Home

Rechtbank Limburg, 04-05-2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:3527, C/03/289470 / HA ZA 21-127

Rechtbank Limburg, 04-05-2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:3527, C/03/289470 / HA ZA 21-127

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
4 mei 2022
Datum publicatie
11 mei 2022
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2022:3527
Formele relaties
Zaaknummer
C/03/289470 / HA ZA 21-127

Inhoudsindicatie

Vordering tot decertificering van aandelen afgewezen. Bestuur Stak heeft discretionaire bevoegdheid. Vaststelling motief voor certificeren aandelen.

Uitspraak

vonnis

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/289470 / HA ZA 21-127

Vonnis van 4 mei 2022

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiseres,

advocaat: mr. D.M. Lamers;

tegen:

1. de stichting

[gedaagde sub 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

wonende te [woonplaats 3] ,

wonende te [woonplaats 3] ,

gedaagden,

advocaat: mr. R.F.H. Mertens.

Eiseres zal als “ [eiseres] ” worden aangeduid en gedaagden zullen gezamenlijk “de stak c.s.” genoemd worden en afzonderlijk “de stak”, “ [gedaagde sub 2] ”, “ [gedaagde sub 3] ” en “ [gedaagde sub 4] ”.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding met producties 1 t/m 21;

-

de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 52;

-

het B3-formulier van mr. Mertens met productie 53;

-

het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 februari 2022.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 28 januari 1986 hebben [naam echtgenoot] (die in de hieronder geciteerde stukken ook wel als [naam echtgenoot] wordt aangeduid) en zijn echtgenote [eiseres] (die in de hieronder geciteerde stukken ook wel als [eiseres] wordt aangeduid) [naam bv 1] (hierna: “de holding”) opgericht. [naam echtgenoot] hield alle aandelen in de holding. De holding hield aanvankelijk aandelen in een drietal werkmaatschappijen, te weten: [naam bv 2] , [naam bv 3] en [naam bv 4] Die laatste vennootschap is inmiddels ontbonden en vereffend.

2.2.

In het najaar van 2011 is door [gedaagde sub 2] een zogenaamde Interne Nota (hierna: “Interne Nota”) opgesteld (productie 5 bij conclusie van antwoord). De Interne Nota vermeldt – voor zover van belang – het volgende:

“INTERNE NOTA

- Besprekingen met [naam echtgenoot] en [eiseres]

- Betreft: strategisch thema “het verminderen van de kwetsbaarheid”

- Nota samengesteld door [gedaagde sub 2]

Context

In het beleidsplan van de [naam groep bv's] is als strategisch thema “het verminderen van de kwetsbaarheid” opgenomen. Ik citeer: “De huidige [naam groep bv's] leunt te zeer op de [naam echtgenoot] alleen, hetgeen het bedrijf kwetsbaarheid maakt.(...)

Rondom dit strategisch thema zijn in het jaarplan 2011 een drietal acties geformuleerd, ik citeer wederom:

- Oprichting stichting administratiekantoorEen eerste stap van het verminderen van de kwetsbaarheid wordt gezet in 2011 middels de oprichting van een stichting administratiekantoor.

(...)

Tijdens het 1e gesprek wordt helder dat ook [eiseres] ernstige zorgen heeft voor het geval [naam echtgenoot] onverhoopt mocht komen te overlijden, immers:

- Er is niet helder welke consequenties dit heeft voor de [naam groep bv's](...)

De gesprekken hebben vooral een verkennend karakter gehad met betrekking tot de consequenties van een onverhoopt overlijden van [naam echtgenoot] voor de [naam groep bv's] .

De voorlopige bevindingen uit de gesprekken zijn als volgt:

- met het oog op de belangen binnen de familie [familienaam] , de medewerkers en de klanten staat continuïteit van de [naam groep bv's] staat voorop tijdens het komende proces

- deze continuïteit kan in het geding komen doordat bij een onverhoopt overlijden van [naam echtgenoot] de aandelen van [naam bv 1] in handen komen van meerdere erfgenamen. Dit is niet alleen het geval indien één of meerdere erfgenamen hun aandelenbelang willen verzilveren, maar ook als mocht blijken dat nieuwe aandeelhouders directiefuncties wensen te gaan vervullen

- momenteel is niet helder wat de exacte consequenties zijn van een overlijden van [naam echtgenoot] voor de aandelenverhoudingen in [naam bv 1] . In het vervolgtraject dient dit met de notaris besproken te worden

- voornoemde situaties kunnen worden voorkomen door de oprichting van een Stichting Administratiekantoor. Deze heeft als doel om aandelenbezit en zeggenschap over de onderneming te scheiden.

