Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 05-10-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3372, 21/00480, 21/00481 en 21/00924
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 05-10-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3372, 21/00480, 21/00481 en 21/00924
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 5 oktober 2022
- Datum publicatie
- 24 november 2022
- Zaaknummer
- 21/00480, 21/00481 en 21/00924
- Relevante informatie
- Art. 17 lid 2 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 4 lid 1 onderdeel a Uitv.reg. WOZ
Inhoudsindicatie
WOZ. Waardering woning, eigen aankoopcijfer kan in dit geval ook in latere jaren steun bieden ter onderbouwing van de WOZ-waarde
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummers: 21/00480, 21/00481 en 21/00924
Uitspraak op de hoger beroepen van
[belanghebbende 1] ,
wonend in [woonplaats] ,
en
[belanghebbende 2] ,
wonend in [woonplaats] ,
hierna samen: belanghebbenden,
tegen de uitspraken van rechtbank Limburg (hierna: de rechtbank) van 8 februari 2021, nummers AWB 20/366 en AWB 20/781, en 18 juni 2021, nummer ROE 20/3068, in het geding tussen belanghebbenden en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Limburg,
hierna: de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) drie beschikkingen gegeven en daarbij de waarde van [adres 1] in [woonplaats] (hierna: de onroerende zaak) vastgesteld per de waardepeildatum 1 januari 2017, respectievelijk 1 januari 2018 en 1 januari 2019. Tevens zijn de aanslagen onroerendezaakbelastingen voor de jaren 2018, 2019 en 2020 bekendgemaakt.
Belanghebbenden hebben bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft uitspraken op bezwaar gedaan en de bezwaren ongegrond verklaard.
Belanghebbenden hebben tegen deze uitspraken beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard.
Belanghebbenden hebben tegen de uitspraken van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De heffingsambtenaar heeft verweerschriften ingediend.
Partijen hebben, al dan niet desgevraagd, vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de andere partij.
De zitting heeft plaatsgevonden op 1 juli 2022 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen [gemachtigde] , als gemachtigde van belanghebbenden en, namens de heffingsambtenaar, [heffingsambtenaar] .
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
De griffier heeft in de brief van 18 augustus 2022 partijen ervan in kennis gesteld dat een of meerdere raadsheren die bij de zaken van belanghebbenden betrokken zijn, niet op de juiste manier zijn beëdigd, dat de desbetreffende raadshe(e)r(en) inmiddels opnieuw is/zijn beëdigd en dat het hof van oordeel is dat het in het geval van belanghebbenden niet nodig is om in hun zaken een nieuwe zitting te houden, omdat de gesignaleerde onvolkomenheid niets afdoet aan de deskundige en zorgvuldige wijze waarop hun zaken (inhoudelijk) zijn behandeld.
Vervolgens heeft geen van partijen - na navraag door het hof - verklaard gebruik te willen maken van hun recht om op een nadere zitting te worden gehoord. Een nadere zitting is daarom achterwege gebleven.
2 Feiten
Belanghebbenden zijn eigenaar en gebruiker van de onroerende zaak. De onroerende zaak is een vrijstaande woning met bouwjaar 1962 gelegen aan de [adres 1] in [woonplaats] . De onroerende zaak bestaat uit een woongedeelte, een kelder en een inpandige garage. Het perceel heeft een oppervlakte van 2.735 m² en is voorzien van een buitenzwembad.
De onroerende zaak is op 30 oktober 2015 door belanghebbenden gekocht voor € 860.000.
De waarde van de onroerende zaak is door de heffingsambtenaar per de waardepeildatum 1 januari 2017 vastgesteld op € 897.000, per de waardepeildatum 1 januari 2018 op € 950.000 en per de waardepeildatum 1 januari 2019 op € 1.037.000.
