Home

Hoge Raad, 01-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1682, 22/03690

Hoge Raad, 01-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1682, 22/03690

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 december 2023
Datum publicatie
1 december 2023
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1682
Formele relaties
Zaaknummer
22/03690

Inhoudsindicatie

Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Gezondheidsrecht. Buitengerechtelijke behandeling van zaken over medische beroepsaansprakelijkheid. Kan behandelend jurist zonder toestemming van patiënt inzage krijgen in medisch dossier? Moet hulpverlener inhoudelijk standpunt innemen over vordering indien die toestemming niet wordt gegeven?

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 22/03690

Datum 1 december 2023

PREJUDICIËLE BESLISSING

In de zaak van

STICHTING ALBERT SCHWEITZER ZIEKENHUIS,

gevestigd te Dordrecht,

EISERES in eerste aanleg,

hierna: het ziekenhuis,

advocaat: M.E. Franke,

tegen

[de patiënte],

wonende te [woonplaats],

GEDAAGDE in eerste aanleg,

hierna: [de patiënte] dan wel ‘de patiënte’,

advocaat: K. Aantjes.

1 De prejudiciële procedure

Bij tussenvonnis van 21 september 2022 in de zaak C/10/632407/ HA ZA 22-68 heeft de rechtbank Rotterdam op de voet van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld.

Het ziekenhuis heeft in deze prejudiciële procedure schriftelijke opmerkingen ingediend. De patiënte heeft van het indienen van schriftelijke opmerkingen afgezien.De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot beantwoording van de prejudiciële vragen zoals onder paragraaf 6 in de conclusie vermeld.

2 Inleiding

Deze prejudiciële procedure betreft vragen die zijn gerezen bij de buitengerechtelijke afwikkeling van vorderingen uit hoofde van medische beroepsaansprakelijkheid van ziekenhuizen. Het gaat er allereerst om of een jurist die is betrokken bij de behandeling van de vordering, in de buitengerechtelijke fase zonder de uitdrukkelijke toestemming van de patiënt inzage kan krijgen in het medisch dossier van de patiënt en daarover kan overleggen met de betrokken artsen of andere beroepsbeoefenaren met BIG-registratie. Verder is aan de orde of van het ziekenhuis kan worden verlangd dat het in de buitengerechtelijke fase een standpunt inneemt over zijn aansprakelijkheid indien de patiënt zich ertegen verzet dat een ten behoeve van het ziekenhuis of diens aansprakelijkheidsverzekeraar ingeschakelde jurist kennis neemt van relevante medische gegevens.

3 Uitgangspunten en feiten

3.1

Bij de beantwoording van de prejudiciële vragen gaat de Hoge Raad uit van de volgende feiten:

(i) In april 2018 is de patiënte in het ziekenhuis door een chirurg geopereerd, waarbij haar darm is geperforeerd.

(ii) De patiënte heeft het ziekenhuis in december 2018 aansprakelijk gesteld wegens verwijtbaar medisch handelen.

(iii) Het ziekenhuis heeft de patiënte verzocht de medisch directeur en het medisch en paramedisch personeel van het ziekenhuis te machtigen de bij hen berustende medische en paramedische gegevens met betrekking tot de aansprakelijkstelling over te leggen aan de medisch adviseur van de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis, alsmede ter zake inlichtingen te verstrekken aan die medisch adviseur. De machtiging houdt voorts in dat de patiënte ermee instemt dat de medisch adviseur aan de betrokken medewerkers, adviseurs, schaderegelaars en arbeidsdeskundigen die ten behoeve van de aansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis werken, de medische gegevens verstrekt die voor behandeling van de schadekwestie van belang kunnen zijn.

(iv) De advocaat van de patiënte heeft de medische stukken van het ziekenhuis en de huisarts in gesloten enveloppe aan de aansprakelijkheidsverzekeraar gezonden en daarbij geschreven:

“(...) wil ik u wijzen op het feit dat cliënte hierbij alleen toestemming geeft om de medische informatie ter beschikking te stellen aan uw medisch adviseur en aan niemand anders.

Indien u de medische informatie wilt laten verwerken door andere personen (schaderegelaars en/of andersoortige artsen/experts), dan verneem ik dat graag als eerste en enige, zodat cliënte al dan niet haar toestemming daarvoor kan geven.”

(v) Uiteindelijk heeft de advocaat van het ziekenhuis aan de advocaat van de patiënte bericht dat het standpunt van het ziekenhuis is dat het niet heeft kunnen vaststellen dat de verwijten terecht zijn.

3.2

In deze procedure vordert het ziekenhuis onder meer te verklaren voor recht, primair dat het aan het ziekenhuis en de chirurg is toegestaan zonder machtiging van de patiënte en met inachtneming van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit aan de hand van de relevante medische gegevens in samenspraak met uitsluitend de zaaksbehandelaar van de aansprakelijkheidsverzekeraar en diens medisch adviseur tot een medisch-juridische beoordeling van de aansprakelijkstelling te komen en, subsidiair, kort gezegd, dat het ziekenhuis niet gehouden is een standpunt in te nemen over de aansprakelijkheid zolang de patiënte voor een dergelijk overleg met de zaaksbehandelaar en medisch adviseur geen machtiging heeft verstrekt.

3.3

De rechtbank1 heeft aanleiding gezien de volgende prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen:

1. Wanneer een medische hulpverlener door een patiënt aansprakelijk is gesteld voor een medische behandeling, mag in de buitengerechtelijke fase van de schadeafwikkeling een ten behoeve van de medische hulpverlener ingeschakelde juridisch adviseur inzage krijgen in het medisch dossier van de patiënt en overleg hebben over het medisch dossier met de medische hulpverlener zonder de uitdrukkelijke toestemming van de patiënt? In hoeverre spelen daarbij beginselen als die van proportionaliteit en subsidiariteit een rol?

2. Indien toestemming van de patiënt is vereist in de buitengerechtelijke fase, op basis van welke grondslag(en) dient die toestemming dan gegeven te worden? Op welke concrete door de medische adviseur en de juridische adviseur te verrichten handelingen dient die toestemming betrekking te hebben? Zijn er nog andere in aanmerking te nemen omstandigheden die van belang kunnen zijn voor (de reikwijdte van) die toestemming?

3. Kan van een medische hulpverlener, die door een patiënt aansprakelijk is gesteld voor een medische behandeling, worden verlangd dat hij in de buitengerechtelijke fase een standpunt inneemt omtrent aansprakelijkheid indien de patiënt zich ertegen verzet dat een door of ten behoeve van de medische hulpverlener ingeschakelde juridisch adviseur kennis neemt van relevante medische gegevens?

4 Beantwoording van de prejudiciële vragen

5 Beslissing