- Wens van [naam echtgenoot] en [eiseres] is:

dat in geval van overlijden van [naam echtgenoot] de aandelen van [naam bv 1] in handen komen van [eiseres] ; gecheckt moet worden of dit kan rekening houdend met wettelijke bepalingen ten aanzien van legitieme porties

dat uiteindelijk de aandelen van [naam bv 1] in handen komen van [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] . Gedacht wordt aan een verhouding van 60% ( [naam 1] ), 20% ( [naam 2] ) en 20% ( [naam 3] )(...)”

2.3.

Op 17 november 2012 heeft [naam echtgenoot] alle aandelen in de holding ter certificering geleverd aan de daartoe opgerichte stak.

2.4.

Op 4 maart 2016 heeft [gedaagde sub 4] een brief geschreven aan [naam echtgenoot] (productie 15 bij conclusie van antwoord) waarvan de inhoud – voor zover van belang – als volgt luidt:

“Geachte heer [naam echtgenoot] , beste [naam echtgenoot] ,

Bij deze doe ik je toekomen, de andermaal bijgeschaafde versies van:

- ontwerp van de akte van statutenwijziging van [gedaagde sub 1] .

- ontwerp-akte van aanvullende huwelijkse voorwaarden

- ontwerp van je testament.

Ten aanzien van [gedaagde sub 1] :

De wijze van benoeming van bestuurders is fundamenteel veranderd.

Niet langer wordt aan de certificaathouders (dus jouw nabestaanden) het recht gegeven om invloed uit te oefenen op de benoeming van bestuurders van [gedaagde sub 1] en dus -indirect- op de bedrijfsvoering van [naam bv 1]

Je benoemt zelf het eerste bestuur voor de situatie na jouw overlijden. En je wijst ook zelf al een bestuur aan voor de situatie na het overlijden van [eiseres] (als langstlevende van jullie beiden). Zie daartoe artikel 18 op bladzijde 9 van de ontwerp-akte.

Dat bestuur van vier respectievelijk drie personen voorziet vervolgens zelf in zijn eventuele vacatures. Je nabestaanden hebben dus geen stem meer in dat kapittel.

Op jouw uitdrukkelijk verzoek heb ik mijzelf als mede-lid van het bestuur vermeld, en mijzelf een dubbele stem gegeven, hoewel [gedaagde sub 2] voorzitter van dat bestuur wordt.

Staken van stemmen kan zich zodoende niet meer voordoen; en ‘te machtig’ word ik met die dubbele stem niet, omdat voor majeure beslissingen unanimiteit van stemmen vereist is.

(...)”

2.5.

Op 26 maart 2016 zijn de statuten van de stak gewijzigd, waarbij onder meer artikel 4 (“Bestuur: samenstelling, wijze van benoemen en beloning”) en artikel 18 (“overgangsbepaling”) zijn gewijzigd (productie 4 bij dagvaarding). Die wijzigingen hielden onder meer in dat, als na het defungeren van [naam echtgenoot] en [eiseres] nog in leven is, het bestuur zal bestaan uit vier bestuurders, terwijl in de oorspronkelijke statuten van 17 november 2012 (productie 1 bij dagvaarding) in dat geval het bestuur zal bestaan uit twee bestuurders. Daarnaast is bepaald dat [eiseres] niet langer twee stemmen zal hebben (artikel 18 lid 1 van de statuten van 17 november 2012), maar slechts één en dat [gedaagde sub 4] wel twee stemmen zal hebben.

2.6.

Ten tijde van het overlijden van haar man, op [overlijdensdatum] , was [eiseres] , gelet op het tussen hen geldende huwelijksgoederenregime, houdster van 50% van de certificaten in de holding. In de uiterste wilsbeschikking van [naam echtgenoot] zijn de 50% van de certificaten die door [naam echtgenoot] werd gehouden toegedeeld aan [eiseres] .

2.7.

