Home

Hoge Raad, 08-06-2018, ECLI:NL:HR:2018:874, 17/01875

Hoge Raad, 08-06-2018, ECLI:NL:HR:2018:874, 17/01875

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 juni 2018
Datum publicatie
8 juni 2018
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:874
Formele relaties
Zaaknummer
17/01875

Inhoudsindicatie

Pachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving aan verschillende rechtspersonen. Bruikleen van de gebouwen? Complex van gebouwen en land? Maatstaf HR 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9673, NJ 2012/73 (Timeshare). Derogerende werking van redelijkheid en billijkheid.

Uitspraak

8 juni 2018

Eerste Kamer

17/01875

TT/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. BUREAU BEHEER LANDBOUWGRONDEN,gevestigd te Utrecht,

2. PROVINCIE LIMBURG,gevestigd te Maastricht,

EISERESSEN tot cassatie,

advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier,

t e g e n

1. [verweerster 1] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [verweerster 2] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,

VERWEERSTERS in cassatie,

advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als BBL, de Provincie en [verweersters]

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak 2659422\CV EXPL 13-13983 van de rechtbank Limburg van 11 maart 2015 en 16 december 2015;

b. de arresten in de zaak 200.184.566 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 september 2016 en 14 februari 2017.

Het arrest van het hof van 14 februari 2017 is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 14 februari 2017 hebben BBL en de Provincie beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweersters] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van BBL en de Provincie heeft bij brief van 20 april 2018 op die conclusie gereageerd.

3 De ontvankelijkheid van het beroep

Het hof heeft in rov. 4.1 geoordeeld dat [verweersters] geen belang hebben bij de beoordeling van hun grieven en vorderingen jegens de Provincie. Kennelijk in verband hiermee heeft het in het dictum van zijn arrest de Provincie ongenoemd gelaten. Het middel bevat geen klacht tegen deze beslissingen. De Provincie zal daarom in haar cassatieberoep niet-ontvankelijk worden verklaard.

4 Beoordeling van het middel

5 Beslissing