Home

Hoge Raad, 05-04-2022, ECLI:NL:HR:2022:496, 20/02921

Hoge Raad, 05-04-2022, ECLI:NL:HR:2022:496, 20/02921

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 april 2022
Datum publicatie
5 april 2022
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:496
Formele relaties
Zaaknummer
20/02921

Inhoudsindicatie

Beschikking, vordering tot tenuitvoerlegging a.b.i. art. 6:6:21.1 Sv. Hof (penitentiaire kamer) heeft veroordeelde n-o verklaard in hoger beroep tegen beschikking Rb, strekkende tot tul van voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel vanwege niet-naleving van een bij voorwaardelijke veroordeling gestelde bijzondere voorwaarde, op de grond dat hiertegen geen h.b. openstaat. Ontvankelijkheid cassatieberoep (art. 6:6:7 Sv) en gevolgen Wet USB. Staat cassatieberoep open tegen op zichzelf staande beslissing van penitentiaire kamer van hof m.b.t. vordering tul? HR: Op redenen vermeld in CPG kan HR cassatieberoep van veroordeelde niet in behandeling nemen. CPG: Beslissing Rb tot tul van voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel is aan te merken als beslissing a.b.i. art. 6:6:21.1 Sv, terwijl hof veroordeelde n-o heeft verklaard in ingesteld beroep tegen beslissing Rb. Ingevolge art. 6:6:7 Sv zijn rechterlijke beslissingen inzake tul niet aan enig gewoon rechtsmiddel onderworpen, v.zv. in hoofdstuk 6 van boek 6 Sv niet anders is bepaald. Een bepaling waarin cassatieberoep tegen beslissing van penitentiaire kamer van hof wordt opengesteld, ontbreekt.

Veroordeelde n-o. CPG gaat in op wettelijke regeling van beroep tegen beslissing tot tul van voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel en wijzigingen die Wet USB in dit verband heeft meegebracht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/02921 B

Datum 5 april 2022

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 september 2020, nummer ISD P20/0159, op een vordering als bedoeld in artikel 6:6:21 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, in de zaak

van

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

hierna: de veroordeelde.

1 De beschikking van het hof

Het hof heeft de veroordeelde niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Den Haag. Die beschikking strekt tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde maatregel tot plaatsing van de veroordeelde in een inrichting voor stelselmatige daders vanwege niet-naleving van een bij de voorwaardelijke veroordeling gestelde bijzondere voorwaarde.

2 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft M.J. de Jongh, advocaat te Leiden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De procureur-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de veroordeelde in het beroep.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de veroordeelde niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de procureur-generaal onder 4 en 12 tot en met 15.

4 Beslissing