[eiseres] is derhalve thans houdster van alle certificaten in de stak. In de statuten van de stak, zoals die sedert 26 maart 2016 luiden, is in artikel 18 – zakelijk weergegeven – bepaald dat zodra [naam echtgenoot] als bestuurder van de stak defungeert, [eiseres] bestuurslid van de stichting wordt, indien zij dan nog in leven is en bereid is in het bestuur van de stichting zitting te nemen, en het bestuur daarnaast dan wordt gevormd door de [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] .

2.8.

Artikel 3 van de statuten van de stak luidt thans als volgt:

“(...)DOEL

Artikel 3

1.De stichting heeft ten doel:

a. het tegen uitgifte van certificaten op naam verwerven van aandelen in de vennootschap;

b. het houden van aandelen in de vennootschap;

c .het uitoefenen van alle aan de aandelen verbonden rechten, zoals het ontvangen van uitkeringen en het uitoefenen van stemrecht;

d. het optreden als bewindvoerder;

e. het verrichten van handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.

2.De stichting is niet bevoegd: a. de aandelen te vervreemden of een daartoe strekkende rechtshandeling aan te gaan, anders dan bij wijze van decertificering;

b. op de aandelen een recht van pand of vruchtgebruik te vestigen of de aandelen anderszins te bezwaren.(...)”

Artikel 8 lid 2 van de statuten van de stak luidt thans als volgt:

2. Bestuursbesluiten strekkend tot het verlenen van medewerking aan decertificering van één of meer aandelen of tot wijziging van de voorwaarden als bedoeld in artikel 5 lid 5, moeten eveneens worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.”

Artikel 9 van de Administratievoorwaarden van 17 november 2012 (hierna: “de administratievoorwaarden”) van de stak (productie 3 bij dagvaarding) luidt als volgt:

“(...)DECERTIFICERING

Artikel 9

  1. Slechts het bestuur van de stichting kan tot gehele of gedeeltelijke decertificering van de aandelen besluiten. Certificaathouders kunnen geen decertificering van de aandelen verlangen, tenzij: - alle certificaten van aandelen worden gehouden door één persoon, of - de stichting wordt ontbonden.

  2. Na het einde van de administratie gaan de verbintenissen voortvloeiende uit de certificering voor de certificaathouders teniet en worden de met de certificaten corresponderende aandelen overgedragen.(...)”

2.9.

Door het overlijden (en daarmee defungeren van [naam echtgenoot] ) zijn [eiseres] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] toegetreden tot het bestuur van de stak, dat sedertdien uit deze vier bestuurders bestaat.

2.10.

[gedaagde sub 3] , [gedaagde sub 2] , en [gedaagde sub 4] waren op dat moment al bij de holding betrokken. [gedaagde sub 3] als vennoot van een accountancybedrijf dat de boekhouding van de holding verzorgde, [gedaagde sub 2] als freelance bedrijfsadviseur die de holding adviseerde en [gedaagde sub 4] , de vaste notaris, die zowel voor de familie [naam echtgenoot] als voor de holding optrad.

2.11.

Bij besluit van 19 januari 2017 is [eiseres] door het bestuur van de stak benoemd tot bestuurder van de holding.

2.12.

[eiseres] heeft de overige bestuurders van de stak bij aangetekend schrijven van 1 april 2019 opgeroepen voor een bestuursvergadering op 10 april 2019 te 09.00 uur, die later op verzoek van de raadsman van [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] is verplaatst naar 19 april 2019. Het agendapunt van de vergadering was het verlangen van [eiseres] om tot decertificering van de aandelen in [naam echtgenoot] Holding te komen. [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] hebben ter vergadering tegen het verlangen van [eiseres] tot decertificering gestemd, zodat het voorstel is verworpen.

2.13.

[eiseres] heeft in een kortgedingprocedure gevorderd dat [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] meewerken aan decertificering van de aandelen. Bij vonnis van 24 juli 2019 heeft de voorzieningenrechter die vordering afgewezen (productie 14 bij dagvaarding).

2.14.

[eiseres] is ontslagen als bestuurder van de holding. Sedertdien is [gedaagde sub 3] enig bestuurder van de holding.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] stelt zich op het standpunt dat nu geen ander doel of motief voor de certificering van de aandelen wordt genoemd dan in artikel 3 van de statuten van de stak, dan wel in enige andere akte, het ervoor moet worden gehouden dat de stak enkel en alleen in het leven is geroepen ter bescherming van de belangen van de certificaathoudster. [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] dienen volgens [eiseres] dan ook háár belangen te dienen.

