Hoge Raad, 16-06-2020, ECLI:NL:HR:2020:1056, 20/01214
Hoge Raad, 16-06-2020, ECLI:NL:HR:2020:1056, 20/01214
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 16 juni 2020
- Datum publicatie
- 16 juni 2020
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1056
- Formele relaties
- Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:346
- Zaaknummer
- 20/01214
Inhoudsindicatie
Cassatie in het belang van de wet. Beschikking hof tot toekenning van vergoeding voor kosten rechtsbijstand verleend in aan behandeling van strafzaak voorafgegane beklagprocedure, art. 591.2 en 591.5 (oud) Sv jo. art. 591a.2 en 591a.4 (oud) Sv (thans: art. 529.2 en 529.5 jo. art. 530.2 en 530. 4 Sv ). Mogelijkheid voor indiener van klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv vergoeding te krijgen voor kosten van rechtsbijstand die is verleend in beklagprocedure in het geval dat beklag over inbeslagneming van voorwerp ongegrond is verklaard maar rechter in samenhangende strafzaak last tot teruggave heeft gegeven van inbeslaggenomen voorwerp, terwijl strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan art. 9a Sr? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1986:AC9355, ECLI:NL:HR:2009:BG2191 en ECLI:NL:HR:2015:2765 en ECLI:NL:HR:2015:2757 m.b.t. “kosten van een raadsman” a.b.i. art. 591a.2 (oud) Sv, mogelijkheid van vergoeding van kosten van raadsman voor indienen van klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv en omstandigheid dat in art 591a.4 (oud) Sv jo. art. 591.5 (oud) Sv voorziene, bijzondere procedures (zoals die van art. 552a tot en met 552b Sv) zich niet daardoor kenmerken dat zij steeds zijn gekoppeld aan strafzaak tegen betrokkene waarin zijn strafrechtelijke aansprakelijkheid wordt vastgesteld. Indien beklag in procedure o.g.v. art. 552a Sv ongegrond is verklaard, geldt bijzondere regeling van art. 591.5 (oud) Sv jo. art. 591a.4 Sv niet. In een na afloop van die beklagprocedure o.g.v. die bepalingen ingediend verzoek tot vergoeding van t.b.v. beklagprocedure gemaakte kosten van raadsman zal betrokkene dus n-o moeten worden verklaard. Daarnaast geldt dat indien na afloop van strafzaak die (met last tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerp) is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan art. 9a Sr, een verzoek wordt gedaan tot vergoeding van kosten van raadsman, vergoeding van die kosten zich niet kan uitstrekken tot kosten die t.b.v. beklagprocedure zijn gemaakt. Redelijke uitleg van de wet brengt mee dat toepasselijkheid van bijzondere regeling van art. 591.5 (oud) Sv jo. art. 591a.4 (oud) Sv niet is uitgesloten in gevallen waarin een o.g.v. art. 552a Sv ingediend klaagschrift vóór behandeling daarvan heeft geleid tot beslissing tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerp, waarna klaagschrift is ingetrokken en behandeling daarvan en rechterlijke beslissing daarover zijn uitgebleven. In dit geval, dat in materiële zin is gelijk te stellen met situatie waarin beklag gegrond is verklaard, kan betrokkene tot drie maanden na beslissing tot teruggave verzoek doen tot vergoeding van kosten van zijn raadsman. Het voorgaande geldt ook voor huidig art. 529.2 en 529.5 Sv jo. art. 530.2 en 530.4 Sv. ‘s Hofs toewijzing van verzoek tot toekenning van vergoeding voor kosten van rechtsbijstand verleend in de aan behandeling van strafzaak voorafgegane beklagprocedure berust op opvatting dat dergelijk verzoek, ondanks ongegrond verklaard beklag, ontvankelijk is indien strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan art. 9a Sr, omdat dan alsnog last tot teruggave van in beslag genomen voorwerp is gegeven. Die opvatting is onjuist. Volgt vernietiging in het belang van de wet.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/01214 CW
Datum 16 juni 2020
ARREST
op het beroep in cassatie in het belang van de wet van de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 31 januari 2019, rekestnummers 000082-19 en 001081-18, in de zaak
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de betrokkene.
1 Procesgang en beschikking van het hof
Bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 2 oktober 2017 is de strafzaak tegen de betrokkene geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Bij beschikking van 18 juni 2018 heeft dezelfde rechtbank een namens de betrokkene ingediend verzoek tot toekenning op grond van (onder meer) artikel 591a (oud) van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van de kosten van rechtsbijstand afgewezen voor zover dat betrekking had op de rechtsbijstand verleend in een procedure op grond van artikel 552a Sv waarin het beklag ongegrond was verklaard. Bij beschikking van 31 januari 2019 heeft het gerechtshof Amsterdam de beschikking van de rechtbank vernietigd en het verzoek ook in zoverre toegewezen.
2 Het cassatieberoep
De procureur-generaal J. Silvis heeft beroep in cassatie in het belang van de wet ingesteld. De voordracht tot cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De vordering strekt tot vernietiging van de beschikking van het gerechtshof.
3 Waar het in deze zaak om gaat
Deze zaak gaat over de vraag in hoeverre het mogelijk is voor de indiener van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv (hierna: de klager) een vergoeding te krijgen voor de kosten van rechtsbijstand die is verleend in de beklagprocedure. Meer specifiek gaat het om gevallen waarin de beklagprocedure samenhangt met een strafzaak tegen de klager en sprake is van de volgende situatie: het beklag als bedoeld in artikel 552a Sv over de inbeslagneming van een voorwerp is in de beklagprocedure ongegrond verklaard, maar vervolgens heeft de rechter in de strafzaak een last tot teruggave gegeven van het inbeslaggenomen voorwerp, terwijl bovendien de strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a Sr.De procureur-generaal heeft cassatie in het belang van de wet ingesteld omdat sprake is van uiteenlopende rechterlijke uitspraken over het antwoord op de vraag of artikel 591a lid 2 en 4 (oud) Sv (na 1 januari 2020 vernummerd tot artikel 530 lid 2 en 4 Sv) van toepassing is in deze gevallen, wanneer de klager na de beëindiging van de strafzaak een vergoeding verzoekt voor de kosten van rechtsbijstand die is verleend in een beklagprocedure.