Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-01-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:158, 22/00968
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-01-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:158, 22/00968
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 17 januari 2024
- Datum publicatie
- 12 maart 2024
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2022:2456, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 22/00968
- Relevante informatie
- Art. 17 WOZ
Inhoudsindicatie
WOZ kinderdagverblijf. Gecorrigeerde vervangingswaarde. Heffingsambtenaar maakt verlenging technische levensduur ten opzichte van gegevens uit Taxatiewijzer niet aannemelijk. Belanghebbende maakt restwaarde van 10% niet aannemelijk. Hof sluit aan bij de door de rechtbank in goede justitie vastgestelde waarde.
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 22/00968
Uitspraak op het hoger beroep van
Stichting [belanghebbende] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: belanghebbende
tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg (hierna: de rechtbank) van 30 maart 2022, nummer ROE 21/771 in het geding tussen
belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen,
hierna: de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) een beschikking gegeven (hierna: de WOZbeschikking) en daarbij de waarde van de onroerende zaak aan [adres 1] te [plaats 1] (hierna: de onroerende zaak) op 1 januari 2019 vastgesteld. Tevens is daarbij de aanslag onroerende zaakbelasting voor het jaar 2020 bekendgemaakt.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 16 november 2023 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen [gemachtigde] , als gemachtigde van belanghebbende, vergezeld door [taxateur 1] , taxateur. Namens de heffingsambtenaar is – met kennisgeving – niemand verschenen.
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
2 Feiten
Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van de onroerende zaak. De onroerende zaak is een kinderdagverblijf uit 1972 die in 1998 is uitgebreid met 105 m2 binnenruimte. De totale bruto vloeroppervlakte bedraagt sindsdien 505 m2. De grondoppervlakte is 2.017 m2.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak per de waardepeildatum 1 januari 2019 (hierna: per waardepeildatum) gesteld op € 360.000. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-beschikking en geconcludeerd tot een waarde van € 161.000. Zij heeft daartoe een taxatierapport op laten stellen door [kantoornaam] (hierna: [kantoornaam] ). De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, de waarde van de onroerende zaak vastgesteld op € 265.000, de heffingsambtenaar opgedragen het betaalde griffierecht van € 360 aan belanghebbende te vergoeden en de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten wegens verleende rechtsbijstand tot een bedrag van € 3.214,50 en wegens deskundigenkosten tot een bedrag van € 630, te vermeerderen met de ter zake verschuldigde omzetbelasting.
De heffingsambtenaar heeft in beroep een taxatierapport overgelegd van taxateur [taxateur 2] waarin wordt geconcludeerd tot een waarde van de onroerende zaak per waardepeildatum van € 324.000. In hoger beroep heeft hij geen nieuw taxatierapport ingebracht.
In hoger beroep beroept belanghebbende zich op een nieuw taxatierapport van [kantoornaam] , waarin de waarde van de onroerende zaak per waardepeildatum is bepaald op € 164.000.
3 Geschil en conclusies van partijen
In geschil is de hoogte van de waarde van de onroerende zaak per waardepeildatum.
Belanghebbende concludeert tot vaststelling van de waarde van de onroerende zaak op € 164.000. De heffingsambtenaar concludeert, naar het hof begrijpt, tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.