3.2.

Volgens [eiseres] hebben de overige bestuurders van de stak geen enkele feeling met de holding. Zij lijken er vooral op uit te zijn hun eigen ondernemingen te spekken. Zij bemoeien zich intensief met de dagelijkse gang van zaken binnen de holding en brengen daarvoor hoge kosten in rekening. Voor de werkzaamheden aan de stak gerelateerd, hebben zij zichzelf een riante beloning toegekend, terwijl [eiseres] geen vergoeding ontvangt.

3.3.

Aangezien zij houdster is van alle certificaten van de aandelen in de holding, komt volgens [eiseres] aan haar, op grond van het bepaalde in artikel 9 van de administratievoorwaarden, de bevoegdheid toe decertificering te verlangen. Het bestuur van de stak, en aldus alle bestuurders afzonderlijk, zijn derhalve volgens [eiseres] gehouden medewerking te verlenen aan de door haar verlangde decertificering. [eiseres] kan volgens de administratievoorwaarden echter niet persoonlijk tot decertificering besluiten. Dat moet volgens artikel 9 lid 1 van de administratievoorwaarden het bestuur van de stak doen.

3.4.

[eiseres] stelt zich primair op het standpunt dat het bestuur van de stak geen discretionaire bevoegdheid heeft om de verlangde decertificering te weigeren. Het gebruik van het woord “kan” in artikel 9 lid 1 van de administratievoorwaarden geeft enkel aan dat het bestuur eenzijdig kan overgaan tot royering van de certificaten. Dat blijkt volgens [eiseres] ook uit het feit dat in voormeld artikel ook de volgende bepaling is opgenomen: “Certificaathouders kunnen geen decertificering verlangen, tenzij: alle certificaten van aandelen worden gehouden door één persoon(...)”

3.5.

Het tweede lid van artikel 8 van de statuten van de stak schrijft volgens [eiseres] slechts voor op welke wijze het bijzondere bestuursbesluit tot decertificering genomen moet worden. Die bepaling heeft volgens haar betrekking op de procesmatige kant van de besluitvorming. Daarmee is volgens [eiseres] echter niets gezegd over (de omvang van) de eigen, inhoudelijke afweging die het bestuur ter zake zou kunnen hetzij mogen maken.

3.6.

Het bestuur van de stak mag volgens [eiseres] slechts beoordelen of aan de voorwaarden voor decertificering is voldaan, op grond waarvan de certificaathouder decertificering kan verlangen. Is dat het geval, dan dient het bestuur volgens [eiseres] op haar verlangen over te gaan tot decertificering. Uit niets blijkt dat het bestuur van de stak een eigen, inhoudelijke belangenafweging ter zake de decertificering kan maken. Ook uit het feit dat artikel 9 lid 1 van de administratievoorwaarden spreekt van “verlangen” en niet van “vragen”, duidt volgens [eiseres] op het feit dat het bestuur geen discretionaire bevoegdheid toekomt. Omdat de tweede voorwaarde waaronder certificaathouders kunnen “verlangen” dat wordt overgegaan tot decertificering luidt dat de stichting wordt ontbonden, en in een dergelijk geval niet anders kan dat wordt overgegaan tot decertificering, moet het woord “verlangen” worden uitgelegd als iets dat moét worden opgevolgd.

3.7.

In subsidiaire zin, namelijk voor het geval het bestuur van de stak wél een belangenafweging zou moeten maken, voert [eiseres] het volgende aan.

3.8.

[eiseres] stelt zich op het standpunt dat het bestuur van de stak primair het belang van de certificaathoudster heeft te dienen. Dat kan volgens haar slechts anders zijn, indien de statuten van de stak, in afwijking van de in praktijk gebruikelijke doelomschrijving, bepalen dat de stak ook het belang van de vennootschap heeft te dienen. In de statuten, noch in de administratievoorwaarden, is een dergelijke afwijkende regeling opgenomen. Derhalve moet het er volgens [eiseres] voor worden gehouden dat het bestuur van de stak enkel het belang van [eiseres] heeft te dienen.

3.9.

