghebbende heeft schriftelijk gereageerd op het incidentele hoger beroep.

1.6.

De heffingsambtenaar heeft bij brief van 20 december 2021 nadere stukken ingediend. Belanghebbende heeft bij brief, binnengekomen op 5 juli 2022, nadere stukken ingediend.

1.7.

De zitting heeft plaatsgevonden op 14 juli 2022 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen belanghebbende en, namens de heffingsambtenaar, [heffingsambtenaar] . Op deze zitting zijn gelijktijdig behandeld de onderhavige zaak en de zaak met nummer 21/00775 (betreffende het jaar 2018; zaaknummer BRE 19/5313 in de procedure bij de rechtbank). Ter zitting heeft belanghebbende het beroep in die zaak ingetrokken.

1.8.

Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende is eigenaar van het object. Het object bestaat uit grond met daarop twee loodsen die zijn onderverdeeld in units. Bij een van de loodsen is sprake van twee aanbouwen. Er zijn in totaal negen units, inclusief de twee aanbouwen. Het hele object heeft (oorspronkelijk) als nummer [nummer] . Belanghebbende heeft aan de negen units de aanduidingen [nummer A] tot en met [nummer I] gegeven. De nummers [nummer A] tot en met [nummer E] zien op units in de eerste loods (gebouw 1). De nummers [nummer F] tot en met [nummer I] zien op units in of bij de tweede loods (gebouw 2). Units [nummer F] en [nummer I] zijn de aanbouwen. In de Basisadministratie Adressen en Gebouwen zijn de nummers [nummer A] tot en met [nummer I] geadministreerd als (formeel) adres, naast het nummer [nummer] . Belanghebbende heeft gemeld daarvan niet op de hoogte te zijn. In het kadaster is de grond onderscheiden in percelen met nummers [perceelnummer 1] en [perceelnummer 2] . Gebouw 1 en gebouw 2 liggen nagenoeg geheel op het perceel met nummer [perceelnummer 1] .

2.2.

De units die in de loodsen zijn gecreëerd, worden van elkaar gescheiden door brandwerende tussenmuren. Deze tussenmuren reiken niet tot het dak, maar tot het spant. De ruimte boven de tussenmuren en onder het dak is leeg. Bij de twee aanbouwen loopt de (tussen)muur met de loods wel tot en met het dak (van de aanbouw).

2.3.

Zowel gebouw 1 als gebouw 2 kent één aansluiting op het gemeentelijke riool. Units [nummer A] , [nummer E] , [nummer F] , [nummer G] en [nummer I] hebben alle een eigen toilet.

2.4.

Belanghebbende verhuurt units. In 2019 waren de units als volgt in gebruik:

- de units [nummer A] (werkruimte met daarin gecreëerde kantoorruimte) en [nummer B] (magazijn) waren als geheel in gebruik bij een bandencentrum;

- de unit [nummer C] is door middel van een brandwerende muur in twee – afzonderlijk afsluitbare – delen gesplitst. Het achterste gedeelte van de unit is betrokken bij de unit [nummer B] . Het voorste gedeelte van de unit [nummer C] is in gebruik als magazijn bij het bedrijf [bedrijf] ;

- de units [nummer D] en [nummer E] waren niet verhuurd;

- de unit [nummer F] was in gebruik door een praktijk voor homeopathie;

- de unit [nummer G] was in gebruik door een bedrijf als opslag voor grindvloeren;

- de units [nummer H] (magazijn) en [nummer I] (kantoorruimte) waren als een geheel in gebruik bij het bedrijf [bedrijf] .

2.5.

De heffingsambtenaar heeft bij het opleggen van de aanslagen zeven percelen onderscheiden voor de toepassing van de rioolheffing, te weten [nummer]1 + [nummer A] , [nummer B] , [nummer C] , [nummer D] + [nummer E] , [nummer F] , [nummer G] , en [nummer H] + [nummer I] . Ter zake van elk van de onderscheiden percelen is een aanslag in het eigenarendeel van de rioolheffing opgelegd.

2.6.

De rechtbank heeft de aanslagen ter zake van unit [nummer B] en unit [nummer C] vernietigd.

3 Geschil en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:

1. Heeft de rechtbank te veel (belanghebbende) dan wel te weinig (heffingsambtenaar) belastbare feiten in verband met het object onderscheiden?

2. Kan belanghebbende aan een publicatie Gemeentelijke belastingen 2019 het rechtens te honoreren vertrouwen ontlenen dat belanghebbende slechts één vast bedrag aan rioolheffing hoeft te betalen en niet ‘een veelvoud van dit vaste bedrag’?

3.2.

Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het hoger beroep en ongegrondverklaring van het incidentele hoger beroep. De heffingsambtenaar concludeert in tegengestelde zin.

4 Gronden

5 Beslissing