Parket bij de Hoge Raad, 21-04-2020, ECLI:NL:PHR:2020:346, 20/01214
Parket bij de Hoge Raad, 21-04-2020, ECLI:NL:PHR:2020:346, 20/01214
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 21 april 2020
- Datum publicatie
- 23 april 2020
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2020:346
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2020:1056
- Zaaknummer
- 20/01214
Inhoudsindicatie
Vordering tot cassatie in het belang der wet. De P-G vraagt duidelijkheid omtrent de grondslag voor toewijzing van een verzoek ex art. 591a lid 2 (oud) Sv (m.i.v. 1-1-2020 art. 530 lid 2 Sv) inzake vergoeding kosten raadsman betreffende een beklagprocedure ex art. 552a Sv, waarin het beklag ongegrond is verklaard, en klager/verdachte nadien is vrijgesproken met last tot teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp. De PG concludeert dat voor toewijzing van de in een voorafgaande separate beklagprocedure gemaakte kosten die is geëindigd in een ongegrond bevinding van de klacht, in de procedure betreffende de kosten van de gehele strafzaak rechtens geen grond bestaat.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/01214 CW
Zitting 21 april 2020