Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 09-11-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3914, 21/00998

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 09-11-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3914, 21/00998

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
9 november 2022
Datum publicatie
11 mei 2023
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2022:3914
Formele relaties
Zaaknummer
21/00998
Relevante informatie
Algemene wet bestuursrecht [Tekst geldig vanaf 04-04-2025 tot 01-01-2026] art. 7:4, Wet waardering onroerende zaken [Tekst geldig vanaf 01-01-2025] art. 40, Art. 17 lid 2 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 40 Wet WOZ, Art. 7:4 Awb, Art. 8:31 Awb, Art. 8:42 Awb

Inhoudsindicatie

WOZ-zaak. Artikel 7:4 Awb. Artikel 40 Wet WOZ. Niet toesturen van secundaire objectkenmerken van vergelijkingsobjecten in de bezwaarfase blijft zonder gevolgen, nu de gemachtigde niet nogmaals op die gegevens had gevraagd terwijl dit wel van hem gevergd mocht worden gelet op de werkafspraken tussen het kantoor van de gemachtigde en de heffingsambtenaar. Uitleg Oostflakkee-arrest. Wijze van beoordeling KOUDV-factoren. Hof kent in dit geval aan taxatierapport en matrix heffingsambtenaar meer bewijskracht toe dan aan de matrix van de gemachtigde.

Uitspraak

Team belastingrecht

Enkelvoudige Belastingkamer

Nummer: 21/00998

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] ,

wonend in [woonplaats] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van rechtbank Oost-Brabant (hierna: de rechtbank) van 17 juni 2021, nummer SHE 20/558 in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch,

hierna: de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) een beschikking gegeven (hierna: de WOZbeschikking) waarbij de waarde van de onroerende zaak [adres 1] te [woonplaats] (hierna: de woning) voor het jaar 2019 is vastgesteld, per waardepeildatum 1 januari 2018, op € 350.000 (hierna: de beschikte waarde). Tevens is de aanslag onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2019 (hierna: de aanslag) bekendgemaakt.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar de beschikte waarde en de aanslag gehandhaafd.

1.3.

De rechtbank heeft het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard en een verzoek om vergoeding van immateriële schade afgewezen.

1.4.

Belanghebbende heeft daartegen hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

De zitting heeft plaatsgevonden op 13 oktober 2022 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen [gemachtigde] , als gemachtigde van belanghebbende, alsmede, namens de heffingsambtenaar, [heffingsambtenaar 1] , [taxateur] (hierna: de taxateur) en [heffingsambtenaar 2] . Belanghebbende heeft tijdens de zitting een pleitnota voorgelezen en exemplaren daarvan overgelegd. Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat gelijktijdig met de uitspraak aan partijen wordt verzonden.

2 Feiten

Objectkenmerken

2.1.

Belanghebbende is eigenaar van de woning, een twee-onder-één-kapwoning uit 1961. De woning heeft een inhoud van 379 m³ en beschikt over een aanbouw van 88 m³, een garage van 81 m³ en een dakkapel. De woning is gelegen op een perceel van ongeveer 349 m².

Werkafspraken tussen [A] en de heffingsambtenaar

2.2.

Belanghebbende heeft voor (onder meer) het aanwenden van rechtsmiddelen tegen de WOZ-beschikking een volmacht verstrekt aan [B] van [A BV] (hierna samen genoemd: het kantoor). Het kantoor treedt ook namens vele andere belanghebbenden op als gemachtigde in procedures tegen WOZ-beschikkingen die worden afgegeven door de heffingsambtenaar. Het kantoor en de heffingsambtenaar hebben in dat kader werkafspraken gemaakt. Deze werkafspraken blijken uit de correspondentie van 27 december 2018, 25 januari 2019, 17 februari 2019, 25 februari 2019 en 1 juli 2019.

2.2.1.

De brief van het kantoor van 27 december 2018 vermeldt onder meer het volgende:

“De volgende punten zouden wij graag vastleggen in afspraken:

(…)

4. U zendt ons binnen 2 weken na ontvangst van ons beknopt bezwaarschrift per e-mail de ontvangstbevestigingen en taxatieverslagen en/of taxatiekaarten toe via [mailadres] .

(…)

7. Uiterlijk 3 weken voorafgaand aan de hoorzittingen en zenden wij u de nader gemotiveerde bezwaarschriften, mits wij de taxatieverslagen tijdig van u hebben ontvangen.

(…)

12. Indien wij tot volledige werkafspraken komen, zullen wij bij procedurele fouten of een afwijking in de kostenvergoeding eerst contact met u opnemen om op deze manier een beroepzaak te voorkomen.

Voordelen voor uw gemeente:

(…)

6. U voorkomt onnodige beroepszaken daar wij in geval van procedurele fouten eerst met u in overleg treden.

Wij ontvangen uw reactie graag uiterlijk 31 januari 2019 (…). Bij geen reactie van uw zijde, of bij het niet kunnen komen tot definitieve afspraken vóór 1 maart 2019, volgen wij uiteraard de formele wettelijke procedure gedurende geheel 2019 en vervalt ons aanbod tot matiging van de proceskostenvergoeding en het in overleg treden met betrekking tot procedurele fouten alvorens wij een beroepschrift indienen.”

2.2.2.

