Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 31-08-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3026, 21/00897
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 31-08-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3026, 21/00897
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 31 augustus 2022
- Datum publicatie
- 20 september 2022
- Zaaknummer
- 21/00897
- Relevante informatie
- Art. 225 Gemw
Inhoudsindicatie
Parkeerbelasting. Niet goed functionerende parkeerautomaat. Inspanningsverplichting. Het hof oordeelt dat – anders dan de rechtbank tot uitgangspunt had genomen – niet als algemene regel kan worden aanvaard dat geen naheffingsaanslag parkeerbelasting mag worden opgelegd, indien een parkeerautomaat defect is en op of bij de parkeerautomaat geen aanwijzingen zijn vermeld over hoe en waar de parkeerder dan de parkeerbelasting kan betalen. In dit geval is aan de orde dat (i) de dichtst bij de parkeerplaats gelegen parkeerautomaat een storing had, (ii) ook de mogelijkheid bestond om via zogenoemd mobiel parkeren de parkeerbelasting te voldoen en (iii) de parkeerder van die mogelijkheid geen gebruik kon maken, omdat hij niet beschikte over een daarvoor geschikte applicatie. Indien in zo’n geval de parkeerder toch ter plaatse wil parkeren, zal hij moeten nagaan of hij de verschuldigde parkeerbelasting op een andere manier kan voldoen, bijvoorbeeld bij een andere parkeerautomaat. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij aan deze inspanningsverplichting heeft voldaan.
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 21/00897
Uitspraak op het hoger beroep van
de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg,
hierna: de heffingsambtenaar,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 21 mei 2021, nummer BRE 20/962 in het geding tussen
[belanghebbende] ,
wonend in [woonplaats] ,
hierna: belanghebbende,
en
de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd (hierna: de naheffingsaanslag). De naheffingsaanslag is bij uitspraak op bezwaar gehandhaafd.
De rechtbank heeft het daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard.
De heffingsambtenaar heeft hiertegen hoger beroep ingesteld. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 3 augustus 2022 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen belanghebbende en, namens de heffingsambtenaar, [heffingsambtenaar 1] en [heffingsambtenaar 2] .
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
2 Feiten
Belanghebbende heeft op 18 december 2019 een auto (hierna: de auto) vanaf omstreeks 18.49 uur1 geparkeerd op een parkeerplaats aan de Piushaven te Tilburg (de parkeerplaats). Op grond van de toepasselijke regelgeving mag op de parkeerplaats geparkeerd worden tegen betaling van parkeerbelasting. Belanghebbende heeft getracht met een bankpas de parkeerbelasting te voldoen bij een parkeerautomaat met nummer 92. Als gevolg van een storing bij deze parkeerautomaat is het betalen bij die parkeerautomaat niet gelukt. Belanghebbende heeft de parkeerbelasting evenmin op een andere manier voldaan. Betaling via het zogenoemde mobiel parkeren is niet gebeurd, omdat hij niet beschikte over een daarvoor geschikte applicatie. Betaling bij een andere parkeerautomaat is evenmin gebeurd.
De naheffingsaanslag is opgelegd naar aanleiding van een controle, omstreeks 20.20 uur, waarbij is geconstateerd dat de auto niet was aangemeld bij een parkeerautomaat of voor mobiel parkeren. De rechtbank heeft de naheffingsaanslag vernietigd.
De heffingsambtenaar heeft in beroep een uitdraai van een kaart (hierna: de kaart) ingebracht van waar parkeerautomaten gesitueerd zijn. De kaart ziet er wat betreft de directe omgeving van de Piushaven als volgt uit:

3 Geschil en conclusies van partijen
Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de rechtbank de naheffingsaanslag terecht heeft vernietigd.
De heffingsambtenaar concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en ongegrondverklaring van het beroep bij de rechtbank. Belanghebbende concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.