Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-07-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2300, 21/01619
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-07-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2300, 21/01619
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 12 juli 2023
- Datum publicatie
- 12 oktober 2023
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2021:5997, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 21/01619
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 4 Uitv.reg. WOZ
Inhoudsindicatie
In geschil is de woz-waarde van een kinderdagverblijf, meer specifiek of de heffingsambtenaar bij de onderbouwing van de correctie wegens technische veroudering is uitgegaan van een te hoge restwaarde. Belanghebbende bestrijdt de restwaarden uit de taxatiewijzer, stelt dat de hierin opgenomen percentages niet zijn onderbouwd door middel van marktcijfers en wijst op het door haar ingebrachte rapport. Het hof stelt vast dat beide partijen zijn uitgaan van de taxatiewijzer. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat van de in de taxatiewijzer opgenomen percentages moet worden afgeweken.
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 21/01619
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] ,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant (hierna: de rechtbank) van 16 november 2021, nummer SHE 21/195, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Land van Cuijk,
hierna: de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) een beschikking gegeven (hierna: de WOZbeschikking) en daarbij de waarde van [adres] te [plaats] (hierna: de onroerende zaak) vastgesteld. Tevens is de aanslag onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2020 bekendgemaakt.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de heffingsambtenaar.
De zitting heeft plaatsgevonden op 20 april 2023 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen [gemachtigde] , als gemachtigde van belanghebbende, bijgestaan door [taxateur 1] (taxateur) en, namens de heffingsambtenaar, [taxateur 2] (taxateur) en [heffingsambtenaar] .
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
2 Feiten
Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak. Belanghebbende gebruikt de onroerende zaak in 2020 binnen haar bedrijfsuitoefening als dagopvangverblijf voor kinderen. De onroerende zaak bestaat uit een dagverblijf gebouwd in 1971 van ca. 516 m2, een dagverblijf gebouwd in 1994 van ca. 196 m2, een dagverblijf gebouwd in 1997 van ca. 77 m2 , een fietsenstalling met berging gebouwd in 1971 van ca. 31 m2 en een schoolplein uit 1971 groot ca. 350 m2. Het perceel is 2.650 m2.
De waarde van de onroerende zaak is door de heffingsambtenaar per de waardepeildatum 1 januari 2019 vastgesteld op € 466.000.
Bij uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar de waarde van de onroerende zaak en de aanslag gehandhaafd.
Ter onderbouwing van de waarde heeft de heffingsambtenaar een taxatiekaart overgelegd, opgesteld door [taxateur 2] . De waarde is getaxeerd op € 594.486. Daarbij is uitgegaan van de archetypen O184PL12, kinderdagverblijf, plat dak, gemiddelde afwerking 1966-1985, en O185P1-12, kinderdagverblijf, plat dak, gemiddelde afwerking 1986-00, te vinden in de Taxatiewijzer Onderwijs, I3001130, betontegels (dik 40 mm met banden), te vinden in de `Taxatiewijzer en kengetallen Deel 26 Algemene kengetallen waardepeildatum 1 januari 2019' (de Taxatiewijzer Algemene kengetallen) en X5800552, fietsenstalling/rokersoverkapping, te vinden in de `Taxatiewijzer en kengetallen, Deel 2, Defensie waardepeildatum, 1 januari 2019' (de Taxatiewijzer Defensie). Van het perceel is 1.640 m2 aangemerkt als grond bij niet-woning en 1.010 m2 als extra grond.
In de taxatiekaart gaat de heffingsambtenaar bij de berekening van de gecorrigeerde vervangingswaarde ten behoeve van de technische veroudering uit van de volgende restwaarden uit de taxatiewijzer Onderwijs (hierna: de taxatiewijzer):
- -
-
Ruwbouw: 27%
- -
-
Afbouw: 22%
- -
-
Installaties: 17%
Belanghebbende heeft op 24 maart 2023 een rapport ‘restwaarde dagverblijven’, opgesteld door [A] , ingebracht. In dit rapport worden transacties van zes dagverblijven geanalyseerd. De restwaarden variëren volgens dit rapport tussen de 0 en 14,3%.
3 Geschil en conclusies van partijen
Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de heffingsambtenaar de waarde van de onroerende zaak te hoog heeft vastgesteld. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de heffingsambtenaar bij de onderbouwing van de correctie wegens technische veroudering is uitgegaan van een te hoge restwaarde.
Op de zitting heeft de heffingsambtenaar zich op het standpunt gesteld dat de waarde moet worden getaxeerd op € 508.000. De heffingsambtenaar gaat niet meer uit van verlenging van de gemiddelde levensduur.
Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en vaststelling van de WOZ-waarde op € 335.000. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.