Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23-07-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2380, 200.322.375/01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23-07-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2380, 200.322.375/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 23 juli 2024
- Datum publicatie
- 22 augustus 2024
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2024:2380
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2022:4157
- Zaaknummer
- 200.322.375/01
Inhoudsindicatie
-Immuniteit van jurisdictie. Acta iure imperii vs. acte iure gestionis. Ambtshalve toetsing recht van een staat op immuniteit van jurisdictie. Artikel 6 VN-Immuniteitsverdrag. Kan een partij in een procedure een beroep doen op de immuniteit van jurisdictie van een vreemde staat als die vreemde staat zelf geen partij is in het geding?
Uitspraak
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.322.375/01
arrest van 23 juli 2024
in de zaak van
Cerbuco Brewing INC.,
gevestigd te [vestigingsplaats] , Canada,
appellante in principaal hoger beroep, geïntimeerde in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als Cerbuco,
advocaat: mr. J.D. Drok te Amsterdam,
tegen
1 Royal [---] Family Brewers Holding N.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [---] Family Brewers Spain S.L.,gevestigd te [vestigingsplaats] , Spanje,
geïntimeerden in principaal hoger beroep, appellanten in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als Royal [---] , [---] Spain en gezamenlijk als [geïntimeerden] ,
advocaat: mr. D.A.M.H.W. Strik te Amsterdam,
op het bij exploot van dagvaarding van 4 januari 2023 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 5 oktober 2022, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen Cerbuco als eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident en [geïntimeerden] als gedaagden in de hoofdzaak, eiseressen in het incident.
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/376770 / HA ZA 21-809)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar het hiervoor genoemde vonnis.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding in hoger beroep;
- -
-
de memorie van grieven;
- -
-
de memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep met producties;
- -
-
de memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep;
- -
-
de mondelinge behandeling, waarbij beide partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- -
-
de bij H-formulier van 21 mei 2024 door Cerbuco toegezonden productie, die Cerbuco bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht.
[geïntimeerden] hebben bij brief van 24 mei 2024 bezwaar gemaakt tegen de door Cerbuco voorafgaand aan de mondelinge behandeling toegezonden productie. Het bezwaar van [geïntimeerden] hield in dat de inhoud van de productie in strijd is met de twee-conclusieregel en dat de productie mede gezien de omvang ervan en de eisen van hoor en wederhoor, te laat in het geding is gebracht. Daarom is volgens [geïntimeerden] sprake van strijd met een goede procesorde. Hierop is door Cerbuco bij e-mailbericht van 27 mei 2024 gereageerd. Op 28 mei 2024 heeft het hof partijen bericht dat het bezwaar van [geïntimeerden] ongegrond is, dat de productie zal worden toegelaten en dat het hof zal borgen dat het beginsel van hoor en wederhoor in acht wordt genomen.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.