Home

Hoge Raad, 10-07-2020, ECLI:NL:HR:2020:1265, 19/01794

Hoge Raad, 10-07-2020, ECLI:NL:HR:2020:1265, 19/01794

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 juli 2020
Datum publicatie
10 juli 2020
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1265
Formele relaties
Zaaknummer
19/01794

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. IPR. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Gewone verblijfplaats minderjarige. Voorlopige zorgregeling. Samenhang met zaak 19/04641.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/01794

Datum 10 juli 2020

ARREST

In de zaak van

[de moeder],wonende te [woonplaats], België,

EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

hierna: de moeder,

advocaat: aanvankelijk S. Kousedghi en thans H.J.W. Alt,

tegen

[de vader],wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

hierna: de vader,

advocaat: J. van Duijvendijk-Brand.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/09/544787/KG ZA 17-1595 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 8 februari 2018;

  2. het arrest in de zaak 200.234.246/01 van het gerechtshof Den Haag van 12 februari 2019.

De moeder heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. De vader heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van de moeder heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

-

verwerpt het beroep;

-

compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 10 juli 2020.