Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19-08-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2268, 200.334.366_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19-08-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2268, 200.334.366_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 19 augustus 2025
- Datum publicatie
- 24 november 2025
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2025:2268
- Zaaknummer
- 200.334.366_01
Inhoudsindicatie
Staatssteun. Artikel 108 lid 3 VwEU. Ontvankelijkheid Stichting (collectief belangenbehartiger). Ongeoorloofde wisseling van partijhoedanigheid.
Eisen aan het zijn van belanghebbende in de zin van artikel 108 lid 2 VwEU en artikel 1, aanhef en onder h, van de Verordening (EU) 2015/1589 (de Procesverordening). Verwijzing naar HvJEU 5 september 2024 in de zaak C‐224/23 (ECLI:EU:C:2024:682). Stelplicht en bewijslast. Schending gelijkheidsbeginsel (‘Didam’)? Gebrek aan voldoende concrete feitelijke stellingen.
Uitspraak
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.334.366/01
arrest van 19 augustus 2025
in de zaak van
1 [stichting X] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [X vastgoed management B.V.] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
3. [Geïntimeerde sub 3] ,wonende te [vestigingsplaats] ,
4. [Y B.V.] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellanten in de hoofdzaak, verweerders in het (voorwaardelijk) incident, ingesteld door [stichting X] in haar hoedanigheid van lasthebber van [Z B.V.] ,appellanten hierna te noemen, [stichting X] , [X vastgoed management B.V.] , [Geïntimeerde sub 3] en [Y B.V.] , dan wel tezamen te noemen [appellanten] ,
advocaten: mr. T.J. Binder te Rotterdam en mr. P.H.L.M. Kuypers te Breda,
tegen
1 Gemeente Heerlen ,gevestigd te Heerlen ,hierna te noemen: de gemeente,advocaat: mr. H.C. Lejeune te Maastricht,
2. Carbon6 B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,hierna te noemen: Carbon6, advocaat: mr. C.P.B. Kroep,
geïntimeerden in de hoofdzaak,verweerders in het (voorwaardelijk) incident, ingesteld door [stichting X] in haar hoedanigheid van lasthebber van [Z B.V.] ,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 30 april 2024 in het hoger beroep van het door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, onder zaaknummer C/03/290300 / HA ZA 21-175 gewezen vonnis van 19 juli 2023.
De zaak in het kort
[appellanten] hebben verschillende vorderingen ingesteld tegen de Gemeente en Carbon6. Zij stellen in de eerste plaats dat de gemeente onrechtmatige staatssteun heeft verstrekt aan Carbon6. Die staatssteun is verleend in 2012 bij de verkoop van het CBS-complex aan Carbon6 en bestaat volgens hen uit een te lage koopprijs voor het CBS-complex en het verstrekken van een gunstige lening. [appellanten] verwijten de gemeente in de tweede plaats dat zij in strijd heeft gehandeld met het gelijkheidsbeginsel (naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad inzake ‘Didam’). De rechtbank heeft [stichting X] in haar vorderingen niet-ontvankelijk verklaard. Zij heeft het beroep op verjaring van de vordering die strekt tot nietigverklaring (subsidiair vernietiging) gehonoreerd. Zij heeft vervolgens de vorderingen die daarop voortbouwen afgewezen. De rechtbank heeft [X vastgoed management B.V.] , [Geïntimeerde sub 3] en [Y B.V.] tot slot niet-ontvankelijk verklaard in de door hen gevorderde verklaringen voor recht wegens het ontbreken van voldoende procesbelang in de zin van artikel 3:303 BW. Het voorgaande heeft er toe geleid dat de rechtbank de vorderingen van [appellanten] deels heeft afgewezen en hen voor het overige niet-ontvankelijk heeft verklaard.
[appellanten] zijn in hoger beroep gekomen van die beslissing. Het hoger beroep leidt niet tot toewijzing van het gevorderde. Het hof komt tot de slotsom dat de grieven van [appellanten] niet slagen en/of niet tot vernietiging leiden. Het hof bewandelt daartoe een (deels) andere route. Het hof zal [stichting X] niet-ontvankelijk verklaren in haar vorderingen omdat zij is gewisseld van partijhoedanigheid. Daarna zal het hof ingaan op het belang van de overige drie eisers ( [X vastgoed management B.V.] , [Geïntimeerde sub 3] en [Y B.V.] ) bij het gevorderde, voor zover hun vorderingen zijn gebaseerd op onrechtmatige staatssteun. Het hof zal concluderen dat deze drie eisers geen belanghebbende zijn in het kader van de civiele handhaving van het Europese staatssteunrecht ten overstaan van de burgerlijke rechter.
Ook de vorderingen die zijn gegrond op schending van het gelijkheidsbeginsel (‘Didam’) stranden. Er is onder andere geen causaal verband aangetoond tussen de gestelde onrechtmatige gedraging van de gemeente en de (mogelijkheid van) schade.
5 Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het tussenarrest, gewezen in het incident tot (voorwaardelijke) tussenkomst van 30 april 2024;
- -
-
de memorie van antwoord van de gemeente Heerlen ;
- -
-
de memorie van antwoord van Carbon6 met producties;
- -
-
de mondelinge behandeling op 6 juni 2025, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.