Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14-08-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2581, : 22/1783
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14-08-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2581, : 22/1783
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 14 augustus 2024
- Datum publicatie
- 24 oktober 2024
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2022:4188, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- : 22/1783
- Relevante informatie
- Art. 16 Wet WOZ
Inhoudsindicatie
Bij een onjuiste objectafbakening moet bezwaar gemaakt worden tegen de WOZ-aanslag. In een procedure over de watersysteemheffing gebouwd kan de objectafbakening niet ter discussie gesteld worden. Daarnaast is het belastingobject voldoende duidelijk omschreven. Belanghebbende wist om welke woning het ging, ondanks dat het Romeinse cijfer “III” in de objectaanduiding was aangegeven als “iii”. Beroep ongegrond.
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 22/1783
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] ,
wonend in [woonplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van rechtbank Oost-Brabant (hierna: de rechtbank) van 27 september 2022, nummer SHE 21/2350 in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van Waterschap de Dommel te Boxtel,
hierna: de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende voor het jaar 2021 een aanslag watersysteemheffing gebouwd opgelegd van € 19,51 (verder: de aanslag).
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof en aanvullende stukken ingediend. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft in reactie op het verweerschrift een ‘conclusie van repliek’ en diverse nadere stukken ingediend. De heffingsambtenaar heeft een ‘conclusie van dupliek’ ingediend.
Belanghebbende heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de heffingsambtenaar.
De zitting heeft plaatsgevonden op 31 mei 2024 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen belanghebbende en, namens de heffingsambtenaar, [heffingsambtenaar] .
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
2 Feiten
Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van de woning aan de [adres] te [woonplaats] . De WOZ-waarde is naar de waardepeildatum 1 januari 2020 vastgesteld op € 99.000.
Aan belanghebbende is de aanslag opgelegd. Het aanslagbiljet is gericht aan belanghebbende en vermeldt als adres [adres] . Belanghebbendes woning - het belastingobject - wordt vervolgens op het aanslagbiljet omschreven als [adres] .
3 Geschil en conclusies van partijen
In geschil zijn de volgende vragen:
I. is de objectafbakening voor de berekening van de WOZ-waarde juist?
II. is de aanslag terecht opgelegd ter zake van het op het aanslagbiljet onder de ‘Omschrijving’ genoemde adres?
Belanghebbende concludeert tot gegrond verklaring van het hoger beroep en vermindering van de aanslag met € 1,04. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.