Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 06-11-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:3482, 23/56
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 06-11-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:3482, 23/56
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 6 november 2024
- Datum publicatie
- 27 februari 2025
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2022:5684, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 23/56
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 4 Uitv.reg. WOZ, Art. 8:88 Awb
Inhoudsindicatie
Wet WOZ. Belanghebbende heeft met de gemeente een vaststellingsovereenkomst gesloten. Uit de tekst van de vaststellingsovereenkomst volgt niet dat de heffingsambtenaar ook voor het onderhavige tijdvak hieraan zou zijn gebonden. Met betrekking tot de waarde van de onroerende zaak heeft de heffingsambtenaar voldaan aan de op hem rustende bewijslast. De rechtbank heeft het verzoek om uitstel van de zitting terecht afgewezen en belanghebbende terecht veroordeeld in de proceskosten van de heffingsambtenaar. Hoger beroep ongegrond.
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 23/56
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] ,
wonend in [woonplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant (hierna: de rechtbank) van 27 december 2022, nummer SHE 21/361, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de Samenwerking A2-gemeenten,
hierna: de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) een beschikking gegeven (hierna: de WOZbeschikking) en daarbij de waarde van [adres 1] in [woonplaats] (hierna: de onroerende zaak) vastgesteld. Tevens is de aanslag onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2020 bekendgemaakt.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en belanghebbende veroordeeld in de proceskosten van de heffingsambtenaar.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de heffingsambtenaar.
De zitting heeft plaatsgevonden op 27 september 2024 in ’s-Hertogenbosch. Daar is verschenen, namens de heffingsambtenaar, [heffingsambtenaar] . Belanghebbende heeft voor de zitting laten weten dat hij niet zal verschijnen.
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
2 Feiten
Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak, een vrijstaande woning met bouwjaar 1977. De onroerende zaak bestaat uit een hoofdgebouw van 593 m3 met als bijgebouwen een garage (60 m3) en een tuinhuis (12 m3). Tot de woning behoort verder een perceel met een oppervlakte van 1.875 m2. De woning is gelegen nabij de snelweg A2.
In een op 23 mei 2002 gesloten overeenkomst tussen belanghebbende en de gemeente Cranendonck (hierna: de overeenkomst) is, voor zover van belang, het volgende vermeld:
‘Uit diverse stukken, alsmede in het persoonlijk gesprek dat u met de [persoon] heeft gehad, is gebleken dat de waardevaststelling van uw object, [adres 1] te [woonplaats] , vanaf 1-1-1989 tot en met heden niet correct is geweest. Dientengevolge heeft de Gemeente Cranendonck, na ampel beraad besloten u het navolgende compromis aan te bieden.
- De WOZ-waarde over het tijdvak 1-1-2001 t/m 31-12-2004 wordt vastgesteld op € 90.756,-- (ƒ 200.000,--) (…)
- Aanvaarding van onderhavig compromis kan slechts en alleen betrekking hebben op het object [adres 1] te [woonplaats] over het tijdvak 1-1-2001 t/m 31-12-2004 (…). Voor de jaren vanaf 1-1-2005 e.v. zal voor de grondslag van de eventuele waardeaanpassing worden aangehaakt aan de huidige “state of the art”. Mochten er tegen die tijd verbeteringen zijn doorgevoerd dan zal dit bij de taxatie alsdan worden bekeken, waarna de consequenties hiervan in onderling overleg worden vastgesteld.’
De waarde van de onroerende zaak is door de heffingsambtenaar per de waardepeildatum 1 januari 2019 vastgesteld op € 368.000. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-beschikking. Bij uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar de waarde van de onroerende zaak gehandhaafd.
De heffingsambtenaar heeft in de beroepsfase een waardematrix van 16 juni 2021 van taxateur [taxateur] overgelegd. De taxateur heeft de waarde van de onroerende zaak per de waardepeildatum vastgesteld op (afgerond) € 428.000. Naast gegevens van de onroerende zaak, bevat de matrix gegevens van drie vergelijkingspanden, die evenals de onroerende zaak vrijstaande woningen betreffen en zijn gelegen in [woonplaats] , te weten:
- -
-
[adres 2] , op […] juni 2019 verkocht voor € 465.000;
- -
-
[adres 3] , op […] december 2017 verkocht voor € 415.000;
- -
-
[adres 4] , op […] juni 2019 verkocht voor € 417.500.
Met de ligging van de onroerende zaak nabij de snelweg A2 is rekening gehouden door de factor ligging op een “2” (slecht) te waarderen. Dit vertaalt zich in een negatieve correctie van 10% (-/- € 23.563).
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en belanghebbende met toepassing van artikel 8:75, lid 1, derde volzin Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) veroordeeld tot betaling van € 148,02 aan proceskosten aan de heffingsambtenaar.
3 Geschil en conclusies van partijen
Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:
- -
-
i) heeft de rechtbank het uitstelverzoek voor de zitting van 8 december 2022 terecht afgewezen?
- -
-
ii) heeft de rechtbank belanghebbende terecht veroordeeld in de proceskosten van de heffingsambtenaar?
- -
-
iii) is de heffingsambtenaar gebonden aan de overeenkomst?
- -
-
iv) is de waarde van de onroerende zaak per de waardepeildatum 1 januari 2019 te hoog vastgesteld?
- -
-
v) heeft belanghebbende recht op een schadevergoeding?
Belanghebbende concludeert – naar het hof begrijpt1 – tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de WOZ-waarde. Daarnaast verzoekt belanghebbende om veroordeling van de heffingsambtenaar in de kosten van de procedure en betaling van een vergoeding voor de door belanghebbende sinds 2005 geleden schade.
De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.