Ook indien het bestuur van de stak niet enkel het belang van [eiseres] zou moeten wegen, maar ook het motief en het doel van de certificering in de beoordeling zouden moeten worden betrokken, dan staat dat motief , dan weldat doel niet aan decertificering in de weg. Volgens [eiseres] blijkt immers uit de eerder tussen partijen gevoerde kortgedingprocedure dat partijen het er over eens zijn dat het doel en het motief van de certificering was om de continuïteit van de onderneming te garanderen. Dat blijkt volgens [eiseres] ook uit de Interne Nota, waarin immers als bedreiging van de continuïteit van de onderneming genoemd wordt dat bij een onverhoopt overlijden van [naam echtgenoot] de aandelen van de holding in handen zouden komen van meerdere erfgenamen. Volgens de Interne Nota was het de wens van [naam echtgenoot] en [eiseres] dat in geval van overlijden van [naam echtgenoot] de aandelen in de holding in handen zouden komen van [eiseres] .

3.10.

Er blijkt volgens [eiseres] uit de stukken niet expliciet wat de achterliggende gedachte voor certificering was. Bij familiebedrijven vormt de continuïteit van de onderneming een gebruikelijk motief voor certificering, nu daarmee de stabiliteit in de algemene vergadering en daarmee de continuïteit van de onderneming wordt bevorderd, zodat aangenomen moet worden dat een dergelijk motief ook aan de certificering van de aandelen in deze zaak ten grondslag lag. Omdat alle certificaten in handen zijn van [eiseres] , bestaat niet het risico van de verlamming van de onderneming, of het gevaar van belemmering van besluitvorming in de algemene vergadering. Uit de Interne Nota blijkt ook dat het juist de uitdrukkelijke wens van [naam echtgenoot] en [eiseres] was dat de aandelen in het geval van overlijden van [naam echtgenoot] in handen van [eiseres] zouden komen, aldus [eiseres] .

3.11.

Op grond van het vorenstaande vordert [eiseres] dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair

I. bepaalt dat het vonnis van de rechtbank in de plaats zal treden van de onvoorwaardelijke en onherroepelijke instemming van de overige bestuurders, althans een of meer van hen, met het (bijzondere bestuurs-)besluit tot decertificering van de door de stak gehouden aandelen in [naam bv 1] , én in de plaats van al datgene dat noodzakelijk is in verband met het decertificeren van de door de stak gehouden aandelen in [naam bv 1] en de overdracht van die aandelen aan [eiseres] ;

subsidiair

II. [eiseres] machtigt om namens de overige bestuurders, althans een of meer van hen, in te stemmen met het (bijzondere bestuurs-)besluit tot decertificering van de door de stak gehouden aandelen in [naam bv 1] , én al datgeen te doen wat noodzakelijk is in verband met het decertificeren van de door de stak gehouden aandelen in [naam bv 1] en de overdracht van die aandelen aan [eiseres] ; alsook bepaalt dat alle kosten voor het uitvoeren van deze machtiging, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen gedeelte daarvan, voor rekening komen van de stak en/of de overige bestuurders, althans een of meer van hen, zulks voor zover mogelijk hoofdelijk, althans voorziet in een door de rechtbank in goede justitie te bepalen regeling wat betreft deze kosten;

meer subsidiair

III. de stak veroordeelt alle door haar gehouden aandelen in [naam bv 1] te decertificeren en over te dragen aan [eiseres] , alsook elk van de overige bestuurders individueel veroordeelt tot het verlenen van hun medewerking aan (het bijzondere bestuurs-)besluit tot decertificering van de door de stak gehouden aandelen in [naam bv 1] en overdracht daarvan aan [eiseres] , bij gebreke waarvan elke weigerachtige een direct opeisbare, zonder ingebrekestelling benodigde, dwangsom van € 10.000,-- ineens en € 1.000,-- per dag of dagdeel van de weigering verbeurt aan [eiseres] , zulks tot een maximum van € 100.000,-- per persoon, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen dwangsom;

primair, subsidiair en meer subsidiair

IV. de stak en elk van de overige bestuurders individueel, althans een of meer van hen, voor zover mogelijk hoofdelijk, veroordeelt in de kosten van het geding, waaronder begrepen het salaris en de nodige verschotten van de advocaat van [eiseres] , te vermeerderen met de (na)kosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de veertiende dag na dagtekening van het vonnis.

3.12.

De vorderingen worden door de stak c.s. gemotiveerd betwist.

3.13.

De verweren en betwistingen zullen, voor zover van belang, hieronder worden weergegeven en beoordeeld.

4 De beoordeling

5 De beslissing