Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 06-02-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:339, 200.319.566_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 06-02-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:339, 200.319.566_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 6 februari 2024
- Datum publicatie
- 26 februari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2024:339
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2022:3527
- Zaaknummer
- 200.319.566_01
Inhoudsindicatie
Omzetting van certificaten in aandelen. Uitleg statuten.
Uitspraak
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.319.566/01
arrest van 6 februari 2024
in de zaak van
1. 2. 3. 4.
[appellante] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna ook te noemen: ' [appellante] ';
appellante,
advocaat: mr. D.M. Lamers,
tegen:
1 de stichting [de stichting] ,
gevestigd en kantoorhoudend te [vestigingsplaats] ,
hierna ook te noemen: de ' [de stichting] ’;
2. [geïntimeerde 1],
woonachtig te [woonplaats] ,
hierna ook te noemen: ' [geïntimeerde 1] ’;
3. [geïntimeerde 2],
woonachtig te [woonplaats] ,
hierna ook te noemen: ' [geïntimeerde 2] ';
4. [geïntimeerde 3],
woonachtig te [woonplaats] ,
hierna ook te noemen: ' [geïntimeerde 3] ’;
geïntimeerden,
advocaat: mr. J.J.M.C. Huppertz
op het bij dagvaarding van 26 juli 2022 ingestelde hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, gewezen op 4 mei 2022,
onder de zaak- en rolnummers C/03/289470 / HA ZA 21-127, tussen enerzijds [appellante] als eiseres en anderzijds de [de stichting] , [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] als gedaagden.
1 De procedure
Voor de procedure in eerste aanleg wordt verwezen naar voormeld vonnis van de
rechtbank van 4 mei 2002.
De procedure in hoger beroep blijkt uit:
- -
-
de memorie van grieven van 9 mei 2023 met producties 23 tot en met 30;
- -
-
de memorie van antwoord van 18 juli 2023 met producties 54 tot en met 56.
[appellante] vordert vernietiging van voormeld vonnis en -kort samengevat- het alsnog bewerkstelligen van decertificering van de door [de stichting] gehouden aandelen in [de B.V.]
Geïntimeerden concluderen tot bekrachtiging.
Partijen hebben de stukken in handen gesteld van het hof voor het wijzen van arrest.
2 De feiten
In hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten:
a. Artikel 3 van de statuten van de [de stichting] luidt als volgt:
“1. De stichting heeft ten doel:
a. het tegen uitgifte van certificaten op naam verwerven van aandelen in de vennootschap;
b. het houden van aandelen in de vennootschap;
c .het uítoefenen van alle aan de aandelen verbonden rechten, zoals het ontvangen
van uitkeringen en het uitoefenen van stemrecht;
d. het optreden als bewindvoerder;
e. het verrichten van handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband
a. de aandelen te vervreemden of een daartoe strekkende rechtshandeling aan te
b. op de aandelen een recht van pand of vruchtgebruik te vestigen of de aandelen
Artikel 8 lid 2 van de statuten van de [de stichting] bepaalt het volgende:
“(..) 2. Bestuursbesluiten strekkende tot het verlenen van medewerking aan decertificering van een of meer aandelen (...) moeten eveneens worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.”
Artikel 9 lid 1 van de Administratievoorwaarden van 17 november 2012 (hierna. "de administratievoorwaarden") van de [de stichting] houdt in:
"DECERTIFICERING
(...)
van de aandelen besluiten.
Certificaathouders kunnen geen decertificering van de aandelen verlangen, tenzij:
-alle certíficaten van aandelen worden gehouden door één persoon,
(...)”
In de statuten van de [de stichting] , zoals die sinds 26 maart 2016 luiden, is in artikel 18 (Overgangsbepaling)
bepaald dat zodra [echtgenoot appellante] , de echtgenoot van [appellante] , als bestuurder van de [de stichting] defungeert, [appellante] bestuurslid van de [de stichting] wordt, indien zij dan nog in leven is en bereid is in het bestuur van de [de stichting] zitting te nemen, en het bestuur daarnaast dan wordt gevormd door [geïntimeerde 2] , [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 3] .
Door het overlijden op 1 december 2016 van [echtgenoot appellante] en daarmee het ingevolge
artikel 18 van de statuten van de [de stichting] defungeren van de echtgenoot van [appellante] , zijn [appellante] , [geïntimeerde 2] , [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 3] toegetreden tot het bestuur van de [de stichting] , dat sedertdien uit deze vier bestuurders bestaat. [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] waren op dat moment al bij [de B.V.] (hierna: de holding) betrokken, [geïntimeerde 1] als vennoot van een accountancybedrijf dat de boekhouding van de holding verzorgde, [geïntimeerde 2] als freelance bedrijfsadviseur die de holding adviseerde en [geïntimeerde 3] , de vaste notaris, die zowel voor de familie [familienaam] als voor de holding optrad.
f. Bij besluit van 19 januari 2017 is [appellante] door het bestuur van de [de stichting] benoemd tot bestuurder van de holding.
g. [appellante] heeft de overige bestuurders van de [de stichting] bij aangetekend schrijven van 1 april 2019 opgeroepen voor een bestuursvergadering op 10 april 2019 te 09.00 uur, die later op verzoek van de raadsman van [geïntimeerde 2] , [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 3] is verplaatst naar 19 april 2019. Het agendapunt van de vergadering was het verlangen van [appellante] , die houdster is van alle certificaten van aandelen in de holding, om tot decertificering van de aandelen in de holding te komen. [geïntimeerde 2] , [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 3] hebben ter vergadering tegen het verlangen van [appellante] tot decertificering gestemd, zodat het voorstel is verworpen.
h. [appellante] heeft in een kortgedingprocedure gevorderd dat [geïntimeerde 2] , [geïntimeerde 1] en
[geïntimeerde 3] meewerken aan decertificering van de aandelen. Bij vonnis van 24 juli 2019
heeft de voorzieningenrechter die vordering afgewezen.
i. [appellante] is ontslagen als bestuurder van de holding. Sedertdien is [geïntimeerde 1]
enig bestuurder van de holding.