Home

Hoge Raad, 26-09-2023, ECLI:NL:HR:2023:1214, 21/02346

Hoge Raad, 26-09-2023, ECLI:NL:HR:2023:1214, 21/02346

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 september 2023
Datum publicatie
26 september 2023
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1214
Formele relaties
Zaaknummer
21/02346

Inhoudsindicatie

Feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr), voorhanden hebben van geweer, pistool en patronen (art. 26.1 WWM) en voorhanden hebben van geluiddemper (art. 13.1 WWM). 1. Voorhanden hebben van verschillende patronen. Meervoudige kwalificatie. Heeft hof ten onrechte geoordeeld dat feit meermalen is gepleegd? 2. Cumulatie van straffen. Strafoplegging in strijd met art. 9.4 Sr, nu aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan 6 maanden is opgelegd in combinatie met taakstraf?

Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: HR heeft in HR:1997:LJN ZD0737 overwogen dat voorhanden hebben van zowel één patroon als een aantal patronen van categorie III slechts één strafbaar feit oplevert.

Ad 2. Hof heeft aan verdachte een gevangenisstraf van negen maanden opgelegd. Daarnaast heeft hof aan verdachte een taakstraf van 240 uren opgelegd. De totale strafoplegging is in strijd met art. 9.4 Sr.

Volgt verbetering kwalificatie door HR, en (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. strafoplegging. Samenhang met 21/02345.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/02346

Datum 26 september 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 mei 2021, nummer 20-003596-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de kwalificatie van het onder 4 bewezenverklaarde en de strafoplegging, tot verbetering van de kwalificatie door de Hoge Raad, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch ten aanzien van de strafoplegging teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beoordeling van het derde cassatiemiddel

3.1

Het cassatiemiddel klaagt dat het hof het onder 4 bewezenverklaarde, voor zover betrekking hebbend op het voorhanden hebben van munitie, ten onrechte heeft gekwalificeerd als “handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd”, aangezien het bewezenverklaarde in zoverre slechts één overtreding van het in artikel 26 lid 1 Wet wapens en munitie vervatte verbod oplevert.

3.2

Om de redenen die staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.2 tot en met 4.5 slaagt het cassatiemiddel. De Hoge Raad zal de kwalificatie verbeteren.

4 Beoordeling van het vierde cassatiemiddel

5 Beslissing