Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14-02-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:524, 200.295.997_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14-02-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:524, 200.295.997_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 14 februari 2023
- Datum publicatie
- 28 februari 2023
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2023:524
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2021:2962
- Zaaknummer
- 200.295.997_01
Inhoudsindicatie
Particulier investeert op meerdere momenten in belegpensioenpolis. Belegd vermogen vervroegd en met verlies uitgekeerd. Schending zorgplicht door bank wegens advisering?
Uitspraak
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.295.997/01
arrest van 14 februari 2023
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als [appellant] ,
advocaat: mr. P.M.H. Cruts te Simpelveld,
tegen
Coöperatieve Rabobank U.A.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellante in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als Rabobank,
advocaat: mr. F.M.A. 't Hart te Amsterdam,
op het bij exploot van dagvaarding van 4 juni 2021 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 31 maart 2021, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, gewezen tussen [appellant] als eiser en Rabobank als gedaagde (hierna: het bestreden vonnis).
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/271031 / HA ZA 19-585)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar het bestreden vonnis.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding in hoger beroep;
- -
-
de memorie van grieven met vier producties en een - niet in de kop van het processtuk vermelde - wijziging van eis;
- -
-
de memorie van antwoord, tevens voorwaardelijk incidenteel appel met zes producties;
- -
-
de memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel appel met een productie;
- -
-
de nadere akte zijdens Rabobank;
- -
-
de antwoordakte zijdens [appellant] ;
- -
-
de bij H3-formulier van 5 december 2022 namens [appellant] ingediende akte inbreng producties ten behoeve van de mondelinge behandeling met drie producties;
- -
-
de correspondentie van partijen met het hof, gedateerd 3, 9 en 10 januari 2023 en de in verband daarmee door het hof op 8 en 9 januari 2023 per e-mail gegeven procedurele beslissingen, waarbij productie 3 van de bij akte van 5 december 2022 overgelegde productie is geweigerd wegens strijd met de twee-conclusieregel althans de goede procesorde omdat het een verkapte nadere memorie/conclusie betreft;
- -
-
de mondelinge behandeling, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
3 De beoordeling
in principaal en voorwaardelijk incidenteel hoger beroep
De feiten
De rechtbank heeft in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.10 van het bestreden vonnis de feiten vastgesteld waarvan zij is uitgegaan bij haar beoordeling en beslissing van de aan haar voorgelegde vorderingen. In dit hoger beroep komt [appellant] met principale grief I op tegen de feitelijke vaststelling in rechtsoverweging 2.5 van het bestreden vonnis. Mede gelet daarop als ook gelet op wat door partijen in dit geding over en weer is aangevoerd en aan stukken is overgelegd, en met de aantekening dat de selectie en vaststelling van de relevante feiten in beginsel is voorbehouden aan de rechter, gaat het hof in dit hoger beroep uit van de volgende feiten:
a. [appellant] heeft Rabobank in 1997 gevraagd hem te adviseren in het kader van een pensioenvoorziening in aanvulling op zijn AOW. Rabobank heeft [appellant] op 17 april 1997 een offerte aangeboden van het door ZwitserLeven aangeboden product genaamd “Het Belegpensioen van ZwitserLeven”.
b. Deze offerte houdt - voor zover in het kader van dit geschil relevant - het volgende in (productie 1 bij dagvaarding):
“(...)
Premie
Premie per maand bij automatische incasso f 1.055
Van deze premie wordt gedurende de eerste 5 jaar
82,00% geïnvesteerd in beleggingsaandelen. Daarna wordt 97,50% van de premie belegd.
Verdeling investeringspremie over beleggingsfondsen
Verondersteld fondsrendement*
per jaar
Swiss Life Aandelenfonds 100% 10,00%
Swiss Life Obligatiefonds 0% 8,00%
Swiss Life Geldmarktfonds 0% 6,00%
Swiss Life Mixfonds 0% 9,00%
Swiss Life Garantiefonds 0% 6,00% (garantie 4%)
100% 10,00%
*Zie toelichting
(...).
