Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-09-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3288, 21/00791
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-09-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3288, 21/00791
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 28 september 2022
- Datum publicatie
- 23 november 2022
- Zaaknummer
- 21/00791
- Relevante informatie
- Art. 225 Gemw, Art. 231 Gemw, Art. 234 Gemw
Inhoudsindicatie
Naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd. Geen sprake van bevoegdheidsgebrek(en) bij de uitspraak op bezwaar. Motiveringsbeginsel is niet geschonden. Immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 21/00791
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] ,
wonend in [woonplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg (hierna: de rechtbank) van 28 mei 2021, nummer ROE 20/641, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen,
hierna: de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd (hierna: de naheffingsaanslag).
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 21 juli 2022 in ’s-Hertogenbosch. Belanghebbende en haar gemachtigde, [gemachtigde] van [kantoornaam] , zijn met kennisgeving van verhindering niet verschenen. De heffingsambtenaar heeft - na navraag door het hof op 12 juli 2022 - afgezien van zijn recht om op de zitting te worden gehoord.
Het hof heeft het onderzoek gesloten.
Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat gelijktijdig met de uitspraak aan partijen is verzonden.
2 Feiten
Op 21 maart 2019, omstreeks 10.04 uur, is bij een controle in de Knevelsgraafstraat te Roermond geconstateerd dat ter zake van de auto van belanghebbende, een BMW met kenteken [kenteken] (hierna: de auto), geen parkeerbelasting was betaald. Belanghebbende had de auto daar zelf geparkeerd.
De Verordening parkeerbelastingen 2018 (hierna: de Verordening) luidt, voor zover hier van belang:
“Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen geheven:
a. een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze;
b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.
Artikel 5 Wijze van heffing
1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven door voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur c.q. het aanmelden van de parkeertransactie op de centrale computer op de daartoe bestemde wijze.
2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven door voldoening op aangifte.
Artikel 7 Termijnen van betaling
1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
2. (…)
3. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen voor de in artikel 2, onderdeel b, vermelde parkeerproducten vooraf via iDEAL worden betaald.
Artikel 10 Kosten
1. De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 62,00.
Bijlage Tarieventabel, behorende bij de “Verordening parkeerbelastingen 2018”
1 Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt:
In het gebied A, Binnenstad, per 30 minuten (maximale parkeerduur 60 minuten) € 1,30 (…)
Het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren 2018 (hierna: Aanwijzingsbesluit) luidt, voor zover hier van belang:
“Artikel 1
de plaatsen waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de parkeerbelastingen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Verordening parkeerbelastingen 2018 mag worden geparkeerd vast te stellen zoals vermeld in de bij dit besluit behorende bijlage 1 'Plaats, tijdstip en wijze van betaald parkeren'.
Bijlage 1: `Plaats, tijdstip en wijze van betaald parkeren'
A. Gebied (plaats) betaald parkeren
Op de parkeerplaatsen die zijn gelegen aan wegen of op terreinen binnen het gebied dat wordt begrensd door onderstaande omschrijving mag tegen betaling van parkeerbelasting worden geparkeerd zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel a van de Verordening parkeerbelastingen 2018:
1. de rivier de Maas, Arlo, Maashaven, Schipperswal, Wilhelminasingel (N280), Wilhelminasingel, Slachthuisstraat tot aan de spoorwegovergang, de spoorlijn Weert-Sittard tot aan Koninginnelaan, Koninginnelaan, Willem 11 Singel, Zwartbroekplein, Kapellerpoort, Andersonweg en de rivier de Roer; Bisschop Lindanussingel en in een rechte lijn naar de rivier de Maas;
B. Tijdstippen betaald parkeren en maximum parkeerduur
Op de volgende tijdstippen en met inachtneming van de volgende maximum parkeerduur mag worden geparkeerd tegen betaling van de belasting zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel a van de Verordening parkeerbelastingen 2018:
(…)
3. Met een maximum parkeerduur van 1 uur in Gebied A (Binnenstad) van de kaart in bijlage 2;
Het Uitvoeringsbesluit Parkeren 2018 (hierna: Uitvoeringsbesluit) luidt, voor zover hier van belang:
“Artikel 2:
1. Als gebieden bestemd voor het parkeren met een parkeervergunning op parkeerapparatuurplaatsen worden volgens de bij dit besluit gevoegde tekening (bijlage A) aangewezen en genoemd:
a. gebied A, Binnenstad;”
Belanghebbende maakt ten aanzien van Gebied A (binnenstad) gebruik van een parkeervergunning op twee kentekens (hierna: de parkeervergunning). Met de parkeervergunning kan maar door één van deze kentekens op hetzelfde moment gebruik worden gemaakt.
In de Voorschriften parkeervergunning 2019 is, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:
“Aan de parkeervergunning zijn de volgende voorschriften verbonden:
(…)
3. De parkeervergunning is alleen geldig als deze achter de voorruit in de geparkeerde auto aanwezig is. De parkeervergunning moet vanaf de openbare weg duidelijk zichtbaar en leesbaar zijn.”
De naheffingsaanslag is ten name van [A BV] opgelegd. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt.
3 Geschil en conclusies van partijen
Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:
I. Is de naheffingsaanslag terecht opgelegd?
II. Is de naheffingsaanslag bevoegdelijk opgelegd en uitspraak op bezwaar bevoegdelijk gedaan?
III. Is bij de uitspraak op bezwaar het motiveringsbeginsel geschonden?
IV. Heeft belanghebbende recht op een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg?
Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de naheffingsaanslag alsmede tot toekenning van een vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.