Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20-12-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:4247, 21/01393
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20-12-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:4247, 21/01393
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 20 december 2023
- Datum publicatie
- 29 februari 2024
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2021:5093, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- 21/01393
- Relevante informatie
- Art. 225 Gemw, Art. 6:11 Awb
Inhoudsindicatie
Belanghebbende heeft op zijn auto in een parkeerhaven neergezet waar betaald parkeren geldt. In hoger beroep is in geschil of de heffingsambtenaar het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zo dat niet het geval is, is in geschil of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Naar het oordeel van het hof heeft belanghebbende de ontvangst van het bezwaarschrift aannemelijk gemaakt. Het bezwaar is dus ten onrechte niet ontvankelijk verklaard. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd omdat de heffingsambtenaar aannemelijk maakt dat sprake is parkeren. Belanghebbendes beroep op de werkwijze van de scanauto en het zorgvuldigheidsbeginsel kunnen hem niet baten.
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 21/01393
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] ,
wonend in [woonplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank ZeelandWestBrabant (hierna: de rechtbank) van 7 oktober 2021, nummer BRE 20/10241, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Breda,
hierna: de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft de naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 13 oktober 2023 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen belanghebbende en, namens de heffingsambtenaar, [heffingsambtenaar] .
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
2 Feiten
Belanghebbende heeft op 22 februari 2020 zijn auto met kenteken [kenteken] om 11:33 op de Minister Kanstraat in Breda in een parkeerhaven neergezet. De Minister Kanstraat valt binnen het gebied in de gemeente Breda waar betaald parkeren geldt.
Op 27 februari 2020 is aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
Belanghebbende heeft (in elk geval) op 14 april 2020 per e-mail bezwaar gemaakt.
De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar het bezwaar nietontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Belanghebbende is niet gehoord.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en heeft vanwege de schending van de hoorplicht de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende van € 186,08 en heeft gelast dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 48 aan hem vergoedt.
3 Geschil en conclusies van partijen
In geschil is of de heffingsambtenaar het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zo dat niet het geval is, is in geschil of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.
Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de naheffingsaanslag. De heffingsambtenaar concludeert tot handhaving van de naheffingsaanslag.