(...) I Voorbeeldkapitaal op de pensioenrichtdatum
- Het voorbeeldkapitaal bedraagt uitgaande van een voorbeeldpercentage gelijk aan een:
- verondersteld fondsrendement van 10,00% f 351.443
- gerealiseerd hoogste fondsrendement van 20,60% f 919.782
- gerealiseerd gemiddeld fondsrendement van 17,6% f 698.631
- en gerealiseerd laagste fondsrendement van 15,10% f 556.289
(...).”
c. Rabobank heeft, optredend als remisier, bemiddelaar en adviserend financieel dienstverlener, op 7 oktober 1997 op basis van de offerte een belegpensioenpolis voor [appellant] afgesloten bij ZwitserLeven onder [nummer] (productie 2 bij dagvaarding; hierna: de belegpensioenpolis). De beleggingen vonden voor 100% plaats in het Swiss Life Aandelenfonds (hierna: het aandelenfonds).
d. [appellant] had ten tijde van het afsluiten van de belegpensioenpolis twee lopende koopsompolissen bij Rabobank, die beiden expireerden in 2007. Op advies van zijn accountant heeft [appellant] de waarde van die vrijgevallen polissen, van in totaal € 57.877,85, op 20 juni 2008 als extra storting belegd in de belegpensioenpolis.
e. [appellant] heeft (op enig moment) een tweetal beleggingsrekeningen gehad: een Effectenrekening met een totaalsaldo van € 15.600,-- en een Beleggersrekening met een totaal van € 114.623,21.
f. Bij brief van 31 januari 2008 met als onderwerp ‘Pensioenadvies’ (productie 5 bij conclusie van antwoord) heeft Rabobank aan [appellant] onder meer het volgende bericht:
“In vervolg op ons recent gesprek en de van u ontvangen documenten heb ik onderstaand advies voor u opgesteld. Dit advies richt zich met name op de lopende lijfrentepolissen en uw pensioenoverzichten. (...).
Uitgangspunten
- Bij de eindwaarden van de polissen ben ik uitgegaan van de door u opgegeven prognoses van de eindwaarden.
- Bij AXA [polisnummer 1] heb ik (...) een eindwaarde van € 38.000,- aangehouden;
- Van AXA [polisnummer 2] kreeg ik de eindwaarde op uw overzicht niet bevestigd (...). De eindwaarde van € 53.880,- heb ik aangehouden.
- Ten aanzien van de Zwitser Leven polis constateerden wij reeds dat de waarde op uw overzicht waarschijnlijk niet volledig correct is. Ik heb gerekend met een eindwaarde van € 100.000,-;
- De beide polissen van Interpolis welke binnenkort eindigen heb ik samengevoegd en verlengd in een nieuwe polis, eveneens tot 2013. (...).;
Resultaten
Uitgaande van het bovenstaande zal in 2013 een expiratiekapitaal van circa € 298.000,- beschikbaar komen. (...).
(...).
- Naar de einddatum dient het beleggingsrisico in de polissen op enig moment te worden gereduceerd. Ik doel dan op de Zwitser Leven en Axa polissen. Aangezien de beleggingshorizon in de polissen door het voortschrijden van de tijd afneemt, is het reduceren van het aandelenbelang op enig moment aan te bevelen. (...).”
g. Bij brief van 4 maart 2008 met als onderwerp ‘Offerte Interpolis’ (productie 6 bij conclusie van antwoord) bericht Rabobank aan [appellant] onder andere:
“Aangezien de geldigheidsduur van de Interpolis offerte is verstreken, stuur ik u
bijgaand een nieuwe actuele offerte voor de besproken Koopsomverzekering. (...).
Daar u telefonisch te kennen gaf een aantal varianten ten aanzien van de besteding van het expiratiekapitaal van de lopende polissen met uw accountant te willen bespreken, hebben wij afgesproken dat ik uw reactie af zal wachten.
In de huidige visie van de voortzetting van de polissen zijn de uitgangspunten steeds geweest: behoud van het fiscale regime en het risicoloos laten groeien van het kapitaal tot uw 65ste. Op grond van het voorgaande is Banksparen of het kapitaal storten in uw huidige polis bij Zwitser Leven tot heden geen alternatief geweest.
(...).”
h. Bij brief van 12 maart 2008 met als onderwerp ‘expiratie kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule’ (onderdeel van productie 7 bij conclusie van antwoord) schrijft [persoon A] (hierna: [persoon A] ) van [accountantsbureau] , destijds de accountant van [appellant] , voor zover van belang het volgende:
“Middels uw brief van 29 februari 2008 verzocht u ons schriftelijk mee te delen of en zo ja hoe de expirerende koopsompolissen met lijfrenteclausules gebruikt kunnen worden als storting op een reeds lopende lijfrentepolis van Zwitserleven. Het betreft de volgende expirerende polissen:
- Polis RABO Pensioenplan [polisnummer 3] (...) expirerend op 11 februari 2008;
- Polis RABO lijfrente koopsompolis [polisnummer 4] (...) expirerend op 11 februari 2008.
(...).