Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16-01-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:73, 200.309.005_01

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16-01-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:73, 200.309.005_01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
16 januari 2024
Datum publicatie
29 januari 2024
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2024:73
Formele relaties
Zaaknummer
200.309.005_01
Relevante informatie
Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 248

Inhoudsindicatie

Opzegging duurovereenkomsten. Artikel 6:248 lid 1 BW. Redelijkheid en billijkheid, feiten en omstandigheden, belangen. Toerekenbare tekortkoming door conform opzegregeling op te zeggen en geen langere opzegtermijn in aanmerking te nemen. Verwijzing naar schadestaatprocedure.

Uitspraak

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.309.005/01

arrest van 16 januari 2024

in de zaak van

1 Get Moving B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. Bosch Transport B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellanten in principaal hoger beroep,

geïntimeerden in incidenteel hoger beroep,

hierna gezamenlijk aan te duiden als Get Moving c.s. en ieder afzonderlijk als Get Moving en Bosch Transport,

advocaat: mr. C.C. Hofman te Haarlem,

tegen:

DPD (Nederland) B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde in principaal hoger beroep,

appellante in incidenteel hoger beroep,

hierna aan te duiden als DPD,

advocaat: mr. M. Kalkwiek te Utrecht,

op het bij exploot van dagvaarding van 15 maart 2022 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 2 februari 2022, gewezen tussen Get Moving c.s. als eiseressen en DPD als gedaagde.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/361604 / HA ZA 20-524)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en het daaraan voorafgegane vonnis van 21 oktober 2020.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep;

- de memorie van grieven tevens houdende vermindering van eis, met producties;

- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven

in incidenteel hoger beroep, met producties;

- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep; en

- de mondelinge behandeling op 15 november 2023, waarbij beide advocaten spreekaantekeningen hebben voorgedragen en overgelegd en waarvan door de griffier zittingsaantekeningen zijn gemaakt.

2.2.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op

bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling

4 De uitspraak