Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21-01-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:119, 200.335.727_01

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21-01-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:119, 200.335.727_01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
21 januari 2025
Datum publicatie
25 april 2025
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2025:119
Formele relaties
Zaaknummer
200.335.727_01

Inhoudsindicatie

Burenzaak. Camera’s gericht op perceel buur niet geoorloofd. Beoordeling op grond van de maatstaf: Vooropgesteld moet worden dat een inbreuk op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer in beginsel een onrechtmatige daad oplevert. De aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond kan aan een inbreuk het onrechtmatige karakter ontnemen. Of zo’n rechtvaardigingsgrond zich voordoet, kan slechts worden beoordeeld in het licht van de omstandigheden van het geval door tegen elkaar af te wegen enerzijds de ernst van de inbreuk op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en anderzijds de belangen die met de inbreuk makende handelingen redelijkerwijs kunnen worden gediend. Proceskostenveroordeling eerste aanleg blijft in stand, nu de vernietiging is ingegeven door gewijzigde omstandigheden ten tijde van het hoger beroep.

Uitspraak

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.335.727/01

arrest van 21 januari 2025

in de zaak van

1 [maatschap A] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [appellant sub 2] ,wonende te [woonplaats] ,

3. [appellante sub 3] ,wonende te [woonplaats] ,

4. [appellant sub 4] ,

wonende te [woonplaats] .

5. [appellante sub 5] ,

wonende te [woonplaats] .

appellanten,

hierna gezamenlijk in mannelijk enkelvoud aan te duiden als [appellant] ,

advocaat: mr. J.A. Vermeeren te Etten-Leur,

tegen

1 [geïntimeerde sub 1] ,wonende te [geïntimeerde sub 1] ,

2. [geïntimeerde sub 2] ,wonende te [geïntimeerde sub 1] ,

geïntimeerden,

hierna gezamenlijk in mannelijk enkelvoud aan te duiden als [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. R. Hörchner te Breda,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 30 januari 2024 in het hoger beroep van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats [vestigingsplaats] , onder zaaknummer C/02/412627 / KG ZA 23-390 gewezen vonnis van 11 oktober 2023.

5 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenarrest van 30 januari 2024 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast;

-

de akte indienen producties, met producties 19 tot en met 21 van [appellant] die bij de mondelinge behandeling na aanbrengen in het geding zijn gebracht;

-

het proces-verbaal van de mondelinge behandeling na aanbrengen van 21 maart 2024;

-

de memorie van grieven met producties;

-

de memorie van antwoord met producties;

-

de mondeling behandeling, waarbij [appellant] spreeknotities heeft overgelegd;

-

de bij brief van 30 november 2024 door [appellant] toegezonden producties 24 tot en met 30, die bij de mondelinge behandeling in het geding zijn gebracht.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

De zaak in het kort

[geïntimeerde] is eigenaar van een aantal monumentale beschermde rode beuken die zich aan weerszijden van een onverharde laan nabij de erfgrens bevinden. [appellant] oefent aangrenzend aan het perceel van [geïntimeerde] een agrarisch bedrijf uit. [geïntimeerde] wil zijn bomen beschermen en wil voorkomen dat [appellant] takken van die bomen verwijdert of schadelijke activiteiten ontplooit op een naast de bomen op het perceel van [appellant] gelegen strook grond van zes meter die de bestemming ‘Natuur’ heeft. Om dit te bewaken heeft [geïntimeerde] op zijn perceel twee camera’s hangen die zijn gericht op het perceel van [appellant] . [appellant] vindt dat [geïntimeerde] op deze wijze inbreuk maakt op zijn recht op privacy, terwijl daar geen rechtvaardiging voor is. [geïntimeerde] vindt de camera’s noodzakelijk om zijn bomen tegen schadelijke handelingen van [appellant] te beschermen. Het hof beoordeelt in deze zaak of de vordering van [appellant] tot verwijderen van de camera’s toewijsbaar is.

6 De beoordeling

7 De uitspraak