De heffingsambtenaar verwijst ter onderbouwing van de beschikte waarde per de waardepeildatum 1 januari 2017 naar een taxatierapport van 4 september 2020. Dit taxatierapport is opgesteld door [heffingsambtenaar] , WOZ-taxateur (hierna: het rapport van 4 september). Het rapport van 4 september is voorzien van een taxatiematrix. Uit het rapport van 4 september volgt een waarde van de onroerende zaak per de waardepeildatum 1 januari 2017 van € 898.000. Bij de waardebepaling zijn de gegevens van drie referentieobjecten in de beoordeling betrokken: [adres 2] (op 5 juli 2017 verkocht voor € 615.000), [adres 3] (op 26 maart 2018 verkocht voor € 359.000) en [adres 4] (op 22 november 2018 verkocht voor € 475.000), allen gelegen in [woonplaats] . Het rapport van 4 september bevat beeldmateriaal van de woning en de referentieobjecten.
De heffingsambtenaar verwijst ter onderbouwing van de beschikte waarde per de waardepeildatum 1 januari 2018 naar een taxatierapport van 30 juni 2020. Dit taxatierapport is opgesteld door [heffingsambtenaar] , WOZ-taxateur (hierna: het rapport van 30 juni). Het rapport van 30 juni is voorzien van een taxatiematrix. Uit het rapport van 30 juni volgt een waarde van de onroerende zaak per de waardepeildatum 1 januari 2018 van € 955.000. Bij de waardebepaling zijn de gegevens van drie referentieobjecten in de beoordeling betrokken: [adres 2] (op 5 juli 2017 verkocht voor € 615.000), [adres 5] (op 1 oktober 2018 verkocht voor € 650.000) en [adres 6] (op 29 maart 2019 verkocht voor € 639.000), allen gelegen in [woonplaats] . Het rapport van 30 juni bevat beeldmateriaal van de woning en de referentieobjecten.
De heffingsambtenaar verwijst ter onderbouwing van de beschikte waarde per de waardepeildatum 1 januari 2019 naar een taxatierapport van 15 januari 2021. Dit taxatierapport is opgesteld door [heffingsambtenaar] , WOZ-taxateur (hierna: het rapport van 15 januari). Het rapport van 15 januari is voorzien van een taxatiematrix. Uit het rapport van 15 januari volgt een waarde van de onroerende zaak per de waardepeildatum 1 januari 2019 van € 1.037.000. Bij de waardebepaling zijn de gegevens van drie referentieobjecten in de beoordeling betrokken: [adres 7] in [plaats] (op 15 november 2019 verkocht voor € 1.175.000), [adres 8] (op 5 juni 2019 verkocht voor € 510.000) en [adres 6] (op 29 maart 2019 verkocht voor € 639.000), beiden gelegen in [woonplaats] . Het rapport van 15 januari bevat beeldmateriaal van de woning en de referentieobjecten.
Belanghebbenden verwijzen ter onderbouwing van de door hen bepleite WOZ-waarden van € 835.000 per de waardepeildatum 1 januari 2017, € 878.000 per de waardepeildatum 1 januari 2018 respectievelijk € 911.000 per de waardepeildatum 1 januari 2019 naar de taxatierapporten van 17 juni 2022, opgesteld door [A] . [A] gebruikt in zijn taxatierapporten dezelfde referentieobjecten als de heffingsambtenaar en hij hanteert ook dezelfde grondstaffel en indexatiecijfers.
Bij uitspraken op bezwaar heeft de heffingsambtenaar de WOZ-waarden van de onroerende zaak en de aanslagen gehandhaafd.
3 Geschil en conclusies van partijen
Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de WOZ-waarde van de onroerende zaak per de waardepeildata 1 januari 2017, 1 januari 2018 respectievelijk 1 januari 2019 niet naar een te hoog bedrag is vastgesteld.
Belanghebbenden concluderen tot een WOZ-waarde van € 835.000 per de waardepeildatum 1 januari 2017, € 878.000 per de waardepeildatum 1 januari 2018 en € 911.000 per de waardepeildatum 1 januari 2020. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraken van de rechtbank.