Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20-12-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:4250, 22/00915
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20-12-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:4250, 22/00915
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 20 december 2023
- Datum publicatie
- 29 februari 2024
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2022:761, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 22/00915
- Relevante informatie
- Art. 122d Wschw
Inhoudsindicatie
In geschil is de aanslag zuiveringsheffing 2019 en meer in het bijzonder of er sprake is van een juiste objectafbakening en van een overschrijding van de opbrengstlimiet. Voorts is in geschil of er sprake is van een motiveringsgebrek in de uitspraak op het bezwaar.
Het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar het heffingsobject juist heeft vastgesteld, dat er geen sprake is van een overschrijding van de opbrengstlimiet en dat de uitspraak op het bezwaar voldoende is gemotiveerd.
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 22/00915
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant (hierna: de rechtbank) van 3 maart 2022, nummer SHE 20/3340, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van het Waterschap De Dommel in Boxtel,
hierna: de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende voor het belastingjaar 2019 een definitieve aanslag zuiveringsheffing opgelegd.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 2 november 2023 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen [gemachtigde] , als gemachtigde van belanghebbende, en, namens de heffingsambtenaar, [heffingsambtenaar] .
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
2 Feiten
Belanghebbende was in 2019 eigenaar en gebruiker van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [adres] in [vestigingsplaats] (hierna: het heffingsobject).
Belanghebbende exploiteert een autobedrijf. Het bedrijf verkoopt auto’s (met name van het merk [merk] ), maar verricht voor haar klanten ook onderhoudsdiensten en schadeherstel. Het heffingsobject bevat naast een showroom en een werkplaats tevens een wasstraat.
Ten aanzien van de wasstraat geldt dat slechts auto’s die ter reparatie zijn aangeboden, en dan slechts indien noodzakelijk geacht, in de wasstraat worden gereinigd. De wasstraat is daarmee slechts bestemd voor een gebruik waarbij de in het bedrijf werkzame personen slechts incidenteel en kortstondig aanwezig zijn. De wasstraat is niet voor derden toegankelijk. De wasstraat heeft geen personeelsvoorzieningen, zoals sanitair.
Het algemeen bestuur van het Waterschap De Dommel heeft op 28 november 2018 de Verordening zuiveringsheffing Waterschap De Dommel (hierna: de Verordening) vastgesteld. De Verordening is op 1 januari 2019 in werking getreden.
Eveneens op 28 november 2018 heeft het algemeen bestuur van het Waterschap De Dommel de Beleidsbegroting 2019 vastgesteld. De begroting naar kostendrager Zuiveringsbeheer vermeldt onder meer het volgende:
|
Zuiveringsbeheer (bedragen x € 1.000) |
Begroting 2019 (€) |
|
P-lasten en overig indirect |
16.983 |
|
(…) |
(…) |
|
Totaal nettolasten beleidsproducten |
63.450 |
|
(…) |
(…) |
|
Totaal Baten belastingheffing |
59.517 |
|
RESULTAAT ZUIVERINGSBEHEER VOOR BESTEMMING |
-4.150 |
De begroting van baten en lasten vermeldt onder meer het volgende:
|
Bedragen (x € 1.000) |
Begroting 2019 (€) |
|
Lasten: |
|
|
(….) Totale lasten |
121.832 |
|
Baten: |
|
|
(…) Totaal Waterschapsbelastingen |
107.669 |
Aan belanghebbende is op grond van de Verordening een definitieve aanslag zuiveringsheffing 2019 opgelegd.
De definitieve aanslag is vastgesteld conform artikel 2 van het Besluit vervuilingswaarde ingenomen water. In het belastingjaar 2019 werd door belanghebbende 2.843 m3 water ingenomen, waarvan 765 m3 ten behoeve van de wasstraat en 2.078 m3 ten behoeve van de werkplaats motorvoertuigen.
Voor de wasstraat was de indeling in klasse 5 van de tabel afvalwatercoëfficiënten met afvalwatercoëfficiënt 0,0060 per m3 ingenomen water van toepassing en voor de werkplaats motorvoertuigen was de indeling in klasse 8 van de tabel afvalwatercoëfficiënt met afvalwatercoëfficiënt 0,0230 per m3 ingenomen water van toepassing. De vervuilingswaarde is daarmee berekend op 765 m3 x 0,0060 (= 4,59 vervuilingseenheden (ve)) en 2.078 m3 x 0,0230 (= 47,79 ve), in totaal 52,3 ve. Het tarief per ve bedraagt € 48,72.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een definitieve aanslag zuiveringsheffing voor het kalenderjaar 2019 opgelegd tot een bedrag van € 2.548,05 (52,3 x € 48,72). Na verrekening met de voorlopige aanslag voor het kalenderjaar 2019 (€ 2.338,56) resteerde een door belanghebbende te betalen bedrag van € 209,49.
3 Geschil en conclusies van partijen
Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de heffingsambtenaar terecht en op juiste wijze de aanslag zuiveringsheffing 2019 heeft opgelegd aan belanghebbende. Daarbij spitst het geschil zich toe op de volgende vragen:
- -
-
Is sprake van een juiste objectafbakening?
- -
-
Is sprake van een overschrijding van de opbrengstlimiet?
Voorts is in geschil of er sprake is van een motiveringsgebrek in de uitspraak op het bezwaar.
Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring en vernietiging van de aanslag. De heffingsambtenaar concludeert tot ongegrondverklaring van het hoger beroep.