Home

Hoge Raad, 14-12-2018, ECLI:NL:HR:2018:2300, 17/05414

Hoge Raad, 14-12-2018, ECLI:NL:HR:2018:2300, 17/05414

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 december 2018
Datum publicatie
14 december 2018
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:2300
Formele relaties
Zaaknummer
17/05414

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Financieel recht. Onrechtmatige daad. Bank verstrekt laatste tranche van overeengekomen krediet aan BV niet. Faillissement volgt. Onrechtmatige daad jegens medeschuldenaar en (indirect) aandeelhouder? Vooropgezet plan van de bank de BV in handen te krijgen? Voorstellen van de BV niet serieus genomen? Moest bank reddingsplan voorstellen?

Uitspraak

1. [eiser 1] ,wonende te [woonplaats] ,

2. KONSULT B.V.,gevestigd te Den Haag,

EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaten: mr. J.W.H. van Wijk en mr. G.C. Nieuwland,

t e g e n

NIBC BANK N.V.,gevestigd te Den Haag,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser 1] en NIBC.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/09/486503/HA ZA 15-440 van de rechtbank Den Haag van 3 februari 2016;

b. het arrest in de zaak 200.191.508/01 van het gerechtshof Den Haag van 15 augustus 2017.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser 1] beroep in cassatie ingesteld. NIBC heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De procesinleiding en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor NIBC mede door mr. A. Stortelder.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.

De advocaten van [eiser 1] c.s. hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4 Beslissing