Home

Hoge Raad, 26-06-2020, ECLI:NL:HR:2020:1137, 19/01872

Hoge Raad, 26-06-2020, ECLI:NL:HR:2020:1137, 19/01872

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 juni 2020
Datum publicatie
26 juni 2020
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1137
Formele relaties
Zaaknummer
19/01872

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Jaarrekeningenrecht. Bevel van ondernemingskamer tot aanpassing van jaarrekening. Samenhang met zaak 18/04113.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/01872

Datum 26 juni 2020

BESCHIKKING

In de zaak van

GGN HOLDING N.V.,gevestigd te 's-Hertogenbosch,

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: GGN Holding,

advocaten: D.A. van der Kooij en A. Stortelder,

tegen

[verweerster] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: [verweerster],

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 200.245.197/01 OK van de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam van 28 januari 2019.

GGN holding heeft tegen de beschikking van 28 januari 2019 beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerster] heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaten van GGN Holding hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de ondernemingskamer beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

-

verwerpt het beroep;

-

veroordeelt GGN Holding in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.

Deze beschikking is gegeven door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 26 juni 2020.