Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11-10-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:3289, 22/02252

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11-10-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:3289, 22/02252

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
11 oktober 2023
Datum publicatie
25 januari 2024
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2023:3289
Formele relaties
Zaaknummer
22/02252
Relevante informatie
Wet op belastingen van rechtsverkeer [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-01-2026] art. 15, Art. 15 lid 1 onderdeel p WBRV, Art. 3:4 Awb, Art. 14 EVRM, Art. 1 EP EVRM, Art. 26 IVBPR

Inhoudsindicatie

Overdrachtsbelasting. In geschil is of ter zake van de verkrijging van een woning het tarief van 2% of de vrijstelling van artikel 15, lid 1, aanhef en letter p, Wet op belastingen van rechtsverkeer van toepassing is. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de in die vrijstelling opgenomen leeftijdsgrens niet leidt tot discriminatie in de zin van het EVRM of het IVBPR. Ook het evenredigheidsbeginsel is niet geschonden; de leeftijdsgrens is opgenomen in een dwingendrechtelijke bepaling en de door belanghebbende gestelde onevenredigheid zit in een door de wetgever verdisconteerde omstandigheid. Bovendien is van een individuele en buitensporige last geen sprake. De heffing van overdrachtsbelasting wordt namelijk in beginsel van iedereen geheven die een onroerende zaak verkrijgt, en de last laat zich voor belanghebbende niet sterker voelen dan in het algemeen. Het hoger beroep is ongegrond.

Uitspraak

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummer: 22/02252

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] ,

wonend in [woonplaats] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 30 september 2022, nummer BRE 21/2381, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst,

hierna: de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Belanghebbende heeft aangifte overdrachtsbelasting gedaan en heeft de overdrachtsbelasting conform de aangifte voldaan.

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de eigen voldoening op aangifte. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het hof heeft bepaald dat de zitting achterwege kan blijven. Belanghebbende heeft daarmee ingestemd onder overlegging van een nader stuk van 14 maart 2023. De inspecteur heeft na ontvangst van dit nadere stuk niet verklaard gebruik te willen maken van zijn recht om op een zitting te worden gehoord. Het hof heeft partijen schriftelijk meegedeeld dat het onderzoek is gesloten.

2 Feiten

2.1.

Bij akte van levering van [datum] 2021 heeft belanghebbende de woning gelegen aan de [adres] in [woonplaats] in eigendom verkregen. De koopprijs van de woning bedraagt € 253.800, waarover 2% overdrachtsbelasting (€ 5.076) op aangifte is voldaan.

2.2.

In de akte van levering is vermeld:

"OVERDRACHTSBELASTING

Wegens de levering van het verkochte is overdrachtsbelasting verschuldigd. De overdrachtsbelasting komt voor rekening van koper.

De overdrachtsbelasting is verschuldigd over de koopprijs, aangezien deze ten minste gelijk is aan de waarde van het verkochte.

De koper heeft verklaard dat het bepaalde in artikel 14, tweede lid, van de Wet belastingen van rechtsverkeer op hem van toepassing is."

2.3.

Aan de akte van levering is een door belanghebbende getekende verklaring overdrachtsbelasting laag tarief gehecht.

2.4.

Op het tijdstip van de verkrijging van de woning had belanghebbende de leeftijd van 38 jaar.

2.5.

In de Memorie van Toelichting bij de Wet differentiatie overdrachtsbelasting1 is – voor zover hier van belang – het volgende vermeld [hof: voetnoten weggelaten]:

2.1.1 Leeftijd van de verkrijger (meerderjarig en jonger dan vijfendertig jaar)

Voorgesteld wordt een leeftijdsgrens te hanteren voor meerderjarigen die jonger zijn dan vijfendertig jaar. In een recent onderzoek van het Kadaster uit mei 2020 worden koopstarters in drie leeftijdscategorieën ingedeeld: jonge koopstarters (jonger dan vijfentwintig jaar), koopstarters (de groep tussen de vijfentwintig en vijfendertig jaar) en overige koopstarters (ouder dan vijfendertig jaar). Uit dit onderzoek blijkt dat het merendeel van de starters behoort tot de categorie tussen de vijfentwintig en vijfendertig jaar. Met de door het kabinet gekozen leeftijdsgrenzen van meerderjarig en jonger dan vijfendertig jaar wordt aangesloten bij deze leeftijdsgrens voor de meest actieve koopstarters.

Met de door het kabinet gekozen leeftijdsgrenzen van meerderjarig en jonger dan vijfendertig jaar wordt onderscheid gemaakt op grond van leeftijd. Het kabinet meent echter dat hier een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor is. Met de verlaging van de overdrachtsbelasting voor meerderjarigen die jonger zijn dan vijfendertig jaar streeft het kabinet het doel na om voor deze groep de toegankelijkheid tot de koopmarkt te verbeteren. Door het beperkte aanbod aan koopwoningen en stijgende huizenprijzen is het aandeel koopstarters op de koopwoningmarkt afgenomen. In 2013 was dit nog 50%, terwijl dit aandeel in 2019 was geslonken naar 30%. Uit onderzoek van de AFM blijkt dat de liquide buffer bij de leeftijdsgroep jonger dan vijfendertig jaar het laagst is van alle leeftijdsgroepen en dat deze over de jaren toeneemt. Bij een lagere leeftijd is het dus gemiddeld genomen moeilijker om de kosten koper op te brengen. Het kabinet acht een leeftijdsgrens daarom geschikt om deze groep op de koopwoningmarkt ten opzichte van overige koopstarters, doorstromers en beleggers een steuntje in de rug te geven door hen onder bepaalde voorwaarden vrij te stellen van overdrachtsbelasting en heeft daarbij aangesloten bij de meest gangbare leeftijdscategorie voor koopstarters. In het rapport en het addendum van Dialogic is uitgebreid onderzoek gedaan naar de wijze waarop een dergelijke verlaging van de overdrachtsbelasting vormgegeven zou kunnen worden. Dialogic kwam in het onderzoek onder andere tot het oordeel dat een definitie van de starter, die niet gebaseerd is op leeftijd maar op de eerste verkrijging van de woning, niet tot nauwelijks uitvoerbaar is, omdat zowel het Notariaat als de Belastingdienst met gegevens uit het Kadaster niet met zekerheid kan vaststellen of een koper een starter is. Daarbij komt dat dit alternatief zou leiden tot een veel grotere impact op de administratieve regeldruk van het notariaat, omdat voor iedere woningtransactie een titelonderzoek zou moeten worden gedaan naar het huidige en vroegere woningbezit van de koper(s). In het addendum is daarom de alternatieve definitie gebaseerd op leeftijd onderzocht. Bij het hanteren van de definitie gebaseerd op leeftijd valt 73% van de doelgroep (personen die nooit eerder een woning hebben verkregen) onder de doelgroep. Gezien de grote urgentie om de groep starters op de koopwoningmarkt te helpen, maar ook de uitdagingen ten aanzien van de uitvoerbaarheid, acht het kabinet dit percentage voldoende en beoordeelt het kabinet de gekozen definitie als proportioneel en subsidiair. Ook meent het kabinet dat op deze wijze het doel het beste kan worden bereikt.”

3 Geschil en conclusies van partijen

3.1.

In geschil is of ter zake van de verkrijging van de woning het tarief van 2% of de vrijstelling van artikel 15, lid 1, aanhef en letter p, Wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna: Wet BRV) hierna ook wel ‘de vrijstelling’ van toepassing is.

3.2.

Belanghebbende concludeert tot toepassing van de vrijstelling op de verkrijging van de woning. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

4 Gronden

5 Beslissing