Bij brief van 25 januari 2019 heeft de heffingsambtenaar hierop gereageerd. De brief vermeldt onder meer het volgende:

“Hieronder ga ik puntsgewijs in op uw voorstel.

(…)

4. Versturen taxatieverslagen.

De taxatieverslagen zullen door de gemeente 's -Hertogenbosch verstuurd worden aan [mailadres] .

(…)

7. Nadere motivatie.

[A] stuurt uiterlijk drie weken voor de hoorzitting nader gemotiveerde bezwaarschriften. Dit is prima.

(…)

12. Contact door [A] bij procedurele fouten.

Dit is prima.”

2.2.3.

Bij e-mail van 17 februari 2019 heeft het kantoor gereageerd op de reactie van de heffingsambtenaar. Deze reactie heeft geen betrekking op de punten die in 2.2.2 zijn geciteerd, maar op de tijdsplanning (moment van houden van de hoorzittingen, het toesturen van de taxatieverslagen en indienen van nadere motivering van het bezwaar), de proceskostenvergoeding en het (niet-)versturen van hoorzittingsgrieven. Bij e-mail van 25 februari 2019 heeft de heffingsambtenaar gereageerd op deze, door hem als ‘tegenvoorstel’ aangemerkte, e-mail. Deze reactie heeft geen betrekking op de punten die in 2.2.2 zijn geciteerd.

2.2.4.

Bij e-mail van 1 juli 2019 heeft het kantoor verzocht om de hoorzittingen niet in augustus 2019 te laten plaatsvinden maar later. De e-mail heeft als openingszin “Eerder dit jaar hebben wij afspraken gemaakt inzake bezwaarafhandeling 2019.”

2.3.

De hoorgesprekken zijn uiteindelijk ingepland (en gehouden) op 15 en 16 oktober 2019. Het gaat in totaal om 210 WOZ-beschikkingen. In nagenoeg alle1 zaken is in de periode tussen 16 september 2019 en 2 oktober 2019 een nadere motivering van het bezwaar ingediend door het kantoor. In zo’n nadere motivering is onder meer verzocht om toezending van gegevens, waaronder zogenoemde KOUDV- en liggingsfactoren van de vergelijkingsobjecten.

Bezwaarfase onderhavige woning

2.4.

Het kantoor heeft in deze zaak het bezwaar direct gemotiveerd bij het bezwaarschrift van 4 april 2019 tegen de WOZ-beschikking. In dat bezwaarschrift is onder meer verzocht om “op basis van art. 40 Wet WOZ de opbouw van de kavelwaarde, de zogenoemde grondstaffel, en de taxatiekaart met daarop vermeld de KOUDV- en liggingsfactoren van het onderhavige object en van de door u opgevoerde vergelijkingsobjecten tijdig voor het plaatsvinden van de hoorzitting te verstrekken.”

2.5.

De heffingsambtenaar heeft op 1 mei 2019 het taxatieverslag aan het kantoor gestuurd. Op 11 oktober 2019 heeft de heffingsambtenaar de taxatiekaart met betrekking tot de woning (hierna: de taxatiekaart) en de grondstaffel aan het kantoor gestuurd. In de begeleidende e-mail staat voor zover van belang het volgende:

“In uw bezwaarschriften hebt u verzocht om de relevante gegevens en waarden van de referentiewoningen en het object van belanghebbende.

De relevante gegevens van de belanghebbende vindt u in de bijlagen.

Gegevensverstrekking

De gegevensverstrekking beperkt zich tot het taxatieverslag (deze hebt al ontvangen), de taxatiekaart en de grondstaffel (indien van toepassing) van het object van belanghebbende.

Aan de hand van deze stukken kunt u de juistheid van de vastgestelde WOZ-waarde controleren.

Wij hebben hiermee voldaan aan de uit (artikel 40 van) de Wet WOZ voortvloeiende plicht tot gegevensverstrekking.

Vragen?

Bel of mail mij gerust.”

2.6.

De taxatiekaart vermeldt voor de woning onder meer de gehanteerde objectkenmerken en de zogenoemde KOUDV-factoren. De taxatiekaart vermeldt verder enige gegevens van drie ‘vergelijkbare objecten’, maar niet de KOUDV- en liggingsfactoren van die objecten (hierna: de secundaire objectgegevens). Het kantoor heeft niet op enig moment na 11 oktober 2019, ook niet tijdens het hoorgesprek in deze zaak, de heffingsambtenaar erop gewezen dat de secundaire objectgegevens niet zijn toegestuurd. Het kantoor heeft geen gebruik gemaakt van het recht op inzage in de stukken.

3 Geschil en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:

1) is de beschikte waarde te hoog?

2) heeft de heffingsambtenaar artikel 7:4, lid 4, Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en/of artikel 40 Wet WOZ geschonden door de secundaire objectgegevens niet toe te sturen in de bezwaarfase en heeft belanghebbende om die reden recht op een proceskostenvergoeding?

3.2.

Belanghebbende heeft ter zitting bevestigd (i) dat indien de eerste deelvraag bij vraag 2) bevestigend wordt beantwoord, geen terugwijzing hoeft te volgen en het hof de WOZ-waarde kan beoordelen, en (ii) dat niet in geschil is het oordeel van de rechtbank inzake het verzoek om vergoeding van immateriële schade.

3.3.

Belanghebbende concludeert tot vermindering van de waarde naar € 318.000. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

4 Gronden

5 Beslissing